Economie
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Economie

Hoever daalt de rente nog? Wat zijn de economische gevolgen van de coronacrisis? Hoe kijken we nu aan tegen globalisering? En wat zijn de gevolgen voor het Nederland van morgen? We verkennen het hier.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
20 Publicaties

Klimaatinflatie

Gepubliceerd op: 18 november 2021

Zowel klimaat als inflatie zijn momenteel hot topics. En ze hebben nog met elkaar te maken ook. Want de invloed van klimaatverandering – en beleid om dat tegen te gaan – op inflatie neemt de komende jaren waarschijnlijk toe.

 

Voor de duidelijkheid: klimaat is niet de grote verklaring achter de huidige hoge inflatie van 3,4% (oktober). Die ligt grotendeels aan ingestorte prijzen vorig jaar en aan logistieke problemen: het aanbod houdt de rap herstelde vraag na de lockdowns niet bij. Vroeg of laat lopen die effecten eruit. Klimaat kan langer een stempel drukken op de inflatie. Denk aan hogere prijskaartjes, maar ook aan grotere prijsschommelingen.

 

Waarom zou klimaat(beleid) het leven duurder maken? Laten we beginnen met de energietransitie. Die vergt meer dan hier en daar een zonnepaneel. Een systeemverandering van fossiel naar groen – en van ‘moleculen in een tank’ naar ‘elektronen in een stroomnet’ – is een gigantische en langjarige operatie. Dat kost natuurlijk geld. En het is een verbouwing die op zijn best het huis in stand houdt. Het is, zeg maar, geen uitbouw die waarde toevoegt aan je huis.

 

Dat zit zo. Fossiele energie heeft afgezien van zeer problematische nadelen ook grote voordelen. De energiedichtheid is hoog en het is makkelijk op te slaan en te vervoeren. Die voordelen raken we kwijt. Dat betekent een tik voor het producerend vermogen van de economie. Een keus hebben we uiteraard niet. Alternatief is namelijk een nog grotere dreun door de gevolgen van klimaatverandering. Waar het me om gaat is dat alle benodigde energie-investeringen zorgen voor extra vraag in de economie. Maar daar staat dus geen extra aanbod tegenover (geen ‘uitbouw’). Die combinatie werkt inflatie in de hand.

 

Het is wenselijk dat zowel aanbod van als vraag naar fossiele energie dalen. Maar als het geen gelijke tred houdt dan kunnen forse prijsschommelingen ontstaan. Zo hadden we vorig jaar nog even negatieve (!) olieprijzen, sindsdien zijn prijzen voor olie en gas fors gestegen. Gedurende de transitie zullen we vaker heftige prijsbewegingen zien. Want ongetwijfeld zal het lastig zijn om een dalend aanbod van fossiele brandstoffen precies te compenseren met een groeiend aanbod van hernieuwbare energie. En dat is nog gerekend buiten de stijgende energiebehoefte van opkomende landen.

 

Ook het beprijzen van CO2 – binnen de EU en aan de buitengrenzen – kan inflatoir uitpakken. Als door hogere transportkosten en tarieven allerlei productie dichterbij huis komt, dan is dat meestal niet goedkoper.

Mét klimaatbeleid pakt de inflatie waarschijnlijk hoger uit dan zonder

Er zijn ook factoren die de inflatie kunnen dempen. Geld kun je maar één keer uitgeven. Dus dure energie drukt de consumptie van andere artikelen – en daarmee hun prijs. Verder zie je dat overheden – uit angst voor ‘gele hesjes’? – dure energie vaak weer compenseren, al zit daar wel een grens aan. En uiteindelijk is het natuurlijk de taak van centrale banken om de inflatie onder controle te houden.

 

Cruciaal is of dat lukt. Bij de huidige hoge inflatie grijpt de Europese Centrale Bank (ECB) niet in. De redenering is dat het tijdelijk is. Ook los je logistieke problemen niet op met monetair beleid. Interessant wordt hoe de ECB straks omgaat met ‘klimaatinflatie’. Temeer omdat klimaat prominenter is geworden in de nieuwe ECB-strategie. De energietransitie is natuurlijk per definitie tijdelijk – zij het vrij uitgerekt. Is die tijdelijkheid ook reden om hogere inflatie te tolereren? Als de prijzen stijgen doordat de CO2 duurder wordt, telt dat dan als inflatie of niet? De ECB zou kunnen zeggen van niet: de prijzen nemen ‘externe effecten’ mee die er eerst onterecht niet in zaten (de ‘oude’ prijzen waren te laag omdat ze geen rekening hielden met de economische schade van uitstoot). Hoe milder het ingrijpen van de ECB, hoe hoger de inflatie uiteindelijk uit zal vallen.

 

We zijn niet zomaar terug bij de hoge inflatie van de jaren zeventig. Maar mét klimaatbeleid pakt de inflatie waarschijnlijk hoger uit dan zonder. Nu is die klimaatinflatie ergens goed voor. Het zet aan tot vergroening. De prijsverschillen tussen ‘groen’ en ‘bruin’ in allerlei producten zullen toenemen. Dat kan net het duwtje geven om bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen te nemen. Naarmate dat beter werkt – hoe sterker bedrijven en burgers reageren op prijsprikkels – hoe minder hoog die klimaatinflatie uiteindelijk zal uitvallen. We zijn er dus zelf bij. Ons eigen gedrag kan oververhitting tegengaan – van de inflatie en van het klimaat.

Volgende publicatie:
“Is het einde van het handelsconflict tussen Europa en de VS goed voor de economie?“

“Is het einde van het handelsconflict tussen Europa en de VS goed voor de economie?“

Gepubliceerd op: 4 november 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag wat de beëindiging van het jarenlange handelsconflict tussen de VS en de EU betekent voor onze economie.  “Het is een stap in de goede richting maar het grotere beeld over de handel is wereldwijd negatief.”


De handelsoorlog die de Amerikaanse president Trump ontketende, is op 31 oktober 2021 gedeeltelijk gestaakt – het gevecht met China is nog in volle gang, maar aan het Amerikaans-Europese front zijn de gemoederen wat bedaard.  Het conflict begon op 1 juni 2018 met de invoering van importheffingen door de VS – 25 procent op staal en 10 procent op aluminium uit onder andere de Europese Unie. De EU liet die zet niet onbeantwoord en verhoogde de importtarieven voor een groot aantal Amerikaanse producten van 5 procent naar 31 procent. Naast staal en aluminium ging het ook om producten als motoren, cranberry-sap, whisky, schoenen en kleding.


Met het opschorten van deze EU-tarieven (die bovendien op 1 december 2021 verdubbeld zouden worden) en het schrappen van een aanzienlijk deel van de Amerikaanse importheffingen op Europees staal, lijkt de strijdbijl nu begraven. Wat gaan we daar economisch van merken?


Vies staal
Knaap: “Een econoom wordt niet blij van invoertarieven, want een land beschermt industrieën daarmee op een kunstmatige manier en dat leidt tot inefficiëntie. Als een land met een bepaalde industrie niet op eigen kracht kan concurreren op de wereldmarkt, kan het die producten beter importeren uit landen die deze goedkoper kunnen maken. Economisch gezien is het altijd beter als iedereen zich richt op waar hij het beste in is. Wat dat betreft is de recente overeenkomst tussen de VS en de EU goed nieuws. Tegelijkertijd is het niet meer dan een stap in de goede richting. Want de grotere wereldwijde trend is dat werelddelen hun markten juist afschermen.”

En volgens Knaap is het ook weer niet zo dat álle handelsbarrières tussen de VS en Europa zijn verdwenen. “De Harley-rijdende bourbon-drinker kan weer opgelucht ademhalen, want de importheffingen daarop verdwijnen volledig. Maar wat betreft staal doen de Amerikanen moeilijker: de importheffing verdwijnt alleen onder een bepaalde hoeveelheid staal. Bovendien hebben de VS en de EU aangegeven ‘geen vies staal’ meer te willen. Dat heeft weliswaar met het milieu te maken – staal uit China heeft een grotere ecologische voetafdruk –  maar ze lijken het vooral te doen om de Westerse producenten te beschermen tegen het goedkopere Chinese staal.”


Confrontatie met kwetsbaarheden

Knaap doelt op de afspraak dat staal volledig in het EU/VS-handelsblok geproduceerd moet zijn om in aanmerking te komen voor de heffingsvrije status. Zo moet voorkomen worden dat Chinees staal een laatste minimale bewerking in Europa ondergaat om daarna alsnog naar de VS geëxporteerd te worden.


Dat ‘beschermen van de Westerse wereld’ lijkt meer te maken te hebben met een strategisch streven naar onafhankelijkheid dan met het beschermen van werkgelegenheid. Knaap: “Tijdens de pandemie zijn landen met hun kwetsbaarheden geconfronteerd. Mondkapjes bijvoorbeeld moesten uit China komen, het was lastig om aan beademingsmachines te komen, enzovoorts. Men heeft zich nog eens goed achter de oren gekrabd of ze voor dergelijke strategische producten van anderen afhankelijk willen zijn. Staal is bij uitstek een strategisch product, vooral in militair opzicht. Ook China streeft naar die onafhankelijkheid – net als Europa en de VS – en wil onder andere vliegtuigen, auto’s en microchips zelf kunnen maken. Tot een bescherming van de nationale werkgelegenheid – één van de politieke beloften van Trump voor het instellen van de invoerheffingen op staal – leidt dit in ieder geval niet. De werkgelegenheid in de Amerikaanse staalindustrie liet tijdens de regeerperiode van Trump weliswaar eerst een bescheiden opleving zien van 82.000 naar 88.000, maar zakte daarna ook weer en is nu weer 82.000. Bovendien werkten er in de jaren tachtig nog 200.000 mensen. En die afname heeft alles te maken met een toenemende productiviteit per werknemer door automatisering. Dat effect is veel sterker dan dat van een invoertarief.”    


