Economie
Sluiten

Navigeer snel in deze serie:

Sluiten

Deel deze serie:

Economie

Hoever daalt de rente nog? Wat zijn de economische gevolgen van de coronacrisis? Hoe kijken we nu aan tegen globalisering? En wat zijn de gevolgen voor het Nederland van morgen? We verkennen het hier.

Thema
Inkomen
Collectie inhoud
44 Publicaties

Wat betekent de duurdere dollar voor de Nederlandse consument?

Gepubliceerd op: 25 mei 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Thijs Knaap, chief economist bij APG, over de gevolgen van de duurdere dollar voor de Nederlandse consument.

Begin 2021 kreeg je voor één euro 1,22 dollar. Begin dit jaar was dat nog 1,14 dollar en nu is de koers van de euro gedaald naar zo’n 1,07. De euro is daarmee nog iets meer waard dan de Amerikaanse munt, maar het scheelt niet veel meer. Net na de introductie van de euro, begin deze eeuw, was de dollar voor het laatst sterker dan de Europese munt. Toen kreeg je een schamele 83 dollarcent voor je euro. Rond de kredietcrisis van 2008 was de euro daarentegen weer heel sterk en kreeg je er 1,60 dollar voor. De wisselkoers fluctueert dus behoorlijk. Welke factoren spelen daarbij een rol? En wat merkt de Nederlandse consument van de duurdere dollar?

Duurdere vakanties
Bij een wisselkoers zijn drie zaken van belang, legt Knaap uit. “Met het eerste komt de Nederlandse consument direct in aanraking. Dat is namelijk dat Amerikaanse producten die je in dollars moet afrekenen, bijvoorbeeld op internet, duurder worden. Ook vakanties naar Amerika worden prijziger.” Daarnaast is er een indirect gevolg. “Zeer in het algemeen kun je zeggen dat er twee grote economische blokken zijn die op de wereldmarkt concurreren: Amerika en Europa. Onze macht als Europa om producten zoals bijvoorbeeld benzine op de wereldmarkt te kopen voor een voordelige prijs, hangt erg af van wat de euro waard is ten opzichte van de dollar. Nu de euro zwakker is, moeten we op de wereldmarkt opbieden tegen de sterkere dollar. Dat leidt ertoe dat producten voor ons momenteel sneller duurder worden dan voor Amerikanen.”

Het tweede aspect dat een rol speelt bij de wisselkoers, zijn de financiële markten. “Er is altijd behoefte om overtollig geld ergens ter wereld weg te zetten, bijvoorbeeld op een bank of door een staatsobligatie te kopen. Dan is het belangrijk wat de rente is, en die is nu vrij hoog in Amerika en vrij laag in Europa. Dus is het aantrekkelijker om geld weg te zetten in Amerika, waardoor de vraag naar dollars toeneemt en die munt duurder wordt. De huidige hoge rente in de VS is dan ook de grootste aanleiding voor de sterke dollar. Want hoewel de wereldwijde goederenstromen groot zijn, zijn de financiële stromen nog veel groter. Die hebben dus de grootste invloed op de dollarkoers. Als de Europese Centrale Bank de rente nu verhoogt, zal de euro wel wat sterker worden, maar dat werkt niet één op één door. Financiële markten houden ook rekening met verwachtingen over de Amerikaanse en Europese economie. De Europese is toch wat zwakker, bijvoorbeeld door de oorlog in Oekraïne. De stijging van de Amerikaanse rente zal daardoor sterker zijn dan in de eurozone.”  

Volgend jaar kan de dollar best nog sterker zijn dan die nu is

Veilige haven
Dat de dollar nog steeds als een veilige haven wordt gezien, is de derde factor die van invloed is op de wisselkoers. “Altijd als er ergens ellende is in de wereld, zoals nu de oorlog in Oekraïne, worden beleggers bang en brengen ze hun geld naar de VS en kopen dollars. Dat doen ze omdat ze door schade en schande hebben geleerd dat ten tijde van ellende de dollar in waarde stijgt. Er is wel discussie of de VS de status van veilige haven ooit kwijtraken. Zo is er soms aanleiding om je af te vragen of Amerika wel zo veilig is voor beleggers, denk bijvoorbeeld aan de periode onder president Trump. Maar voorlopig hoeft Washington zich geen zorgen te maken. Kijk maar naar begin dit jaar: Rusland valt een land binnen en hup, al het geld gaat naar de VS.”

Er is ook een reden om blij te zijn met een goedkope munt. Europese producten zijn nu namelijk goedkoper op de wereldmarkt en zullen daarom ook meer worden verkocht, wat bijvoorbeeld weer kan leiden tot meer werkgelegenheid. In die zin kunnen Europeanen indirect voordeel hebben bij een goedkope Europese munt. Dat geldt ook voor Nederland, al kan extra werkgelegenheid er momenteel ook toe leiden dat de krapte op de arbeidsmarkt verder toeneemt. “Ondanks dat een groot gedeelte van onze export binnen de eurozone blijft, speelt handel met niet-eurolanden nog steeds een grote rol in de Nederlandse economie. Een goedkope euro is daarom niet alleen goed voor de export van Duitse en Franse auto’s of Italiaanse mode, maar ook voor Nederlandse exporteurs.”

