Economie

Economie

Hoever daalt de rente nog? Wat zijn de economische gevolgen van de coronacrisis? Hoe kijken we nu aan tegen globalisering? En wat zijn de gevolgen voor het Nederland van morgen? We verkennen het hier.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
10 Publicaties

“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven, over de vooruitzichten op de Nederlandse huizenmarkt.


De prijzen van koopwoningen blijven maar stijgen. Kan dat wel goed blijven gaan? Kalshoven vermoedt van wel. In het meest waarschijnlijke (basis)scenario zal de huizenmarkt voorlopig niet onderuitgaan, denkt de econoom. De cruciale factor daarin is de rente.

“Begin jaren negentig zagen we nog percentages rond de 10 procent en gemiddeld zat de rente in dat decennium ruim boven de 6 procent. Zover zal hij nu echt niet oplopen. Bovendien verwachten we dat de stijging heel geleidelijk zal gaan, terwijl de inkomens meegroeien met de economie. Maar voorlopig houdt de ECB de rente laag, wat ook doorwerkt in de hypotheekrente. We denken dat het vijf tot tien jaar kan duren voordat de rente een nieuw, wat hoger evenwicht bereikt. Je moet dan niet denken aan de niveaus van de jaren negentig, of de ‘jaren nul’ – toen de rente gemiddeld zo’n 5 procent was. Voor de huizenbezitter is dat een gunstig scenario, want een lage rente maakt alles duurder. Aandelen, obligaties en dus ook huizen.”

Oplawaai
In een ongunstiger maar ook onwaarschijnlijker scenario steekt een nieuwe virusvariant de kop op, met bijbehorende lockdowns. De wereldeconomie krijgt dan weer een oplawaai.  
Kalshoven: “In dat scenario zien we een lage rente, maar ook een hoge werkloosheid en veel faillissementen. Banken kunnen dan op de rem gaan staan bij het verstrekken van hypotheken. In dat geval ontstaat een kopersmarkt waarin de huizenprijzen dalen. Van dit scenario zien we nu geen voortekenen. Er is geen signaal dat de huizenmarkt afkoelt.”


Een ander ongunstig scenario ontstaat vreemd genoeg als het economisch té goed gaat. Op de daarbij horende krappe arbeidsmarkt willigen werkgevers nieuwe looneisen eerder in. En dat kan leiden tot een blijvend hoge inflatie. “Centrale banken moeten in dat geval wel de rente verhogen. Lenen wordt dan duurder en daardoor kunnen de huizenprijzen onder druk komen te staan. Dat gebeurt vooral als de rente abrupt stijgt, want dan domineert het negatieve rente-effect het positieve effect van de stijgende inkomens. Maar zo’n loon-prijsspiraal is echt nog ver weg.”


Wie de Nederlandse markt voor koopwoningen wil begrijpen, kan niet om het schaarse huizenaanbod heen. “Dat aanbod is bij ons niet zo flexibel. We leven in een klein land, waarin je – ook door de strenge regels – niet zomaar even bijbouwt. Dus als de vraag stijgt, kan de huizenmarkt daar maar op één manier op reageren en dat is door prijsstijgingen. Er zijn nu weliswaar plannen om 1 miljoen huizen te bouwen voor 2030, maar ik moet het nog zien. In plannen kun je niet wonen.”


Grote zak geld
Nederlanders leggen dus steeds meer geld op tafel voor hun huizen. Over de vraag waar dat geld vandaan komt, hoeft Kalshoven niet lang na te denken. “Sinds begin jaren negentig is de rente flink gedaald en met een gemiddelde van 1,6 procent (cijfer van april – red.) nog steeds historisch laag. Kopers kunnen daardoor meer bieden op een huis, waardoor de prijzen stijgen. Voor degenen die nog geen huis hebben, is het natuurlijk wel ongunstig.”


Naast die lage rente zijn nog meer redenen waarom we met zo’n grote zak geleend geld de huizenmarkt op kunnen. “De leennormen zijn ook soepeler geworden. In de jaren tachtig kon je alleen op het inkomen van de kostwinner een hypotheek krijgen. Daarna mocht je daar ook het inkomen van de parttime werkende partner – meestal de vrouw – bij optellen. En vrouwen zijn ook meer gaan werken, waardoor tweeverdieners hogere hypotheken kunnen krijgen.


Overeind

Het zijn dus met name het blijvend schaarse aanbod en de langdurig lage rente, die de fundamenten vormen onder de Nederlandse huizenmarkt. Tenzij de economie ons onaangenaam verrast, vallen die fundamenten niet zomaar weg. De markt voor koopwoningen zal voorlopig goed overeind blijven.”