Het echte euvel
In ‘de geopolitieke factor’ blijkt dus uiteindelijk – vanuit economisch opzicht – het échte euvel voor de wereldeconomie te zitten. “Die wordt steeds belangrijker. Er is steeds minder begrip voor globalisering en handel in goederen. Ook bij politici is globalisering steeds minder populair. Als econoom zie ik dat liever anders. Het is toch een teken aan de wand dat we steeds meer schotten gaan plaatsen tussen verschillende werelddelen. Dus ja, het effect van de beëindiging van het Amerikaans-Europese handelsconflict op de economie is positief, maar beperkt. De grotere trend laat afnemende economische globalisering zien. Dat is altijd inefficiënt en onhandig. het gaat ten koste van de werkgelegenheid en het zal een negatief effect hebben op de wereldhandel.”  

Volgende publicatie:
“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

Gepubliceerd op: 28 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Joost Slabbekoorn (Senior Responsible Investment & Governance Manager) over de kans dat de klimaattop van Glasgow concrete resultaten op essentiële punten gaat opleveren. “Het financieel steunen van ontwikkelingslanden zal een van de heetste hangijzers zijn.”

 

Aan de vooravond van ‘Glasgow’ buitelen de nieuwsberichten over elkaar heen. Als één ding duidelijk wordt uit de stroom berichten is het wel dit: we staan er niet goed voor. Zo spraken de deelnemende landen aan de klimaatconferentie van Parijs in 2015 af dat de temperatuur tegen 2100 met niet meer dan 2 graden mocht stijgen. En idealiter met niet meer dan 1,5 graad. Maar als we op dezelfde voet doorgaan zoals nu, halen we die stijging van 1,5 graden al in 2030. Tegen 2100 kijken we dan aan tegen een stijging van zelfs 2,7 graden. Daarvoor waarschuwde het VN-milieuprogramma UNEP deze week.

 

Eerste stap

Er is dus werk aan de winkel. Maar de vraag is van wie de eerste stap wordt verwacht. Slabbekoorn: “De westerse landen hebben historisch gezien natuurlijk een grote verantwoordelijkheid voor de uitstoot van CO2. Maar op dit moment stijgt juist de uitstoot van landen zoals China en India snel. Deze landen kunnen zich niet op dezelfde, door fossiele brandstoffen gedreven, manier ontwikkelen als de westerse landen dat deden in het verleden. Daar zijn ze simpelweg te groot voor. Maar de snelle stijging van CO2-uitstoot in die landen komt ook doordat Europese staalfabrieken zijn verplaatst naar China!”

 

Landen als India en China hebben de kans hun ontwikkeling deels te stutten met hernieuwbare energie. Om ze hierin te steunen, zegden de westerse landen in Parijs 100 miljard euro per jaar aan klimaatontwikkelingshulp toe. Maar die belofte is nog niet ingelost. Slabbekoorn: “Grote kans dat dit ook een van de grootste hete hangijzers zal zijn in Glasgow. Ontwikkelingslanden willen dat rijke landen over de brug komen met geld, om zo het vertrouwen te herstellen. Ook zal er worden gesproken over het ‘handelen’ in doelen tussen landen. Dat wil zeggen dat de rijke landen de CO2-reductie in de ontwikkelingslanden financieren, omdat de uitstoot verlagen dáár makkelijker en goedkoper is dan op hun eigen grondgebied. Om deze handel mogelijk te maken en te kunnen verifiëren zijn dan wel duidelijke regels nodig.”

 

Prioriteiten

Slabbekoorn weet nog wel een paar punten waarop actie nodig is. “Een van de grootste prioriteiten is het afbouwen van het gebruik van steenkool voor de elektriciteitsproductie. Steenkool zorgt voor behoorlijk wat CO2-uitstoot terwijl een goed alternatief beschikbaar is, namelijk groene stroom. Ontbossing is een andere bron van enorme CO2-uitstoot. Een derde prioriteit is het instellen van een realistische prijs op CO2 en een stop op het subsidiëren van fossiele brandstoffen. Opmerkelijk is dat ook in Nederland nu de energierekening van de burger wordt gesubsidieerd. Begrijpelijk, gezien de huidige situatie, maar dit is indirect een subsidie op fossiele energie. De stijgende energieprijzen zorgen er ook voor dat veel landen huiverig zijn om versneld te stoppen met het gebruik van steenkool. En voor het tegengaan van ontbossing is de steun van Brazilië nodig. Helaas zit daar nu een president die juist op de hand is van de houtkapsector. Kortom, het ziet er wat deze drie prioriteiten betreft niet goed uit in Glasgow.”

 

Met de huidige sombere vooruitzichten kan het niet anders dan dat sommige maatregelen zullen ingrijpen in het leven van de consument. Slabbekoorn: “De consument móet er ook iets van voelen, omdat hij anders zijn gedrag niet verandert. En hoe eerder we beginnen met de transitie naar een duurzamere wereld, hoe minder geld en moeite het kost. Dat is uiteindelijk ook voor de consument prettiger. Want als we nu niets doen, moeten we later hard ingrijpen. Dan zal de breuk met onze huidige manier van leven een stuk steviger zijn, bijvoorbeeld door flink hogere kosten voor overheden en consumenten.”

 

Terugschrikken

Als deze top weinig of niets oplevert, lijkt een verdere opwarming van de aarde onvermijdelijk. “Maar er zijn allerlei wegen naar Parijs,” stelt Slabbekoorn. “Mocht inderdaad blijken dat er geen akkoord wordt bereikt in Glasgow, dan hóeft dat niet te betekenen dat het onmogelijk wordt toch binnen die 1,5 graad te blijven. Maar dan is er in de komende jaren wel een veel strenger beleid nodig op het gebied van energie en duurzaamheid. En het is de vraag of dat beleid er dan komt, aangezien landen nu al terugschrikken van al te strenge maatregelen. Ondertussen merken we wel al de fysieke gevolgen van een hogere temperatuur.

 

Het is uiteindelijk aan de deelnemende landen aan de klimaattop in Glasgow om eventuele afspraken in wetgeving op te nemen. Het klimaatakkoord van Parijs is juridisch bindend maar er bestaat geen internationaal instrument om het af te dwingen. Slabbekoorn: “Maar zodra deze afspraken zijn verankerd in nationale wetgeving, kan een land hier door de rechter aan worden gehouden. Dat zagen we in Nederland met de door Urgenda aangespannen zaak tegen de Nederlandse overheid. Tijdens de top zelf zijn diplomatieke contacten heel belangrijk. Maar dan zijn we weer terug bij het eerste punt, namelijk wie de eerste stap zet. Het ziet er nu niet naar uit dat ‘Glasgow’ concrete resultaten gaat opleveren, maar zo’n top kan gek lopen. Ik hou dus nog een slag om de arm.”

Volgende publicatie:
“Overheden lijken het onheil te kunnen afwenden”

“Overheden lijken het onheil te kunnen afwenden”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Op 21 oktober kijken de grootste pensioenfondsen van Nederland terug op de financiële resultaten van het derde kwartaal. Een geschikt moment om een aantal belangrijke vragen te beantwoorden. Is het waarschijnlijk dat de waardegroei van de klantenportefeuilles van APG blijft doorzetten tijdens de pandemie? Zijn obligaties nog steeds aantrekkelijk voor institutionele beleggers? En als dat zo is, waarom? Wat zijn de gevolgen van Covid voor kantoorruimtes en de stedelijke vastgoedmarkt? En waarom gaat APG, als aanhanger van actief beleggen, ook indexbeleggen aanbieden? APG’s Chief Investment Officer Peter Branner kijkt vooruit en deelt zijn visie aan de hand van vier stellingen.

 

It’s All Over Now? Vorig jaar hadden we een slechte economie en hebben we echt goede beleggingsrendementen behaald. Zijn deze rendementen ‘geleend van de toekomst’? (Of is het zo dat Covid juist een ondersteunende werking heeft gehad op de economie op de langere termijn?)


“De waarde van onze klantenportefeuilles daalde na de uitbraak van Covid, om daarna weer meteen te beginnen aan een herstel nadat overheden en centrale banken de markt en de economie begonnen te ondersteunen met zowel fiscale als monetaire stimuleringsmaatregelen. Nog voor het einde van 2020 was de waarde van de portefeuilles hoger dan vóór de pandemie. Hier zijn vier redenen voor aan te wijzen: de rentetarieven waren lager, de overheidssteun hield de economie overeind. De race om het vaccin zorgde voor sterke hoop dat we de crisis konden overwinnen. Bovendien had APG per saldo meer effecten die profiteerden van de pandemie en de economische steun (en andere gebeurtenissen die in dat jaar plaatsvonden) dan de markt.

Of er ooit een tijd komt dat we dit “terug moeten betalen” kunnen we niet met 100% zekerheid zeggen. Wat we wel weten, is dat centrale banken en overheden de steun gaan afbouwen. Dat zal de prijzen van activa onder druk zetten. Aan de andere kant zijn beleggers mogelijk bereid hogere prijzen te blijven betalen voor risicovolle activa, omdat ze hebben geleerd dat beleidsmakers in staat zijn om het onheil af te wenden. Daarnaast kan de economie mogelijk een nieuw groeitraject ingaan, aangedreven door investeringen in schone energie en ondersteund door nieuwe manieren van werken en samenwerken. De markten zullen een evenwicht vinden tussen deze tegengestelde vectoren.”

 

Bond Theme. ‘De toekomst van obligaties is niet meer wat het ooit was’. Het is onwaarschijnlijk dat de trend van dalende rentetarieven blijft voortduren en deze kan zelfs omgekeerd worden. Daardoor zijn obligaties vanuit een rendementsoogpunt een stuk minder aantrekkelijk.


“De rente die we momenteel krijgen op obligaties is negatief, wat betekent dat we moeten betalen om deze aan te houden. Een belangrijke reden waarom we obligaties zouden blijven aanhouden, is de mogelijkheid dat de rente een nóg negatievere richting opgaat. In dat geval zal de waarde van de obligaties die we hebben, stijgen. En dat is, gemiddeld gezien, precies het geval geweest in de afgelopen 20 jaar. Op de kortere termijn zou dit zich voordoen tijdens een financiële crisis, of wanneer centrale banken de rentetarieven blijven verlagen om de inflatiedoelstellingen te realiseren. Toch hebben we tijdens de coronacrisis van 2020 al gezien dat de rentetarieven niet significant zijn gedaald. Dus het aanhouden van obligaties heeft onze klanten niet zoveel geholpen als vroeger het geval geweest zou zijn.


Het lichtpunt is hier dat de huidige waarde van de verplichtingen van onze klanten – de pensioenen die in de toekomst uitbetaald moeten worden – zich als een obligatie gedraagt.  Dus als het minder aantrekkelijk is om obligaties aan te houden, betekent dat ook dat de verplichtingen die zijn aangegaan niet zo risicovol zijn. Dit was en is nog steeds het belangrijkste argument voor pensioenfondsen om obligaties aan te houden.”

 

I’m A Loser. De Nederlandse architect Rem Koolhaas heeft openlijk gezegd dat de ‘Stadsbewoners van nu losers zijn’. Betekent Covid slecht nieuws voor kantoorruimtes en stedelijk vastgoed?


“De betaalbaarheid van stedelijke huisvesting staat onder grote druk. Dit wordt gedeeltelijk gedreven door de vraag: mensen trekken naar de stad vanwege de economische, sociale, educatieve en culturele mogelijkheden (waaronder de aanwezigheid van stimulerende architectuur van Koolhaas en zijn vakgenoten) die de steden te bieden hebben. Covid heeft een verandering teweeggebracht in de manier waarop mensen elkaar ontmoeten, socialiseren, werken en samenwerken. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke impact dit zal hebben op het vloeroppervlak dat een kantoormedewerker nodig heeft. Het is dus ook nog geen vaststaand gegeven dat dit zal afnemen. Wél duidelijk is dat het voor kantoren moeilijker wordt om aan de eisen te voldoen. Kantoren moeten nog steeds goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer. En de private vervoersmiddelen moeten efficiënter worden qua verbruik en een uitstekende en robuuste technologische infrastructuur hebben. Binnenstedelijke ontwikkeling, geconcentreerd rond openbare transportverbindingen, blijft een van de duurzaamste manieren om de samenleving te voorzien van mogelijkheden om met elkaar in contact te komen.“ 

 

Play With Fire. De markten voor meme-aandelen, bitcoins, etc., lijken tegenwoordig wel een spelletje te zijn. ‘Flows’ lijken belangrijker te zijn dan fundamentals. Dat klinkt niet als efficiënte markten. Dus waarom maakt APG een verschuiving richting indexbeleggen?  


“Actief beleggen betekent kiezen welke effecten en bezittingen er in een bepaalde markt gekocht moeten worden, in plaats van die beleggingen exact af te stemmen op de marktindex. Om dat te kunnen doen, moeten onze beleggers onderzoeken wat de waarde van die assets in een bepaalde markt zou kunnen zijn en de meest aantrekkelijke activa daaruit kiezen. Dit kost geld, wat betekent dat actief beheer meer rendement moet genereren dan de kosten die ervoor gemaakt worden. Het kost tijd, omdat het wel even kan duren voordat die aantrekkelijke investeringen inderdaad meer geld opleveren dan de index. En er is ook wat geluk voor nodig, omdat de beoordeling ook verkeerd kan uitpakken. Het is een beetje vergelijkbaar met een sportwedstrijd: zelfs het best getrainde team, met de meest vaardige coaches en spelers, zal niet in de eerste minuut scoren en zal niet elke wedstrijd winnen. Maar zo'n team heeft wel een goede kans om aan het einde van een lang seizoen bovenaan de ranglijst te eindigen.


APG weet hoe actief beheer in elkaar zit en is ervan overtuigd dat het toegevoegde waarde kan opleveren. We moeten echter ook erkennen dat, op basis van kosten-batenoverwegingen, niet alle klanten voor een actieve benadering willen kiezen in alle markten waarin ze beleggen. En gezien onze omvang, kan APG ook die klanten helpen met innovatieve en verantwoorde indexoplossingen.”

Volgende publicatie:
"Is de angst voor het inflatiespook terecht?"

“Is de angst voor het inflatiespook terecht?”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Senior Strategist Frank van Weegberg over de vraag of de opgelopen inflatie van kortdurende aard is of niet. “Globalisering heeft decennialang de prijzen gedrukt.”


Nu het inflatiecijfer in Europa is opgelopen tot 3 procent en in de Verenigde Staten gestegen is tot 5 procent, is de hamvraag: Is het een ‘piek’ of ‘schok’ van één tot twee jaar, of gaat de inflatie langer duren en op die manier de koopkracht uithollen? Dikke kans dat het om het eerste gaat, zegt Van Weegberg. “De huidige inflatie bestaat voornamelijk uit twee effecten. Het ene wordt veroorzaakt door problemen met productie, logistiek en bevoorrading. Het andere effect is het gevolg van de fors gestegen gasprijzen. Wij denken dat beide effecten tijdelijk zijn. En dus is de huidige inflatie waarschijnlijk ook van voorbijgaande aard.”


Het eerste effect (de productie-, logistieke en bevoorradingsproblemen) trad als gevolg van de coronapandemie wereldwijd op. Van Weegberg: “Denk bijvoorbeeld aan de schaarste van computerchips, waarvan de gevolgen hebben doorgewerkt in veel industrieën. Maar er hebben ook heel veel spullen vastgezeten in het Suezkanaal, als gevolg van de blokkade in maart door containerschip Ever Given. Dit alles heeft voor veel producten geleid tot gestegen prijzen. Maar op een gegeven moment, als de laatste naweeën van die problemen zijn weggeëbd en het aanbod zich weer heeft hersteld, dalen die prijzen ook weer.”    


Schaliegas

Ook het tweede effect – de gestegen prijzen voor olie en gas – blijft volgens de Senior Strategist naar verwachting niet lang aanhouden. “Ook daar zijn de hoofdoorzaken tijdelijk van aard: problemen bij de gasproductie in Noorwegen, een laag aanbod van windenergie als gevolg van een ongebruikelijk windstille periode en het uitblijven van de goedkeuring van de Nord Stream 2 gaspijpleiding. Dergelijke prijsstijgingen zijn schoksgewijze effecten die ook weer verdwijnen, ook omdat bijvoorbeeld het aanbod van schaliegas toeneemt. Dat is relatief bewerkelijk om te produceren maar bij een hoge olie- en gasprijs wordt het weer rendabel.”


En oplopende Covid-19 besmettingen in de winterperiode? Kunnen die nog roet in het eten gooien? “Nieuwe lockdowns zouden het aanbod van producten weer kunnen drukken, wat voor een nieuwe inflatiepiek kan zorgen. Maar ook dan is het effect op de inflatie niet structureel. Dat kun je ook aflezen aan de verwachtingen van officiële partijen, zoals centrale banken. De Europese Centrale Bank bijvoorbeeld gaat ervan uit dat de inflatie in de Eurozone terugvalt naar 1,5 procent in 2023.”   


Wanneer ligt die structurele, langdurige inflatie dan wel op de loer? Van Weegberg: “Dat soort inflatie ontstaat eerder als we te maken krijgen met een loonprijsspiraal. Als de lonen te veel stijgen, duwt dat het algemene prijspeil omhoog want arbeid wordt duurder. Maar zo’n spiraal ontstaat pas wanneer een hoge economische groei en een lage werkloosheid gelijktijdig optreden. De werkloosheid in Nederland is weliswaar laag, maar in de Eurozone is hij met 7,5 procent nog relatief hoog. Om die reden is een loonprijsspiraal nu onwaarschijnlijk.”


Vakbonden
Naast die hoge Europese werkloosheid zijn er volgens Van Weegberg nog twee redenen waarom we dat effect van stijgende lonen op de inflatie waarschijnlijk niet gaan zien. “De macht van vakbonden is kleiner geworden. Zelfs in traditionele industrieën als de metaalindustrie zijn tegenwoordig veel minder werknemers lid van een vakbond. In nieuwere sectoren is de organisatiegraad nog veel lager. Tel daarbij op het toegenomen aantal zzp’ers en het is niet vreemd dat de onderhandelingspositie van vakbonden is verslechterd.   
Daarnaast is ook het effect van stijgende lonen op het algemene prijspeil minder sterk geworden. Globalisering betekende dat we meer zijn gaan importeren uit landen met lagere lonen. Dat heeft decennialang de prijzen gedrukt. Dus als onze eigen lonen stijgen, leidt dat niet meer zo snel tot inflatie als voorheen.”  


Met het ‘spook’, zoals dat in de jaren ’20 in Duitsland opdoemde, krijgen we dus voorlopig niet te maken. En de inflatie die nu optreedt, is eigenlijk wel gezond, zegt Van Weegberg. “We hebben lange tijd een heel lage inflatie gehad, zelfs minder dan 1 procent. Normaliter zitten we in Europa rond de 1,5 procent. Met die 3 procent zitten we daar nu ruim boven. Ik verwacht niet dat de ECB de rente in de komende twee, drie jaar verhoogt. Maar als de ECB door een aanhoudend hoge inflatie uiteindelijk genoodzaakt is de rente te verhogen, is dat op de lange termijn voor iedereen beter. De huizenmarkt normaliseert dan wellicht weer. En het gaat weer lonen om te sparen. Nu heb je koopkrachtverlies op je spaargeld. Geen enkele overheid wil dat.”