Volgende publicatie:
“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap, over de economische gevolgen van het wereldwijde tekort aan computerchips.

“Het meest simpele, directe gevolg, is dat het met fabrikanten van chipmachines goed gaat. Vanaf eind oktober is de beurskoers van ASML inmiddels met 85 procent opgelopen, terwijl de AEX over die periode ‘maar’ met 37 procent is gestegen. Maar dat blijft natuurlijk niet zo doorgaan. Voor een belegger in chipmachinefabrikanten is het goed om te weten dat de vraag naar chipmachines kenmerken heeft van de varkenscyclus. Als de vraag naar koteletten – en dus ook de prijs – hoog is, breiden varkensboeren uit. Als dat nieuwe vlees op de markt komt, is er juist weer teveel, wat de prijs drukt. Dat geldt ook voor de markt voor chipmachines. Net als bij varkensboeren duurt het even voordat er nieuw aanbod is gecreëerd. Dat brengt het risico met zich mee dat er over een paar jaar weer een overschot aan chipmachines en chips is. Een belegger in chipmachinefabrikanten moet daarom weten wanneer het mooi is geweest.” 

 

Bottleneck

Het indirecte effect van het chiptekort is veel groter, legt Knaap uit. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit tegenwoordig een chip in. Voor autofabrikanten is het tekort een bekende bottleneck, maar de héle aanleverende industrie heeft er last van. Als die niet genoeg chips krijgt, leidt dat ook tot een gebrek aan andere onderdelen. Het risico bestaat dat de Westerse economieën vastlopen door dat tekort.

Alles is duur nu, niet alleen chips maar ook olie. Als de prijzen van veel componenten en halffabricaten oplopen, ontstaat in het ergste geval een situatie die vergelijkbaar is met de olieschokken van de jaren ’70. De grote vraag die boven de markt hangt, is: leidt het tot inflatie? Dat is de angst van veel beleggers. Centrale banken voeren nu een ruim monetair beleid, onder andere door staatsobligaties en bedrijfsobligaties op te kopen. Voor beleggers is dat mooi, want het stuwt de prijzen van obligaties én aandelen op. Maar als er inflatie ontstaat, verliezen centrale banken het excuus om dat ruim monetair beleid te voeren. Ze moeten dan stoppen met het opkopen van obligaties en in dat geval werkt het mechanisme de andere kant op. De kans neemt toe dat beurzen zullen dalen, en omdat het huidige monetair beleid al sinds 2008 wordt gevoerd, kun je zelfs een flinke correctie krijgen. Voor beleggers zal dat even slikken zijn.”


Cryptovaluta
De hoofdoorzaak van het wereldwijde tekort aan chips, was de door de Corona-pandemie extreem toegenomen vraag. Daarin speelden met name het thuiswerken en de toegenomen vraag naar spelcomputers een rol. Toch is dat volgens Knaap nog niet het hele verhaal. “De vraag naar chips heeft óók een hoge vlucht genomen door de toegenomen populariteit van cryptovaluta. Om bitcoins te minen, zijn heel veel chips nodig. En ook aan de aanbodkant speelt het een en ander. In het begin van 2020 lagen veel bedrijven in Azië stil door de lockdowns. Dat merk je nog steeds in de beschikbaarheid van goederen, waaronder chips. Bovendien zijn we onszelf door Covid-19 gaan afvragen of we voor bepaalde producten wel zo afhankelijk willen zijn van buitenlandse producenten – mondkapjes, medische apparatuur, enzovoort. Het antwoord is nee. Productie zal weer meer in Europa en de VS gaan plaatsvinden, in plaats van China. Dat is goed voor onze onafhankelijkheid. Maar het betekent wel dat alles duurder wordt.”

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

Gepubliceerd op: 22 februari 2021

Twee economen over een andere vorm van economische groei

Economische groei begint zijn tol te eisen van mens en milieu. De natuur heeft haar grenzen bereikt en mensen komen in opstand tegen de ongelijke verdeling van rijkdom. Volgens economen Hans Stegeman van Triodos Investment Management en Charles Kalshoven van APG hebben we een drastisch andere denkwijze nodig. “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is.”

 

Hans Stegeman is Chief Investment Strategist bij impactbelegger Triodos Investment Management. Hij publiceert regelmatig over de grenzen aan het huidige economische systeem. Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG. In zijn columns bespreekt hij economische ontwikkelingen en wat die betekenen voor ons dagelijks leven.

 

Hans, als econoom publiceer je geregeld over je overtuiging dat het huidige systeem van streven naar eindeloze economische groei niet meer houdbaar is. Wat bedoel je daarmee?

“Ik ben niet tegen economische groei, maar die heeft wel grote nadelige gevolgen voor de aarde. Denk aan klimaatverandering, toenemende sociale ongelijkheid en de drastische afname van biodiversiteit. Er wordt wel gezegd dat nieuwe technologie die problemen kan oplossen, maar daarvoor heb ik nog geen overtuigend bewijs gezien. Ik hoop van harte dat technieken als CO2-afvang (het opvangen van CO2 zodra het bij verbranding vrijkomt en daarmee voorkomen dat het in de lucht komt, red.) helpen, maar ik heb mijn twijfels. Ik denk echt dat we naar een andere vorm van groei moeten. Overigens vind ik economische groei een beperkt begrip om vooruitgang te meten. Groei staat niet altijd gelijk aan geluk of welzijn.”

 

Charles: “De klassieke economische theorie ziet economische groei als de uitkomst van kapitaal en arbeid. Maar sinds de industriële revolutie is daar een belangrijke factor bijgekomen, namelijk energie. En tot dusverre is dat vooral fossiele energie. Die heeft zijn prijs, in de vorm van schade voor mens en milieu. Maar die wordt niet of onvoldoende doorberekend in de prijs van producten.”

 

Toch hebben arme landen economische groei nodig om uit de armoede te komen.

Charles: “Dat is een lastig dilemma. Als je armoede wil bestrijden, heb je economische groei nodig. En die leidt weer tot een grotere vraag naar energie. Aan de andere kant wil je het gebruik van energie beperken om klimaatverandering tegen te gaan. We moeten dus op zoek naar een ander soort groei, waarvoor minder energie nodig is en meer gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. We moeten zorgvuldiger met grondstoffen omgaan en die hergebruiken; we moeten minder spullen én mensen over de hele wereld vervoeren. Wat helpt, is dat economische ontwikkeling meestal leidt tot kleinere gezinnen en dus een lagere bevolkingsgroei. Dat is weer gunstig voor het klimaat.”

 

Hans: “De grenzen van ons ecosysteem zijn keihard. Er is maar één aarde. Daar is niet aan te tornen. We zullen een manier moeten vinden om binnen deze grenzen welvaart te creëren voor iedereen. De welvaart is enorm ongelijk verdeeld. De rijkste 10% van de wereld – en daar horen ook de meeste Nederlanders bij – kopen steeds meer spullen, zonder daar echt gelukkig van te worden. Terwijl er tegelijkertijd miljarden mensen zijn die honger lijden en amper een dak boven hun hoofd hebben. Dit moet eerlijker.”

 

Hoe krijgen we zo’n duurzame, eerlijke vorm van economische groei van de grond?

Hans: “We moeten in het westen anders gaan denken. We leven in een competitieve wereld, waarin iedereen naar de top wil racen. Met een duur horloge of merkkleding als statussymbool. Maar worden we daar echt gelukkig van? Of zijn dat toch eerder waarden als saamhorigheid, en tevreden zijn met wat je hebt? Om zo’n omslag in het denken voor elkaar te krijgen, moeten alle betrokken partijen meewerken: de overheid, bedrijven, consumenten én beleggers. Je moet op alle borden schaken. En elke partij start vanuit een ander punt. Dat is heel complex.”

 

Charles: “We hebben een andere definitie nodig van ‘een goed leven’. Nu is dat massaconsumptie. En status. Maar wat status geeft, kan veranderen. De jongere generatie vindt het allang niet ‘cool’ meer om 80 uur per week te werken, en hecht belang aan andere zaken dan veel geld verdienen. Ook de overheid heeft hier een rol in te spelen. Die moet een stip op de horizon zetten: daar willen we met ons allen heen. En dit vervolgens stimuleren met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door de kosten van CO2-uitstoot in de prijzen van producten op te nemen.”

    Hans Stegeman (links) en Charles Kalshoven. 

 

 

Heeft ‘corona’ iets veranderd in onze manier van denken? Heeft het een duurzame economie dichterbij gebracht?

Hans: “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is. Zo vroeg ik bijvoorbeeld of dit interview een kwartiertje eerder kon beginnen, omdat ik mijn zoontje met de slee van school wilde halen. Wat ik heb geleerd, is dat mensen worden gemotiveerd door een positieve beloning. Niet door de afschrikwekkende werking van een negatief vooruitzicht. Als we iets willen veranderen in ons economisch denken, bereiken we het meest door met positieve voorbeelden te inspireren. Vooral aangeven wat er wel kan en hoe dat kan bijdragen aan ons welzijn.”