Volgende publicatie:
Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Gepubliceerd op: 14 oktober 2021

APG moedigt samen met 22 grote internationale beleggers de Zuid-Koreaanse regering aan om tot een duidelijk transitiepad te komen dat aansluit bij de klimaatafspraken van Parijs. Het land moet daarvoor onder andere stoppen met de bouw van nieuwe kolencentrales. Duidelijk klimaatbeleid helpt Koreaanse bedrijven om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. APG is namens haar pensioenfondsklanten een van de drijvende krachten achter dit initiatief.  

 

De deelnemende beleggers voeren actief engagement (het aanwenden van invloed door aandeelhouders om bedrijven tot veranderingen aan te zetten) met Zuid-Koreaanse bedrijven. In een brief aan de Zuid-Koreaanse presidentiële klimaatcommissie schrijven ze dat het nationale energie- en klimaatbeleid voor deze bedrijven van groot belang is om hun streven naar netto nul uitstoot (net zero emissions) waar te maken. De brief wordt ondersteund door Climate Action 100+ en is ondertekend door beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 5.800 miljard. APG behoort met BMO Global Asset Management, EOS Federated Hermes en Sumitomo Mitsui Trust Asset Management tot de initiatiefnemers.

 

Bedrijven hebben behoefte aan duidelijk klimaatbeleid

De ondertekenaars stellen dat Zuid-Koreaanse bedrijven duidelijk nationaal beleid nodig hebben voor een succesvolle overgang naar net zero, het beperken van klimaatrisico’s en het behouden van waarde op de lange termijn. “Dit vergt ook een helder tijdspad voor het uitfaseren van kolen in lijn met de doelstelling van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1.5°C”, staat in de brief.

 

De beleggers dringen erop aan dat de presidentiële commissie transitiepaden uitstippelt die uitgaan van het onlangs ontwikkelde Net Zero 2050-scenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). “Deze transitiepaden moeten volledig in lijn zijn met het Parijse klimaatverdrag en ervoor zorgen dat de Zuid-Koreaanse economie uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is. Ook moet niet verder worden ingezet op kolen, want dat vertraagt de onvermijdelijke en hoognodige overgang naar duurzame energie”, zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd APAC Responsible Investment & Governance bij APG.

 

Geen kolenexpansie

In augustus uitte APG in een brief aan de Koreaanse regering al zorgen over de kolencentrales die momenteel in het land worden gebouwd. Vorig jaar verkocht APG haar belang in Korea Electric Power Corp. (KEPCO) vanwege de voorgenomen bouw door het staatsbedrijf van kolencentrales in Vietnam en Indonesië. "De uitbreiding van kolengestookte energie in Zuid-Korea gaat in tegen de inspanningen om klimaatverandering te bestrijden," zegt YK. "Het risico is ook dat de centrales minder waard of onrendabel worden omdat ze maar beperkt worden gebruikt of omdat er extra inspanningen nodig zijn om de CO2-uitstoot te compenseren.”

 

Climate Action 100+ is een samenwerkingsverband van 615 beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 47.000 miljard. ’s Werelds grootste beleggersinitiatief spant zich ervoor in dat bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot van broeikasgassen actie ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Volgende publicatie:
“Is de Chinese vastgoedcrisis een risico voor de wereldeconomie?”

“Is de Chinese vastgoedcrisis een risico voor de wereldeconomie?”

Gepubliceerd op: 7 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of de wereldeconomie geraakt gaat worden door de torenhoge schuldenlast van Chinese projectontwikkelaars. “De kans dat de pleuris écht uitbreekt en de Chinese burger het vertrouwen verliest dat de overheid deze crisis kan oplossen, is klein.”

 

Gaat de in problemen verkerende Chinese vastgoedmarkt een wereldwijde crisis op financiële markten veroorzaken? Zoals dat bij het omvallen van Lehman Brothers in 2008 gebeurde? Dat is de vraag die veel beleggers bezighoudt sinds bekend werd dat de Chinese vastgoedmammoet Evergrande (totale schuld € 260 miljard) niet meer aan zijn rentebetalingsverplichtingen kon voldoen. Volgens Knaap is het onwaarschijnlijk. “De eerste vraag is of deze vastgoedcrisis een bedreiging is voor de Chinese economie zelf. Dat weet je nooit honderd procent zeker, maar die kans is klein. De Chinese overheid heeft namelijk een veel sterkere positie om in te grijpen dan Westerse regeringen, onder andere omdat ze delen van de financiële sector bezit. Als de regering wil dat een onderneming een lening krijgt van de staatsbank, dan kríjgt de onderneming die lening. Zo kan ze bedrijven uit de brand helpen.”

 

Geld terug
Bovendien hebben de Chinezen veel schuld, maar vooral aan zichzelf, zegt Knaap. Ook dat draagt bij aan de beheersbaarheid van het economische risico door de overheid. “Men hoeft niet bang te zijn dat er buitenlandse schuldeisers op de stoep staan die stante pede hun geld terug willen.”     

 

Een financieel domino-effect, zoals dat werd veroorzaakt door de val van Lehman Brothers, ligt daarom volgens Knaap niet voor de hand. “Het risico dat een crisis in een bepaalde sector overslaat naar de hele economie, is door die dominante overheidsrol in China veel kleiner dan bij ons. Men durft het aan om het te laten ploffen. Er zijn ook voorbeelden waarbij dat goed is gegaan, zoals Baoshang Bank en Huarong Asset Management. Vergeet ook niet dat de Chinese overheid deze crisis in feite zelf heeft opgeroepen. Alleen al daarom is het een heel andere situatie dan bij Lehman. Toen zorgde niet de overheid voor de aanleiding, maar de huizenmarkt.”

 

Pijn nemen
In welke zin heeft de Chinese regering deze crisis dan opgeroepen? Knaap: “Chinese vastgoedontwikkelaars lenen veel en stevig. De machthebbers hebben daar inmiddels hun bedenkingen bij. Want als de schulden blijven stijgen, wordt het financiële risico simpelweg te groot. Om dat een halt toe te roepen, heeft de toezichthouder vorig jaar een aantal regels ingesteld. Door die nieuwe, strengere regels konden vastgoedbedrijven met veel schuld in feite geen geld meer lenen op de manier waarop ze dat gewend waren. Daardoor waren ze aangewezen op de verkoop van hun eigen onroerend goed. Uiteindelijk ging dat niet snel genoeg, waardoor het op schuld gebaseerde groeimodel vastliep. Dat doet dan even pijn. China heeft ervoor gekozen om de pijn te nemen nu het probleem waarschijnlijk nog lokaal en beheersbaar is. En daar mogen we eigenlijk wel blij mee zijn. Want als het goed gaat, voorkomt deze ingreep dat de schuldpositie van ondernemingen echt een systeemrisico gaat vormen.”

 

En daarmee is ook het risico voor de wereldeconomie te overzien, zegt Knaap. “Zolang er bij de Chinezen geen paniek ontstaat, levert het geen schade op aan hun economie en zijn de problemen in de vastgoedsector waarschijnlijk wel te managen. Er is geen vertrouwenscrisis zoals bij Lehman, toen er op financiële markten fundamentele onzekerheid heerste. Wereldwijd blijft de economische impact dan beperkt tot buitenlandse schuldeisers van Evergrande die hun geld waarschijnlijk niet terugzien. De kans dat de pleuris écht uitbreekt en de Chinese burger het vertrouwen verliest dat de overheid deze crisis kan oplossen, is klein. Maar in dat geval gaan we het hier ook merken, in de vorm van minder export en problemen met de aanvoer van producten.”

 

Grens bereikt
We moeten volgens de econoom echter wél rekening houden met het effect van de strengere kredieteisen op de schuldenopbouw van de Chinezen. “Hoe meer er in China geleend wordt, hoe meer we daar wereldwijd in economisch positieve zin van merken. Tot nu toe heeft China economische tegenwind steeds het hoofd geboden door meer schulden te maken en daarmee te investeren in de groei van de economie. Maar de grens van die methode is nu bereikt. Chinezen krijgen minder makkelijk een hypotheek en aan sommige bedrijven wordt geen krediet meer verleend. Dat gaat ten koste van de economische groei en dat gaat men in het buitenland dus ook merken. Dat is het belangrijkste en meest waarschijnlijke wereldwijde effect.”

Volgende publicatie:
“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

Gepubliceerd op: 26 augustus 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt voor de Nederlandse economie.

 

3,1 Procent. Dat is het percentage van de beroepsbevolking dat in juli 2021 geregistreerd stond als werkloos, aldus het CBS. Een dergelijk laag werkloosheidscijfer heeft een krappe arbeidsmarkt tot gevolg. Gaat de Nederlandse economie daaronder lijden? In de komende jaren niet, zegt Thijs Knaap. Maar op de lange termijn spelen er trends die serieuze aandacht nodig hebben, anders pakt het wél nadelig uit voor onze economie.


GGD

Knaap: “Tijdens de coronacrisis hebben we een cijfer van 4,6 procent gezien, dus de werkloosheid daalt nu best wel hard. Helemaal nul wordt de werkloosheid nooit. Maar met die 3,1 procent zitten we aardig dicht bij het laagste cijfer ooit – 2,9 procent in februari 2020. Er zijn nu meer vacatures dan werklozen. Maar dat komt óók door de mismatch tussen de soorten banen die worden aangeboden en de profielen van de werkzoekenden. Dat heeft een tekort tot gevolg, maar de ervaring leert dat zo’n probleem zichzelf binnen een paar jaar ook weer oplost. Een kwart van het horecapersoneel is bijvoorbeeld iets anders gaan doen tijdens de coronacrisis. Een deel van deze mensen is bij de GGD gaan werken, dus die zijn nu niet beschikbaar. Maar dat past zich wel weer aan, door hogere horecalonen bijvoorbeeld.”

 

En zo zijn er op de arbeidsmarkt volgens Knaap wel meer tijdelijke onevenwichtigheden die zichzelf oplossen. “Er is in Nederland ook nog een flinke hoeveelheid aan onbenut arbeidspotentieel. Er zijn 3,7 miljoen mensen die niet op zoek zijn naar werk, maar sommigen daarvan kunnen daartoe wel verleid worden. Parttime werkende vrouwen bijvoorbeeld. Dat potentieel kun je aanboren door lonen te verhogen maar ook door andere, aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden te bieden. Voorbeeld: iemand die nu een beperkt aantal uren werkt vanwege de combinatie met de zorg voor kinderen, wil wellicht meer werken als dat werk vanuit huis gedaan kan worden.”

 

Op de loer

Over de ‘snelle dynamiek’ zoals Knaap het noemt, maakt hij zich dus niet zo veel zorgen. In de komende decennia ligt er echter een structureel probleem op de loer dat zichzelf niet zomaar oplost. “We zouden ons meer zorgen moeten maken over de langzame dynamiek die ondertussen optreedt. De vergrijzing speelt daarin een sleutelrol. Er komen steeds meer gepensioneerden. De mensen die nu met pensioen gaan, zijn gaan werken in de jaren zeventig – waarin pensioenopbouw al gebruikelijk was. Op die manier loopt het aandeel op van mensen die niet werken maar wel geld besteden. Naarmate mensen ouder worden, hebben ze een grotere behoefte aan diensten. Bijvoorbeeld iemand die de tuin doet of huishoudelijke taken uit handen neemt, of een fysiotherapeut. Het aandeel van mensen die deze diensten kunnen leveren, neemt echter af. In de snelle dynamiek speelt dit effect een ondergeschikte rol. Maar op de lange termijn gaat dit echt wringen, tenzij je er iets aan doet.”

 

Met dat ‘wringen’ doelt Knaap op het inflatiespook. Bij een stijgende vraag en een dalend aanbod zal arbeid – en daarmee eigenlijk alles – onherroepelijk duurder worden. Wat kun je doen om dat te voorkomen? Knaap: “Grofweg zijn daar drie manieren voor. De eerste: zo veel mogelijk goederen importeren en Nederland zo veel mogelijk een diensteneconomie laten zijn. Zodat we voldoende aanbod van diensten realiseren en de prijzen daarvan dus niet heel sterk hoeven te stijgen. De tweede manier is migratie, zodat we nieuwe arbeidskrachten krijgen. Dat is de oplossing waarop Nederland de afgelopen jaren het meest heeft ingezet. Maar die oplossing levert wel weer nieuwe problemen op. Het zet de huizenmarkt en het openbaar vervoer verder onder druk. Bovendien is het een politiek beladen oplossing. De derde manier is het verhogen van de productiviteit, bijvoorbeeld via zorgrobots en zelfrijdende taxi’s. Daarin spelen die lonen nog wel een rol want als arbeid duurder wordt, ontstaat er een prikkel om te innoveren.”

 

Falen

Welke oplossing of combinatie van oplossingen ontstaat, is deels aan de politiek. Maar een scenario waarin helemaal geen migratie plaatsvindt, kan slecht uitpakken voor de gepensioneerde, waarschuwt Knaap. “Niet alles valt te importeren of te automatiseren. Zonder arbeidsmigratie kan het leven flink duurder worden, waardoor een pensioen in feite minder waard wordt. In zekere zin falen we dan in onze missie als pensioenuitvoerder.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven, over de vooruitzichten op de Nederlandse huizenmarkt.


De prijzen van koopwoningen blijven maar stijgen. Kan dat wel goed blijven gaan? Kalshoven vermoedt van wel. In het meest waarschijnlijke (basis)scenario zal de huizenmarkt voorlopig niet onderuitgaan, denkt de econoom. De cruciale factor daarin is de rente.

“Begin jaren negentig zagen we nog percentages rond de 10 procent en gemiddeld zat de rente in dat decennium ruim boven de 6 procent. Zover zal hij nu echt niet oplopen. Bovendien verwachten we dat de stijging heel geleidelijk zal gaan, terwijl de inkomens meegroeien met de economie. Maar voorlopig houdt de ECB de rente laag, wat ook doorwerkt in de hypotheekrente. We denken dat het vijf tot tien jaar kan duren voordat de rente een nieuw, wat hoger evenwicht bereikt. Je moet dan niet denken aan de niveaus van de jaren negentig, of de ‘jaren nul’ – toen de rente gemiddeld zo’n 5 procent was. Voor de huizenbezitter is dat een gunstig scenario, want een lage rente maakt alles duurder. Aandelen, obligaties en dus ook huizen.”

Oplawaai
In een ongunstiger maar ook onwaarschijnlijker scenario steekt een nieuwe virusvariant de kop op, met bijbehorende lockdowns. De wereldeconomie krijgt dan weer een oplawaai.  
Kalshoven: “In dat scenario zien we een lage rente, maar ook een hoge werkloosheid en veel faillissementen. Banken kunnen dan op de rem gaan staan bij het verstrekken van hypotheken. In dat geval ontstaat een kopersmarkt waarin de huizenprijzen dalen. Van dit scenario zien we nu geen voortekenen. Er is geen signaal dat de huizenmarkt afkoelt.”


Een ander ongunstig scenario ontstaat vreemd genoeg als het economisch té goed gaat. Op de daarbij horende krappe arbeidsmarkt willigen werkgevers nieuwe looneisen eerder in. En dat kan leiden tot een blijvend hoge inflatie. “Centrale banken moeten in dat geval wel de rente verhogen. Lenen wordt dan duurder en daardoor kunnen de huizenprijzen onder druk komen te staan. Dat gebeurt vooral als de rente abrupt stijgt, want dan domineert het negatieve rente-effect het positieve effect van de stijgende inkomens. Maar zo’n loon-prijsspiraal is echt nog ver weg.”


Wie de Nederlandse markt voor koopwoningen wil begrijpen, kan niet om het schaarse huizenaanbod heen. “Dat aanbod is bij ons niet zo flexibel. We leven in een klein land, waarin je – ook door de strenge regels – niet zomaar even bijbouwt. Dus als de vraag stijgt, kan de huizenmarkt daar maar op één manier op reageren en dat is door prijsstijgingen. Er zijn nu weliswaar plannen om 1 miljoen huizen te bouwen voor 2030, maar ik moet het nog zien. In plannen kun je niet wonen.”


Grote zak geld
Nederlanders leggen dus steeds meer geld op tafel voor hun huizen. Over de vraag waar dat geld vandaan komt, hoeft Kalshoven niet lang na te denken. “Sinds begin jaren negentig is de rente flink gedaald en met een gemiddelde van 1,6 procent (cijfer van april – red.) nog steeds historisch laag. Kopers kunnen daardoor meer bieden op een huis, waardoor de prijzen stijgen. Voor degenen die nog geen huis hebben, is het natuurlijk wel ongunstig.”


Naast die lage rente zijn nog meer redenen waarom we met zo’n grote zak geleend geld de huizenmarkt op kunnen. “De leennormen zijn ook soepeler geworden. In de jaren tachtig kon je alleen op het inkomen van de kostwinner een hypotheek krijgen. Daarna mocht je daar ook het inkomen van de parttime werkende partner – meestal de vrouw – bij optellen. En vrouwen zijn ook meer gaan werken, waardoor tweeverdieners hogere hypotheken kunnen krijgen.


Overeind

Het zijn dus met name het blijvend schaarse aanbod en de langdurig lage rente, die de fundamenten vormen onder de Nederlandse huizenmarkt. Tenzij de economie ons onaangenaam verrast, vallen die fundamenten niet zomaar weg. De markt voor koopwoningen zal voorlopig goed overeind blijven.”

Volgende publicatie:
“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap, over de economische gevolgen van het wereldwijde tekort aan computerchips.

“Het meest simpele, directe gevolg, is dat het met fabrikanten van chipmachines goed gaat. Vanaf eind oktober is de beurskoers van ASML inmiddels met 85 procent opgelopen, terwijl de AEX over die periode ‘maar’ met 37 procent is gestegen. Maar dat blijft natuurlijk niet zo doorgaan. Voor een belegger in chipmachinefabrikanten is het goed om te weten dat de vraag naar chipmachines kenmerken heeft van de varkenscyclus. Als de vraag naar koteletten – en dus ook de prijs – hoog is, breiden varkensboeren uit. Als dat nieuwe vlees op de markt komt, is er juist weer teveel, wat de prijs drukt. Dat geldt ook voor de markt voor chipmachines. Net als bij varkensboeren duurt het even voordat er nieuw aanbod is gecreëerd. Dat brengt het risico met zich mee dat er over een paar jaar weer een overschot aan chipmachines en chips is. Een belegger in chipmachinefabrikanten moet daarom weten wanneer het mooi is geweest.” 

 

Bottleneck

Het indirecte effect van het chiptekort is veel groter, legt Knaap uit. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit tegenwoordig een chip in. Voor autofabrikanten is het tekort een bekende bottleneck, maar de héle aanleverende industrie heeft er last van. Als die niet genoeg chips krijgt, leidt dat ook tot een gebrek aan andere onderdelen. Het risico bestaat dat de Westerse economieën vastlopen door dat tekort.

Alles is duur nu, niet alleen chips maar ook olie. Als de prijzen van veel componenten en halffabricaten oplopen, ontstaat in het ergste geval een situatie die vergelijkbaar is met de olieschokken van de jaren ’70. De grote vraag die boven de markt hangt, is: leidt het tot inflatie? Dat is de angst van veel beleggers. Centrale banken voeren nu een ruim monetair beleid, onder andere door staatsobligaties en bedrijfsobligaties op te kopen. Voor beleggers is dat mooi, want het stuwt de prijzen van obligaties én aandelen op. Maar als er inflatie ontstaat, verliezen centrale banken het excuus om dat ruim monetair beleid te voeren. Ze moeten dan stoppen met het opkopen van obligaties en in dat geval werkt het mechanisme de andere kant op. De kans neemt toe dat beurzen zullen dalen, en omdat het huidige monetair beleid al sinds 2008 wordt gevoerd, kun je zelfs een flinke correctie krijgen. Voor beleggers zal dat even slikken zijn.”