 

Charles: “Ik zie dat corona wel invloed heeft gehad op de politiek. In Europa heeft corona echt een impuls gegeven aan groene initiatieven, zoals de Green Deal (een actieplan om de economie van de Europese Unie duurzaam te maken, red.). De houding van overheden is ook verschoven van bezuinigen en financiële discipline naar investeren in de maatschappij en het ondersteunen van getroffen mensen en ondernemingen. Het verhogen van de overheidsschuld is niet meer zo’n taboe als voorheen.”

 

Hans: “Het virus heeft ons bewuster gemaakt van onze relatie met de natuur. Ik vind wel dat de overheid een enorme kans heeft laten liggen door geen voorwaarden te verbinden aan de steun voor bedrijven, bijvoorbeeld Schiphol. Dit was een mooie gelegenheid geweest om de verduurzaming van Schiphol te versnellen. Het in stand houden van iets wat niet houdbaar is, is eigenlijk weggegooid geld.”

 

Welke rol kunnen pensioenfondsen en beleggers spelen in de verduurzaming van de economie?

Charles: “Met het geld dat we namens onze pensioenfondsen beheren, spelen we een belangrijke rol. En dat gaat verder dan producenten van slechte producten uitsluiten. Wij gaan met bedrijven in gesprek. Bijvoorbeeld over hoe ze de omslag van fossiele naar duurzame energie kunnen maken. Of juist omdat we vinden dat ze heel goed bezig zijn en we hun voorbeeld willen delen met andere bedrijven waarin we beleggen. Denk aan Arcadis, dat mede door gesprekken met ons ging rapporteren over hoe ze bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Uitdaging is wel dat er nog steeds veel te weinig informatie is over de duurzaamheid van bedrijven en projecten. Wij dringen daar dan ook bij bedrijven op aan en dragen bij aan de ontwikkeling van duurzaamheidsstandaarden, zodat zoveel mogelijk beleggers dezelfde taal spreken.”

 

Hans: “Je moet als belegger weten waar je naartoe wil. En daaraan bijdragen. Dat gaat veel verder dan een lagere CO2-voetafdruk dan de markt. De markt als geheel is een weerspiegeling van de wereld en de wereld is verre van duurzaam. Wij stellen aan het begin van ons beleggingsproces vast aan welke positieve ontwikkelingen we willen bijdragen en daar beleggen we in. Denk aan microfinanciering, zonnepanelen of online platforms waar je voedingsproducten rechtstreeks van de boer kan kopen. Zaken als kernwapens en fossiele energie horen daar niet bij.”

 

Triodos Investment Management heeft klanten die bewust kiezen voor een ‘groene’ belegger; APG bedient pensioenfondsen waarbij de deelnemers verplicht zijn aangesloten. Maakt dat verschil in de manier waarop je verantwoord beleggen kunt doorvoeren?

Hans: “Triodos is ooit begonnen met het uitsluiten van bepaalde beleggingen op ethische gronden, en dat is ontwikkeld naar een focus op positieve impact. APG heeft natuurlijk te maken met de verwachtingen van deelnemers in de pensioenfondsen waar ze voor werkt. APG krijgt een bepaald mandaat van de pensioenfondsen en daar hoort een bepaald beleid bij. Maar het kan scherper, wat mij betreft. Er moet een ondergrens zijn. Als de kern van een bedrijf niet duurzaam is en verbetergesprekken op niets uitlopen, moet je eruit. Ook zou APG concreter kunnen uitleggen welke positieve impact ze wil bereiken.”

 

Charles: “Wij geloven in de kracht van engagement (verbetergesprekken met bedrijven, red.). Als je alle fossiele-energiebedrijven verkoopt, wordt de wereld daar niet groener van. Door met ze in gesprek te gaan, kun je positieve veranderingen bewerkstelligen. Bedrijven als Shell en BP begrijpen heel goed dat we naar een andere vorm van energie toe moeten. In de energiesector is heel veel kennis én geld aanwezig. Daar moeten we gebruik van maken. Met een vermogen van ruim € 500 miljard kunnen we ook relatief grote belangen in bedrijven nemen, waardoor we invloed kunnen uitoefenen. Maar ook wij verkopen een bedrijf als engagement uiteindelijk niet werkt.”

 

Hans: “Er zijn wel fossiele bedrijven die de omslag maken naar groene energie. Denk aan het Deense Ørsted. Maar de echte verandering gaat niet van de grote oliebedrijven komen. De meeste willen toch hun olievoorraden nog zo lang mogelijk uitmelken. Verandering komt eerder van kleine bedrijven met slimme, nieuwe ideeën. Wij nemen relatief grote belangen in dit soort startups en niet-beursgenoteerde bedrijven. Zo kunnen wij vanaf het begin invloed uitoefenen.”

 

Gaat beleggen in duurzame economie ten koste van de rendementen die je kan behalen?

Hans: “Op de langere termijn niet. Natuurlijk, in een jaar waarin de olieprijs stijgt, profiteren wij daar niet van. Maar over de langere termijn hebben we daar geen last van. Daar komt bij dat duurzaamheidsinformatie extra inzicht geeft in een bedrijf. Het is een hardnekkige mythe dat duurzaamheid ten koste van het rendement gaat. Er zijn talloze onderzoeken die aangeven dat het niet zo is.”

 

Charles: “Eens. Je pakt met verantwoord beleggen niet alleen financiële, maar ook een ander soort risico’s aan. Denk aan het risico dat je vastgoedpanden overstromen door klimaatverandering. Als je precies weet waar dit speelt en voorbereidende maatregelen treft, breng je juist het risico van je beleggingen omlaag. Niet duurzaam beleggen is pas een risico.”

Volgende publicatie:
‘Het gaat beter dan gedacht’

‘Het gaat beter dan gedacht’

Gepubliceerd op: 12 januari 2021

Chief economist Thijs Knaap bij BNR over beurssentiment en rentestijging

 

De tweede coronagolf is een feit is en Nederland moet nog drie weken langer op slot, maar op de beurzen is er geen zuchtje tegenwind te bespeuren. Sterker nog: analisten zijn in hun voorspellingen over winsten ‘buitengewoon positief’. Dat vertelt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio. “De cijfers van bedrijven die we volgen waren het afgelopen kwartaal niet zo slecht als men eerder dacht. En de verwachting is dat dit herstel doorzet.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de licht stijgende rente. En wat het presidentschap van Biden daarmee te maken heeft. “De Amerikaanse rente loopt op. En dat doet ‘ie sinds de resultaten van de senaatverkiezingen in Georgia bekend zijn”, vertelt hij in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Martine Hafkamp. “Daarmee kan Biden straks zijn beleid uitvoeren zonder dat hij in de wielen wordt gereden door het congres. En dat betekent dat er vanuit de VS veel meer stimulans gaat komen en dat er veel meer geleend moet worden. De Europese rente pikt daar iets van mee. Het nieuws van die stimulans is best goed voor aandelen. Het betekent dat we de kans op recessie iets lager kunnen inschatten.”

 

Andere kijk op de economie

Een recessie die zich volgens veel economen in het eerste kwartaal van 2021 zomaar eens kan laten zien. Vanwaar dat optimisme bij de analisten? Knaap: “Ik kijk naar het algemene beeld en volg analisten die voor banken groepen bedrijven volgen. Die geven een voorspelling af: wat gaan die bedrijven verdienen en hoeveel winst wordt er gemaakt? Vervolgens gaan analisten die voorspellingen herzien. En als ze goed nieuws krijgen, wordt het iets meer, bij slecht nieuws iets minder. Wat je de laatste maanden ziet, is dat de herzieningen buitengewoon positief zijn. Die zijn in de geschiedenis nog niet zo positief geweest als nu. Dat betekent niet dat er winstgroei is, maar dat de eerste voorspellingen héél slecht waren en de nieuwe stukken beter. Dat is nog steeds niet goed. Maar het geeft wel aan dat we een draai gemaakt hebben in hoe de naar de economie kijken.”

 

Beluister de hele uitzending op BNR Nieuwsradio.

Volgende publicatie:
APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

Gepubliceerd op: 16 november 2020

Sector voor eerste keer onder de loep van Corporate Human Rights Benchmark

 

De auto-industrie staat voor de overgang naar een CO2-arm bedrijfsmodel, maar de gevolgen voor werknemers en lokale gemeenschappen worden vaak over het hoofd gezien. Dat staat in de vandaag gepubliceerde Corporate Human Rights Benchmark (CHRB), waarvan APG medeoprichter is. Namens onze fondsklanten pleiten we bij autofabrikanten voor een ‘eerlijke transitie’; investeer in de weerbaarheid van werknemers en voorkom mensenrechtenrisico’s in de toeleveringsketen.

 

 

Volgens het rapport kunnen de meeste autofabrikanten nog onvoldoende laten zien dat ze eisen stellen aan leveranciers of met hen samenwerken om aantasting van mensenrechten te voorkomen. Dit is vooral van belang omdat de toeleveringsketen van de autosector kwetsbaar is voor mensenrechtenschendingen. Het is de eerste keer dat deze sector door de CHRB wordt beoordeeld.     