Cryptovaluta
De hoofdoorzaak van het wereldwijde tekort aan chips, was de door de Corona-pandemie extreem toegenomen vraag. Daarin speelden met name het thuiswerken en de toegenomen vraag naar spelcomputers een rol. Toch is dat volgens Knaap nog niet het hele verhaal. “De vraag naar chips heeft óók een hoge vlucht genomen door de toegenomen populariteit van cryptovaluta. Om bitcoins te minen, zijn heel veel chips nodig. En ook aan de aanbodkant speelt het een en ander. In het begin van 2020 lagen veel bedrijven in Azië stil door de lockdowns. Dat merk je nog steeds in de beschikbaarheid van goederen, waaronder chips. Bovendien zijn we onszelf door Covid-19 gaan afvragen of we voor bepaalde producten wel zo afhankelijk willen zijn van buitenlandse producenten – mondkapjes, medische apparatuur, enzovoort. Het antwoord is nee. Productie zal weer meer in Europa en de VS gaan plaatsvinden, in plaats van China. Dat is goed voor onze onafhankelijkheid. Maar het betekent wel dat alles duurder wordt.”

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

Gepubliceerd op: 22 februari 2021

Twee economen over een andere vorm van economische groei

Economische groei begint zijn tol te eisen van mens en milieu. De natuur heeft haar grenzen bereikt en mensen komen in opstand tegen de ongelijke verdeling van rijkdom. Volgens economen Hans Stegeman van Triodos Investment Management en Charles Kalshoven van APG hebben we een drastisch andere denkwijze nodig. “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is.”

 

Hans Stegeman is Chief Investment Strategist bij impactbelegger Triodos Investment Management. Hij publiceert regelmatig over de grenzen aan het huidige economische systeem. Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG. In zijn columns bespreekt hij economische ontwikkelingen en wat die betekenen voor ons dagelijks leven.

 

Hans, als econoom publiceer je geregeld over je overtuiging dat het huidige systeem van streven naar eindeloze economische groei niet meer houdbaar is. Wat bedoel je daarmee?

“Ik ben niet tegen economische groei, maar die heeft wel grote nadelige gevolgen voor de aarde. Denk aan klimaatverandering, toenemende sociale ongelijkheid en de drastische afname van biodiversiteit. Er wordt wel gezegd dat nieuwe technologie die problemen kan oplossen, maar daarvoor heb ik nog geen overtuigend bewijs gezien. Ik hoop van harte dat technieken als CO2-afvang (het opvangen van CO2 zodra het bij verbranding vrijkomt en daarmee voorkomen dat het in de lucht komt, red.) helpen, maar ik heb mijn twijfels. Ik denk echt dat we naar een andere vorm van groei moeten. Overigens vind ik economische groei een beperkt begrip om vooruitgang te meten. Groei staat niet altijd gelijk aan geluk of welzijn.”

 

Charles: “De klassieke economische theorie ziet economische groei als de uitkomst van kapitaal en arbeid. Maar sinds de industriële revolutie is daar een belangrijke factor bijgekomen, namelijk energie. En tot dusverre is dat vooral fossiele energie. Die heeft zijn prijs, in de vorm van schade voor mens en milieu. Maar die wordt niet of onvoldoende doorberekend in de prijs van producten.”

 

Toch hebben arme landen economische groei nodig om uit de armoede te komen.

Charles: “Dat is een lastig dilemma. Als je armoede wil bestrijden, heb je economische groei nodig. En die leidt weer tot een grotere vraag naar energie. Aan de andere kant wil je het gebruik van energie beperken om klimaatverandering tegen te gaan. We moeten dus op zoek naar een ander soort groei, waarvoor minder energie nodig is en meer gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. We moeten zorgvuldiger met grondstoffen omgaan en die hergebruiken; we moeten minder spullen én mensen over de hele wereld vervoeren. Wat helpt, is dat economische ontwikkeling meestal leidt tot kleinere gezinnen en dus een lagere bevolkingsgroei. Dat is weer gunstig voor het klimaat.”

 

Hans: “De grenzen van ons ecosysteem zijn keihard. Er is maar één aarde. Daar is niet aan te tornen. We zullen een manier moeten vinden om binnen deze grenzen welvaart te creëren voor iedereen. De welvaart is enorm ongelijk verdeeld. De rijkste 10% van de wereld – en daar horen ook de meeste Nederlanders bij – kopen steeds meer spullen, zonder daar echt gelukkig van te worden. Terwijl er tegelijkertijd miljarden mensen zijn die honger lijden en amper een dak boven hun hoofd hebben. Dit moet eerlijker.”

 

Hoe krijgen we zo’n duurzame, eerlijke vorm van economische groei van de grond?

Hans: “We moeten in het westen anders gaan denken. We leven in een competitieve wereld, waarin iedereen naar de top wil racen. Met een duur horloge of merkkleding als statussymbool. Maar worden we daar echt gelukkig van? Of zijn dat toch eerder waarden als saamhorigheid, en tevreden zijn met wat je hebt? Om zo’n omslag in het denken voor elkaar te krijgen, moeten alle betrokken partijen meewerken: de overheid, bedrijven, consumenten én beleggers. Je moet op alle borden schaken. En elke partij start vanuit een ander punt. Dat is heel complex.”

 

Charles: “We hebben een andere definitie nodig van ‘een goed leven’. Nu is dat massaconsumptie. En status. Maar wat status geeft, kan veranderen. De jongere generatie vindt het allang niet ‘cool’ meer om 80 uur per week te werken, en hecht belang aan andere zaken dan veel geld verdienen. Ook de overheid heeft hier een rol in te spelen. Die moet een stip op de horizon zetten: daar willen we met ons allen heen. En dit vervolgens stimuleren met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door de kosten van CO2-uitstoot in de prijzen van producten op te nemen.”

    Hans Stegeman (links) en Charles Kalshoven. 

 

 

Heeft ‘corona’ iets veranderd in onze manier van denken? Heeft het een duurzame economie dichterbij gebracht?

Hans: “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is. Zo vroeg ik bijvoorbeeld of dit interview een kwartiertje eerder kon beginnen, omdat ik mijn zoontje met de slee van school wilde halen. Wat ik heb geleerd, is dat mensen worden gemotiveerd door een positieve beloning. Niet door de afschrikwekkende werking van een negatief vooruitzicht. Als we iets willen veranderen in ons economisch denken, bereiken we het meest door met positieve voorbeelden te inspireren. Vooral aangeven wat er wel kan en hoe dat kan bijdragen aan ons welzijn.”

 

Charles: “Ik zie dat corona wel invloed heeft gehad op de politiek. In Europa heeft corona echt een impuls gegeven aan groene initiatieven, zoals de Green Deal (een actieplan om de economie van de Europese Unie duurzaam te maken, red.). De houding van overheden is ook verschoven van bezuinigen en financiële discipline naar investeren in de maatschappij en het ondersteunen van getroffen mensen en ondernemingen. Het verhogen van de overheidsschuld is niet meer zo’n taboe als voorheen.”

 

Hans: “Het virus heeft ons bewuster gemaakt van onze relatie met de natuur. Ik vind wel dat de overheid een enorme kans heeft laten liggen door geen voorwaarden te verbinden aan de steun voor bedrijven, bijvoorbeeld Schiphol. Dit was een mooie gelegenheid geweest om de verduurzaming van Schiphol te versnellen. Het in stand houden van iets wat niet houdbaar is, is eigenlijk weggegooid geld.”

 

Welke rol kunnen pensioenfondsen en beleggers spelen in de verduurzaming van de economie?

Charles: “Met het geld dat we namens onze pensioenfondsen beheren, spelen we een belangrijke rol. En dat gaat verder dan producenten van slechte producten uitsluiten. Wij gaan met bedrijven in gesprek. Bijvoorbeeld over hoe ze de omslag van fossiele naar duurzame energie kunnen maken. Of juist omdat we vinden dat ze heel goed bezig zijn en we hun voorbeeld willen delen met andere bedrijven waarin we beleggen. Denk aan Arcadis, dat mede door gesprekken met ons ging rapporteren over hoe ze bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Uitdaging is wel dat er nog steeds veel te weinig informatie is over de duurzaamheid van bedrijven en projecten. Wij dringen daar dan ook bij bedrijven op aan en dragen bij aan de ontwikkeling van duurzaamheidsstandaarden, zodat zoveel mogelijk beleggers dezelfde taal spreken.”

 

Hans: “Je moet als belegger weten waar je naartoe wil. En daaraan bijdragen. Dat gaat veel verder dan een lagere CO2-voetafdruk dan de markt. De markt als geheel is een weerspiegeling van de wereld en de wereld is verre van duurzaam. Wij stellen aan het begin van ons beleggingsproces vast aan welke positieve ontwikkelingen we willen bijdragen en daar beleggen we in. Denk aan microfinanciering, zonnepanelen of online platforms waar je voedingsproducten rechtstreeks van de boer kan kopen. Zaken als kernwapens en fossiele energie horen daar niet bij.”

 

Triodos Investment Management heeft klanten die bewust kiezen voor een ‘groene’ belegger; APG bedient pensioenfondsen waarbij de deelnemers verplicht zijn aangesloten. Maakt dat verschil in de manier waarop je verantwoord beleggen kunt doorvoeren?