Meer bewustzijn  

Anna Pot, Hoofd verantwoord beleggen Amerika bij APG Asset Management, juicht de toevoeging van nieuwe bedrijven en sectoren aan de CHRB toe. “De resultaten laten zien dat de auto-industrie nog onvoldoende aandacht heeft voor mensenrechten. Maar de ervaring leert dat publicatie van de benchmark tot meer bewustzijn bij bedrijven en een verbetering van de mensenrechtenprestaties kan leiden. Zo is de gemiddelde score van ICT-bedrijven aanzienlijk verbeterd sinds de sector vorig jaar voor het eerst werd beoordeeld.”

Hoewel de auto-industrie nieuw is toegevoegd aan de CHRB, is de sector niet ‘nieuw’ voor APG als het gaat om de dialoog met bedrijven over mensenrechten. Pot: “Namens onze klanten hebben we tot eind 2019 samen met dertien grote autofabrikanten gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid bij de winning van kobalt. Dit is een onmisbare grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. En er is vooruitgang geboekt. Zo heeft Renault controles ingevoerd bij de kobaltsmelters waarmee het samenwerkt en heeft Daimler een programma opgezet om lokale gemeenschappen te ondersteunen.”

Inzicht in mensenrechtenprestaties

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de benchmark. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie over een toenemend aantal bedrijven die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB vergelijkt de mensenrechtenprestaties van bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw, ICT en de auto-industrie. Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de Guiding Principles van de Verenigde Naties (UNGP). Met behulp van openbaar beschikbare gegevens wordt gekeken wat bedrijven doen op het gebied van onder andere arbeidsomstandigheden en -veiligheid, en of zij hun werknemers een leefbaar loon betalen.

Eerlijke transitie

De CO2-intensieve auto-industrie staat voor de opgave over te schakelen op een klimaatneutraal bedrijfsmodel en tegelijkertijd de uitgangspunten van een ‘just transition’ (eerlijke transitie) te respecteren. Pot: “Daarom voeren we gesprekken met autofabrikanten over de gevolgen voor hun personeel en lokale gemeenschappen. Door automatisering, digitalisering en de transformatie van de sector kunnen duizenden banen verloren gaan. We willen dat fabrikanten hun werknemers trainings- en ontwikkelingsmogelijkheden aanbieden en zo meenemen in deze transitie.”

De andere beoordeelde sectoren laten een verbetering van hun scores zien, vooral als het gaat om publieke commitments aan mensenrechten en klachtenregelingen. Minder vooruitgang boekten bedrijven op het gebied van due dilligence; de manier waarop een bedrijf mensenrechtenrisico’s vaststelt, beoordeelt en beperkt. Pot: “Steeds meer bedrijven hebben de basis op orde als het om mensenrechten gaat, maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering.”  

Volgende publicatie:
Wat de Amerikaanse verkiezingen betekenen voor ons pensioen

Trump of Biden?

Gepubliceerd op: 2 november 2020

Wat de Amerikaanse verkiezingen (kunnen) betekenen voor ons pensioen

 

Als een steen in een vijver hebben gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld invloed op onze economie. Dat geldt vooral voor ontwikkelingen in de VS, nog altijd het machtigste land op aarde. Bepaalt de volgende president ook de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen?

 

De wereldeconomie is een samenhangend geheel waarin veranderingen in het ene land grote invloed kunnen hebben op een ander land. De mondiale beurzen reageren vaak op gebeurtenissen in de VS en uitspraken van Amerikaanse politici. ‘Het is vanuit een heleboel economische perspectieven een superbelangrijk land’, zei Rabobank-hoofdeconoom Menno Middeldorp onlangs op BNR Nieuwsradio. ‘Amerika is één van de grootste economieën ter wereld. Daarnaast hebben wij onze beleggingen en onze pensioenfondsen meer in Amerika zitten dan in welk ander land dan ook.’ 

 

Ogen en oren

Als er iets verandert in de VS - bijvoorbeeld door verkiezingen - dan kun je dat als belegger merken, bevestigt Thijs Knaap, Senior Investment Strategist APG Asset Management. ‘Zelfs als je geen dollar in de VS geïnvesteerd hebt. Al koop je een puur Nederlands bedrijf, zoals Philips of Aegon, dan heb je nog te maken met het feit dat deze bedrijven over de hele wereld actief zijn, waaronder - voor een substantieel deel - in de VS.’

Als wereldwijde belegger is APG uiteraard wel actief in de VS. Rajiv Mallick, Head of Risk Management, US, vertelt dat APG-US $108.3 miljard managet (september 2020) voor APG en zijn Nederlandse klanten. Vanuit New York zegt hij: ‘Onze pensioenfondsen en hun deelnemers hebben voordeel van een uitgebreide lokale investeringsexpertise.’ Hij omschrijft het kantoor als de ‘ogen en oren’ van APG in de VS.

 

Schokken en trends

De Nederlandse financiële belangen in de VS zijn dus omvangrijk. Een link leggen tussen de verkiezingsuitslag en de gevolgen voor onze economie - en daarmee onze pensioenen – is echter niet zo makkelijk, aldus Knaap. ‘Tussen de verkiezingen en de Nederlandse gepensioneerden zit er nogal wat ruis op de lijn. Hoewel het soms lijkt of politici de economie aan een touwtje hebben, is hun invloed daarop eigenlijk maar beperkt. Veel hangt af van economische schokken en trends.’

Toch hebben presidentiële verkiezingen wel degelijk invloed. Knaap herinnert zich dat de (onverwachte) overwinning van Donald Trump in 2016 tot een stijging in de Amerikaanse rente leidde. Beleggers verwachtten dat de regering meer zou gaan lenen en dat dat tot inflatie zou leiden. Het eerste gebeurde, het tweede niet. Vanwege die verwachting stond de Amerikaanse 10-jaarsrente eind 2016 meer dan een half procentpunt hoger dan vlak voor de verkiezingen. ‘Omdat rentes wereldwijd op elkaar reageren, steeg hierdoor ook de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen. Veel fondsen konden zo een korting voorkomen.’


Gezonde groei

Gezien de belangen, volgen beleggers de Amerikaanse verkiezingen op de voet. Ook Mallick. ‘We letten scherp op de potentiële beleidswijzigingen in meerdere sectoren, waaronder zorg, energie, finance, onderwijs en belasting.’ Want de ene president is tenslotte de andere niet. Een voorbeeld: toen Trump de vorige verkiezingen won, heropende hij de kolenmijnen die voorganger Barack Obama juist had gesloten om milieuredenen. De zware industrie profiteerde. Joe Biden zou dat als Democraat zomaar weer kunnen terugdraaien.

Waar Knaap met name op let is de invloed van Amerika op de wereldwijde groei, en op de internationale verhoudingen. ‘Trump heeft de regulering van bedrijven teruggebracht en de belastingen verlaagd. Dat is, in ieder geval op de korte termijn, goed voor groei en voor de winsten die uiteindelijk met beleggers worden gedeeld. Op de langere termijn kun je je afvragen of vooral de regels rondom het milieu niet ook nodig zijn voor een gezonde groei.’

 

America first

Als Trump mag blijven, is de kans groot dat hij vanuit zijn ‘America first’-beleid de protectionistische maatregelen verder doorvoert. Dit kan gevolgen hebben voor de omzet en aandelen van Nederlandse ondernemingen, want die krijgen dan moeilijker toegang tot de grote Amerikaanse markt. Ook de wereldhandel zal er last van hebben. De beurzen reageren vrijwel altijd negatief op zulke belemmeringen.

Knaap ziet dat Amerika onder Trump de afgelopen jaren een veel kleinere rol heeft gespeeld in veel internationale verbanden, terwijl de spanningen met China zijn opgelopen. Dat maakt instituties als de WTO (Wereldhandelsorganisatie) vleugellam. ‘Voor de komende verkiezingen lijkt het een keuze tussen een voortzetting van dit beleid en een – gedeeltelijke - terugkeer naar de oude situatie.’

 

Blauwe golf

Meer rekening wordt echter gehouden met een ‘blue wave’: winst voor Biden én een meerderheid voor de Democraten, de ‘blauwen’, in het Congres. Investment Manager Simon Wiersma voorspelt op de ING-site dat de Democratische steun- en stimuleringspakketten kunnen leiden ‘tot een brede beurstrend van beleggers die willen anticiperen op economisch herstel’.

Wie er ook wint, de financiële markten worden hoe dan ook beïnvloed door de verkiezingen. Onderzoek van de U.S. Bank over de afgelopen 90 jaar laat zien dat de beurs gemiddeld met 6,5 procent stijgt in het jaar nadat een president wordt herkozen, terwijl de groei bij een nieuwe president maar 5 procent is. Maar de bank concludeert ook dat aandelen het op de langere termijn veel beter doen onder een Democratische president dan onder een Republikeinse.

 

2 Scenario’s

Tot slot vragen we strateeg Thijs Knaap om 2 scenario’s uit te tekenen: wat zijn de financiële vooruitzichten onder 4 jaar Democraten en onder 4 jaar Republikeinen?