Hans: “Triodos is ooit begonnen met het uitsluiten van bepaalde beleggingen op ethische gronden, en dat is ontwikkeld naar een focus op positieve impact. APG heeft natuurlijk te maken met de verwachtingen van deelnemers in de pensioenfondsen waar ze voor werkt. APG krijgt een bepaald mandaat van de pensioenfondsen en daar hoort een bepaald beleid bij. Maar het kan scherper, wat mij betreft. Er moet een ondergrens zijn. Als de kern van een bedrijf niet duurzaam is en verbetergesprekken op niets uitlopen, moet je eruit. Ook zou APG concreter kunnen uitleggen welke positieve impact ze wil bereiken.”

 

Charles: “Wij geloven in de kracht van engagement (verbetergesprekken met bedrijven, red.). Als je alle fossiele-energiebedrijven verkoopt, wordt de wereld daar niet groener van. Door met ze in gesprek te gaan, kun je positieve veranderingen bewerkstelligen. Bedrijven als Shell en BP begrijpen heel goed dat we naar een andere vorm van energie toe moeten. In de energiesector is heel veel kennis én geld aanwezig. Daar moeten we gebruik van maken. Met een vermogen van ruim € 500 miljard kunnen we ook relatief grote belangen in bedrijven nemen, waardoor we invloed kunnen uitoefenen. Maar ook wij verkopen een bedrijf als engagement uiteindelijk niet werkt.”

 

Hans: “Er zijn wel fossiele bedrijven die de omslag maken naar groene energie. Denk aan het Deense Ørsted. Maar de echte verandering gaat niet van de grote oliebedrijven komen. De meeste willen toch hun olievoorraden nog zo lang mogelijk uitmelken. Verandering komt eerder van kleine bedrijven met slimme, nieuwe ideeën. Wij nemen relatief grote belangen in dit soort startups en niet-beursgenoteerde bedrijven. Zo kunnen wij vanaf het begin invloed uitoefenen.”

 

Gaat beleggen in duurzame economie ten koste van de rendementen die je kan behalen?

Hans: “Op de langere termijn niet. Natuurlijk, in een jaar waarin de olieprijs stijgt, profiteren wij daar niet van. Maar over de langere termijn hebben we daar geen last van. Daar komt bij dat duurzaamheidsinformatie extra inzicht geeft in een bedrijf. Het is een hardnekkige mythe dat duurzaamheid ten koste van het rendement gaat. Er zijn talloze onderzoeken die aangeven dat het niet zo is.”

 

Charles: “Eens. Je pakt met verantwoord beleggen niet alleen financiële, maar ook een ander soort risico’s aan. Denk aan het risico dat je vastgoedpanden overstromen door klimaatverandering. Als je precies weet waar dit speelt en voorbereidende maatregelen treft, breng je juist het risico van je beleggingen omlaag. Niet duurzaam beleggen is pas een risico.”

Volgende publicatie:
‘Het gaat beter dan gedacht’

‘Het gaat beter dan gedacht’

Gepubliceerd op: 12 januari 2021

Chief economist Thijs Knaap bij BNR over beurssentiment en rentestijging

 

De tweede coronagolf is een feit is en Nederland moet nog drie weken langer op slot, maar op de beurzen is er geen zuchtje tegenwind te bespeuren. Sterker nog: analisten zijn in hun voorspellingen over winsten ‘buitengewoon positief’. Dat vertelt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio. “De cijfers van bedrijven die we volgen waren het afgelopen kwartaal niet zo slecht als men eerder dacht. En de verwachting is dat dit herstel doorzet.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de licht stijgende rente. En wat het presidentschap van Biden daarmee te maken heeft. “De Amerikaanse rente loopt op. En dat doet ‘ie sinds de resultaten van de senaatverkiezingen in Georgia bekend zijn”, vertelt hij in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Martine Hafkamp. “Daarmee kan Biden straks zijn beleid uitvoeren zonder dat hij in de wielen wordt gereden door het congres. En dat betekent dat er vanuit de VS veel meer stimulans gaat komen en dat er veel meer geleend moet worden. De Europese rente pikt daar iets van mee. Het nieuws van die stimulans is best goed voor aandelen. Het betekent dat we de kans op recessie iets lager kunnen inschatten.”

 

Andere kijk op de economie

Een recessie die zich volgens veel economen in het eerste kwartaal van 2021 zomaar eens kan laten zien. Vanwaar dat optimisme bij de analisten? Knaap: “Ik kijk naar het algemene beeld en volg analisten die voor banken groepen bedrijven volgen. Die geven een voorspelling af: wat gaan die bedrijven verdienen en hoeveel winst wordt er gemaakt? Vervolgens gaan analisten die voorspellingen herzien. En als ze goed nieuws krijgen, wordt het iets meer, bij slecht nieuws iets minder. Wat je de laatste maanden ziet, is dat de herzieningen buitengewoon positief zijn. Die zijn in de geschiedenis nog niet zo positief geweest als nu. Dat betekent niet dat er winstgroei is, maar dat de eerste voorspellingen héél slecht waren en de nieuwe stukken beter. Dat is nog steeds niet goed. Maar het geeft wel aan dat we een draai gemaakt hebben in hoe de naar de economie kijken.”

 

Beluister de hele uitzending op BNR Nieuwsradio.

Volgende publicatie:
APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

Gepubliceerd op: 16 november 2020

Sector voor eerste keer onder de loep van Corporate Human Rights Benchmark

 

De auto-industrie staat voor de overgang naar een CO2-arm bedrijfsmodel, maar de gevolgen voor werknemers en lokale gemeenschappen worden vaak over het hoofd gezien. Dat staat in de vandaag gepubliceerde Corporate Human Rights Benchmark (CHRB), waarvan APG medeoprichter is. Namens onze fondsklanten pleiten we bij autofabrikanten voor een ‘eerlijke transitie’; investeer in de weerbaarheid van werknemers en voorkom mensenrechtenrisico’s in de toeleveringsketen.

 

 

Volgens het rapport kunnen de meeste autofabrikanten nog onvoldoende laten zien dat ze eisen stellen aan leveranciers of met hen samenwerken om aantasting van mensenrechten te voorkomen. Dit is vooral van belang omdat de toeleveringsketen van de autosector kwetsbaar is voor mensenrechtenschendingen. Het is de eerste keer dat deze sector door de CHRB wordt beoordeeld.     

Meer bewustzijn  

Anna Pot, Hoofd verantwoord beleggen Amerika bij APG Asset Management, juicht de toevoeging van nieuwe bedrijven en sectoren aan de CHRB toe. “De resultaten laten zien dat de auto-industrie nog onvoldoende aandacht heeft voor mensenrechten. Maar de ervaring leert dat publicatie van de benchmark tot meer bewustzijn bij bedrijven en een verbetering van de mensenrechtenprestaties kan leiden. Zo is de gemiddelde score van ICT-bedrijven aanzienlijk verbeterd sinds de sector vorig jaar voor het eerst werd beoordeeld.”

Hoewel de auto-industrie nieuw is toegevoegd aan de CHRB, is de sector niet ‘nieuw’ voor APG als het gaat om de dialoog met bedrijven over mensenrechten. Pot: “Namens onze klanten hebben we tot eind 2019 samen met dertien grote autofabrikanten gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid bij de winning van kobalt. Dit is een onmisbare grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. En er is vooruitgang geboekt. Zo heeft Renault controles ingevoerd bij de kobaltsmelters waarmee het samenwerkt en heeft Daimler een programma opgezet om lokale gemeenschappen te ondersteunen.”

Inzicht in mensenrechtenprestaties

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de benchmark. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie over een toenemend aantal bedrijven die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB vergelijkt de mensenrechtenprestaties van bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw, ICT en de auto-industrie. Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de Guiding Principles van de Verenigde Naties (UNGP). Met behulp van openbaar beschikbare gegevens wordt gekeken wat bedrijven doen op het gebied van onder andere arbeidsomstandigheden en -veiligheid, en of zij hun werknemers een leefbaar loon betalen.

Eerlijke transitie

De CO2-intensieve auto-industrie staat voor de opgave over te schakelen op een klimaatneutraal bedrijfsmodel en tegelijkertijd de uitgangspunten van een ‘just transition’ (eerlijke transitie) te respecteren. Pot: “Daarom voeren we gesprekken met autofabrikanten over de gevolgen voor hun personeel en lokale gemeenschappen. Door automatisering, digitalisering en de transformatie van de sector kunnen duizenden banen verloren gaan. We willen dat fabrikanten hun werknemers trainings- en ontwikkelingsmogelijkheden aanbieden en zo meenemen in deze transitie.”

De andere beoordeelde sectoren laten een verbetering van hun scores zien, vooral als het gaat om publieke commitments aan mensenrechten en klachtenregelingen. Minder vooruitgang boekten bedrijven op het gebied van due dilligence; de manier waarop een bedrijf mensenrechtenrisico’s vaststelt, beoordeelt en beperkt. Pot: “Steeds meer bedrijven hebben de basis op orde als het om mensenrechten gaat, maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering.”  

Volgende publicatie:
Wat de Amerikaanse verkiezingen betekenen voor ons pensioen

Trump of Biden?

Gepubliceerd op: 2 november 2020

Wat de Amerikaanse verkiezingen (kunnen) betekenen voor ons pensioen

 

Als een steen in een vijver hebben gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld invloed op onze economie. Dat geldt vooral voor ontwikkelingen in de VS, nog altijd het machtigste land op aarde. Bepaalt de volgende president ook de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen?

 

De wereldeconomie is een samenhangend geheel waarin veranderingen in het ene land grote invloed kunnen hebben op een ander land. De mondiale beurzen reageren vaak op gebeurtenissen in de VS en uitspraken van Amerikaanse politici. ‘Het is vanuit een heleboel economische perspectieven een superbelangrijk land’, zei Rabobank-hoofdeconoom Menno Middeldorp onlangs op BNR Nieuwsradio. ‘Amerika is één van de grootste economieën ter wereld. Daarnaast hebben wij onze beleggingen en onze pensioenfondsen meer in Amerika zitten dan in welk ander land dan ook.’ 

 

Ogen en oren

Als er iets verandert in de VS - bijvoorbeeld door verkiezingen - dan kun je dat als belegger merken, bevestigt Thijs Knaap, Senior Investment Strategist APG Asset Management. ‘Zelfs als je geen dollar in de VS geïnvesteerd hebt. Al koop je een puur Nederlands bedrijf, zoals Philips of Aegon, dan heb je nog te maken met het feit dat deze bedrijven over de hele wereld actief zijn, waaronder - voor een substantieel deel - in de VS.’

Als wereldwijde belegger is APG uiteraard wel actief in de VS. Rajiv Mallick, Head of Risk Management, US, vertelt dat APG-US $108.3 miljard managet (september 2020) voor APG en zijn Nederlandse klanten. Vanuit New York zegt hij: ‘Onze pensioenfondsen en hun deelnemers hebben voordeel van een uitgebreide lokale investeringsexpertise.’ Hij omschrijft het kantoor als de ‘ogen en oren’ van APG in de VS.

 

Schokken en trends

De Nederlandse financiële belangen in de VS zijn dus omvangrijk. Een link leggen tussen de verkiezingsuitslag en de gevolgen voor onze economie - en daarmee onze pensioenen – is echter niet zo makkelijk, aldus Knaap. ‘Tussen de verkiezingen en de Nederlandse gepensioneerden zit er nogal wat ruis op de lijn. Hoewel het soms lijkt of politici de economie aan een touwtje hebben, is hun invloed daarop eigenlijk maar beperkt. Veel hangt af van economische schokken en trends.’

Toch hebben presidentiële verkiezingen wel degelijk invloed. Knaap herinnert zich dat de (onverwachte) overwinning van Donald Trump in 2016 tot een stijging in de Amerikaanse rente leidde. Beleggers verwachtten dat de regering meer zou gaan lenen en dat dat tot inflatie zou leiden. Het eerste gebeurde, het tweede niet. Vanwege die verwachting stond de Amerikaanse 10-jaarsrente eind 2016 meer dan een half procentpunt hoger dan vlak voor de verkiezingen. ‘Omdat rentes wereldwijd op elkaar reageren, steeg hierdoor ook de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen. Veel fondsen konden zo een korting voorkomen.’


Gezonde groei

Gezien de belangen, volgen beleggers de Amerikaanse verkiezingen op de voet. Ook Mallick. ‘We letten scherp op de potentiële beleidswijzigingen in meerdere sectoren, waaronder zorg, energie, finance, onderwijs en belasting.’ Want de ene president is tenslotte de andere niet. Een voorbeeld: toen Trump de vorige verkiezingen won, heropende hij de kolenmijnen die voorganger Barack Obama juist had gesloten om milieuredenen. De zware industrie profiteerde. Joe Biden zou dat als Democraat zomaar weer kunnen terugdraaien.

Waar Knaap met name op let is de invloed van Amerika op de wereldwijde groei, en op de internationale verhoudingen. ‘Trump heeft de regulering van bedrijven teruggebracht en de belastingen verlaagd. Dat is, in ieder geval op de korte termijn, goed voor groei en voor de winsten die uiteindelijk met beleggers worden gedeeld. Op de langere termijn kun je je afvragen of vooral de regels rondom het milieu niet ook nodig zijn voor een gezonde groei.’

 

America first

Als Trump mag blijven, is de kans groot dat hij vanuit zijn ‘America first’-beleid de protectionistische maatregelen verder doorvoert. Dit kan gevolgen hebben voor de omzet en aandelen van Nederlandse ondernemingen, want die krijgen dan moeilijker toegang tot de grote Amerikaanse markt. Ook de wereldhandel zal er last van hebben. De beurzen reageren vrijwel altijd negatief op zulke belemmeringen.

Knaap ziet dat Amerika onder Trump de afgelopen jaren een veel kleinere rol heeft gespeeld in veel internationale verbanden, terwijl de spanningen met China zijn opgelopen. Dat maakt instituties als de WTO (Wereldhandelsorganisatie) vleugellam. ‘Voor de komende verkiezingen lijkt het een keuze tussen een voortzetting van dit beleid en een – gedeeltelijke - terugkeer naar de oude situatie.’

 

Blauwe golf

Meer rekening wordt echter gehouden met een ‘blue wave’: winst voor Biden én een meerderheid voor de Democraten, de ‘blauwen’, in het Congres. Investment Manager Simon Wiersma voorspelt op de ING-site dat de Democratische steun- en stimuleringspakketten kunnen leiden ‘tot een brede beurstrend van beleggers die willen anticiperen op economisch herstel’.

Wie er ook wint, de financiële markten worden hoe dan ook beïnvloed door de verkiezingen. Onderzoek van de U.S. Bank over de afgelopen 90 jaar laat zien dat de beurs gemiddeld met 6,5 procent stijgt in het jaar nadat een president wordt herkozen, terwijl de groei bij een nieuwe president maar 5 procent is. Maar de bank concludeert ook dat aandelen het op de langere termijn veel beter doen onder een Democratische president dan onder een Republikeinse.

 

2 Scenario’s

Tot slot vragen we strateeg Thijs Knaap om 2 scenario’s uit te tekenen: wat zijn de financiële vooruitzichten onder 4 jaar Democraten en onder 4 jaar Republikeinen?

 

Biden

‘Het lijkt erop dat de Democraten weer meer de internationale samenwerking zoeken. De ongelijkheid, die onder Trump verder is opgelopen – al is die trend al veel langer aan de gang - kan mogelijk worden gekeerd door Bidens plannen voor onder meer een hoger minimumloon. Beleggers lijken te denken dat hij daarmee de bestedingen in de VS wat kan aanzwengelen, en dus ook de groei. Omdat het rendement op beleggingen uiteindelijk altijd uit economische groei moet komen, zou dat goed kunnen zijn voor onze deelnemers.’

 

Trump

‘De Republikeinen lijken van plan een ander model op te bouwen dan dat waarmee we de eeuw ingingen. Dat model is meer bilateraal (Amerika handelt met landen, niet als onderdeel van coalities) en transactioneel (‘voor wat hoort wat’), dus niet op basis van regels. Een consequentie van dat model, in ieder geval onder Trump, is onvoorspelbaarheid van het beleid. Daar zijn beleggers over het algemeen niet erg van gecharmeerd, omdat het investeringen ontmoedigt.’

Volgende publicatie:
Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Gepubliceerd op: 12 juni 2020

Hoe gaan drie topvrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven om met de zakelijke en persoonlijke uitdagingen die de wereldwijde coronacrisis voor henzelf en de organisatie meebrengt?

 

De crisis zorgt voor grote onzekerheid, maar werpt ook nieuw licht op risicomanagement en de kracht van purpose, concluderen Tanja Cuppen, Bianca Tetteroo en Annette Mosman, lid raad van bestuur bij APG. ‘Ons verandervermogen is veel groter dan we dachten.’

 

Lees het volledige artikel hier.

 

Fotografie: ABN AMRO / Maartje Geels / APG

Volgende publicatie:
APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

Gepubliceerd op: 28 april 2020

APG, National Pension Service of Korea (NPS) en Swiss Life Asset Managers hebben een overeenkomst gesloten om een meerderheidsbelang van 81,1% te verwerven in Brisa, een toonaangevend Europees tolwegplatform. De verkopende partij waardeert het bedrijf op meer dan € 3 miljard.

 

Brisa heeft in Portugal in totaal 21 snelwegen onder beheer met een totale lengte van meer dan 1.500 km. Het netwerk omvat cruciale onderdelen van het Portugese wegennet, met jaarlijks meer dan 7,5 miljoen gebruikers.

 

Jan-Willem Ruisbroek, Hoofd Global Infrastructure Investment Strategy bij APG: “Deze investering in Brisa, namens onze pensioenfondsklant ABP, past in onze strategie om wereldwijd stabiele lange termijn rendementen te realiseren met hoogwaardige beleggingen in infrastructuur. Brisa heeft een gediversifieerd wegennet van hoge kwaliteit en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van Portugal. We kijken er naar uit om samen met José de Mello en onze consortiumpartners hoogwaardige service aan weggebruikers te leveren en te blijven innoveren in het weg- en mobiliteitsservicesegment. ”

APG doet deze investering namens pensioenfondsklanten ABP en APG PPF.

Afronding van de transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door de relevante toezichthouders. Deze wordt in het derde kwartaal van dit jaar verwacht.

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Gepubliceerd op: 1 februari 2016

Het thema wonen, zorg en pensioen staat hoog op de agenda van de SER en verschillende ministeries. Het is ook onderwerp binnen de brede maatschappelijke pensioendialoog. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netspar-projectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen.

 

Routekaart integrale benadering

Het kabinet is daarbij voorstander van een combinatie van meer maatwerk en keuzemogelijkheden, om beter aan te sluiten op de kenmerken en voorkeuren van deelnemers. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netsparprojectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen. Daarover verscheen begin februari 2016 'De routekaart naar een meer integrale benadering van wonen, zorg en pensioen'.

 

Grote impact

De verbinding tussen wonen, zorg en pensioen kan, door de grote impact die het heeft op de financiële levensplanning, voor veel mensen relevant zijn, of ze nu pensioen opbouwen, een eigen woning hebben of behoefte hebben aan extra (ouderen)zorg. Wonen neemt in de verbinding met pensioen een andere plek in dan zorg. Wonen kent net als pensioen een rol bij vermogensvorming/sparen, terwijl zorg meer een verzekeringskarakter heeft. Niettemin zijn er relevante verbindingen tussen zorg met pensioen en wonen, denk aan langer thuis wonen door ouderen of de inzet van een eenmalige pensioenuitkering voor een specifieke niet-verzekerde zorgbehoefte. Het rapport beschrijft de trends, de knelpunten en oplossingsrichtingen.