 

Biden

‘Het lijkt erop dat de Democraten weer meer de internationale samenwerking zoeken. De ongelijkheid, die onder Trump verder is opgelopen – al is die trend al veel langer aan de gang - kan mogelijk worden gekeerd door Bidens plannen voor onder meer een hoger minimumloon. Beleggers lijken te denken dat hij daarmee de bestedingen in de VS wat kan aanzwengelen, en dus ook de groei. Omdat het rendement op beleggingen uiteindelijk altijd uit economische groei moet komen, zou dat goed kunnen zijn voor onze deelnemers.’

 

Trump

‘De Republikeinen lijken van plan een ander model op te bouwen dan dat waarmee we de eeuw ingingen. Dat model is meer bilateraal (Amerika handelt met landen, niet als onderdeel van coalities) en transactioneel (‘voor wat hoort wat’), dus niet op basis van regels. Een consequentie van dat model, in ieder geval onder Trump, is onvoorspelbaarheid van het beleid. Daar zijn beleggers over het algemeen niet erg van gecharmeerd, omdat het investeringen ontmoedigt.’

Volgende publicatie:
Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Gepubliceerd op: 12 juni 2020

Hoe gaan drie topvrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven om met de zakelijke en persoonlijke uitdagingen die de wereldwijde coronacrisis voor henzelf en de organisatie meebrengt?

 

De crisis zorgt voor grote onzekerheid, maar werpt ook nieuw licht op risicomanagement en de kracht van purpose, concluderen Tanja Cuppen, Bianca Tetteroo en Annette Mosman, lid raad van bestuur bij APG. ‘Ons verandervermogen is veel groter dan we dachten.’

 

Lees het volledige artikel hier.

 

Fotografie: ABN AMRO / Maartje Geels / APG

Volgende publicatie:
APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

Gepubliceerd op: 28 april 2020

APG, National Pension Service of Korea (NPS) en Swiss Life Asset Managers hebben een overeenkomst gesloten om een meerderheidsbelang van 81,1% te verwerven in Brisa, een toonaangevend Europees tolwegplatform. De verkopende partij waardeert het bedrijf op meer dan € 3 miljard.

 

Brisa heeft in Portugal in totaal 21 snelwegen onder beheer met een totale lengte van meer dan 1.500 km. Het netwerk omvat cruciale onderdelen van het Portugese wegennet, met jaarlijks meer dan 7,5 miljoen gebruikers.

 

Jan-Willem Ruisbroek, Hoofd Global Infrastructure Investment Strategy bij APG: “Deze investering in Brisa, namens onze pensioenfondsklant ABP, past in onze strategie om wereldwijd stabiele lange termijn rendementen te realiseren met hoogwaardige beleggingen in infrastructuur. Brisa heeft een gediversifieerd wegennet van hoge kwaliteit en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van Portugal. We kijken er naar uit om samen met José de Mello en onze consortiumpartners hoogwaardige service aan weggebruikers te leveren en te blijven innoveren in het weg- en mobiliteitsservicesegment. ”

APG doet deze investering namens pensioenfondsklanten ABP en APG PPF.

Afronding van de transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door de relevante toezichthouders. Deze wordt in het derde kwartaal van dit jaar verwacht.

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Gepubliceerd op: 1 februari 2016

Het thema wonen, zorg en pensioen staat hoog op de agenda van de SER en verschillende ministeries. Het is ook onderwerp binnen de brede maatschappelijke pensioendialoog. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netspar-projectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen.

 

Routekaart integrale benadering

Het kabinet is daarbij voorstander van een combinatie van meer maatwerk en keuzemogelijkheden, om beter aan te sluiten op de kenmerken en voorkeuren van deelnemers. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netsparprojectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen. Daarover verscheen begin februari 2016 'De routekaart naar een meer integrale benadering van wonen, zorg en pensioen'.

 

Grote impact

De verbinding tussen wonen, zorg en pensioen kan, door de grote impact die het heeft op de financiële levensplanning, voor veel mensen relevant zijn, of ze nu pensioen opbouwen, een eigen woning hebben of behoefte hebben aan extra (ouderen)zorg. Wonen neemt in de verbinding met pensioen een andere plek in dan zorg. Wonen kent net als pensioen een rol bij vermogensvorming/sparen, terwijl zorg meer een verzekeringskarakter heeft. Niettemin zijn er relevante verbindingen tussen zorg met pensioen en wonen, denk aan langer thuis wonen door ouderen of de inzet van een eenmalige pensioenuitkering voor een specifieke niet-verzekerde zorgbehoefte. Het rapport beschrijft de trends, de knelpunten en oplossingsrichtingen.