Lange termijn
Mogelijk extra werkgelegenheid dus voor Nederland, maar ook duurdere Amerikaanse producten en vakanties. Die worden pas weer goedkoper als de koers van de euro weer stijgt. Wat is daarvoor nodig? “Op korte termijn een hogere rente,” aldus Knaap. “Op lange termijn gaat het vanzelf: de goedkopere euro leidt tot zoveel handel dat de vraag naar euro’s toeneemt en de vraag naar dollars afneemt. Een einde aan de oorlog in Oekraïne zal ook zorgen voor een sterkere euro.” Voorlopig blijft de Amerikaanse munt nog wel sterk, verwacht Knaap. “Men is in Amerika echt bezig de rente te verhogen, dat zal de dollar verder stutten. Ik durf wel te zeggen dat de dollar over vijf jaar een stuk zwakker zal zijn, maar volgend jaar kan die best nog sterker zijn dan die nu is.” Voorlopig blijven Amerikaanse producten en vakanties dus relatief duur voor de Nederlandse consument.

Volgende publicatie:
Is de angst voor een recessie terecht?

Is de angst voor een recessie terecht?

Gepubliceerd op: 12 mei 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven over de vraag of een angst voor een recessie terecht is.

 

Net na corona zagen we snel economisch herstel, maar nu verslechteren de vooruitzichten voor de wereldeconomie alweer. De oorlog in Oekraïne en de nieuwe coronagolf in China, waardoor de economie daar weer deels op slot is gegaan, drukken de groei. Daarnaast drijft de stokkende aanvoer van energie en onderdelen – of de angst daarvoor – ook de prijzen verder op. En de inflatie was al torenhoog. Centrale banken komen nu versneld in actie. De ene na de andere verhoogt de rente. Maar komen we daardoor niet in een recessie? Is de angst voor zo’n periode van economische krimp, met het risico van meer faillissementen, hogere werkloosheid en dalende belastinginkomsten, de reden dat aandelenkoersen nu dalen?

 

Beleggers
“Aan bijna elke recessie gaat een slechte aandelenmarkt vooraf. Maar je kunt het niet omdraaien. Niet elke bear market – 20% daling van de koersen – wordt gevolgd door een recessie. Het is vaak vals alarm,” stelt Kalshoven. “Als je kijkt naar de recente winstcijfers van bedrijven, dan zijn die redelijk binnen verwachting. Het is ook niet zo dat analisten negatiever zijn geworden over de winsten van volgend jaar. Dat wijst dus allemaal niet op een recessie. Dalende beurskoersen laten zich eerder verklaren door de rente. Bij een oplopende rente daalt de huidige waarde van toekomstige winsten. Wat zich weer doorvertaalt in lagere beurskoersen. Bij de waardering speelt ook onzekerheid een rol. Bijvoorbeeld over hoe het aantrekken van de monetaire teugels precies gaat uitpakken voor de economie. Lukt het de inflatie te beperken zonder al te veel bijkomende schade voor de groei? De Bank of England heeft bijvoorbeeld al gewaarschuwd dat de Britse economie later dit jaar in een recessie komt.”

Een normale recessie heb je nodig om ‘uit te zieken’ van excessen, maar dat is nu niet aan de hand

Economische schok
“Er zijn genoeg andere bronnen van onzekerheid. Zowel over ontwikkelingen zelf – zoals escalatie van de oorlog in Oekraïne of nieuwe lockdowns in het najaar – als over hun impact. Want er is zoveel gebeurd in de afgelopen jaren dat we ook niet meer zo zeker kunnen zijn of historische verbanden nog steeds opgaan. We komen nu natuurlijk uit de coronatijd, dat voor een unieke economische schok zorgde. Ook de reactie van centrale banken en overheden die alles uit de kast haalden om de ergste klappen op te vangen, was uniek. Vervolgens was corona voorbij en herstelde de economische vraag zich in één keer. Tijdens corona waren er allemaal gaten gevallen op de arbeidsmarkt door mensen die ander werk gingen zoeken, waardoor er nu een personeelstekort is. Dat is ook een economische schok waar we nu mee te maken hebben. En hier in het Westen duiken nu nieuwe omikronvarianten uit Zuid-Afrika op. De gevolgen daarvan lijken mee te vallen, maar al met al zijn er veel onzekerheden. Voorspellen is altijd al moeilijk, maar nu dus helemaal. Dat maakt het ook lastig om te zeggen of er een recessie komt.”

 

Excessen
Tot voor kort stonden alle economische seinen nog op groen. Betekent dit dat de gevolgen van een mogelijke recessie mee kunnen vallen? “Het zal geen recessie uit het boekje zijn. Een klassieke recessie is het resultaat van oververhitting. Een periode van optimisme leidt uiteindelijk tot uit de hand lopende kredietgroei waardoor dan vaak huizenprijzen en aandelenkoersen uit het lood raken. Als dan ook de lonen en prijzen te ver doorschieten, grijpen centrale banken in met renteverhogingen. Maar nu is het niet zo’n klassiek verhaal van excessen. Door corona heeft men geen geld kunnen uitgeven waardoor er veel spaargeld is. Ook was er veel overheidssteun, die bedrijven op de been hield. Je ziet nu wel veel personeelstekorten, waardoor ook nu de lonen oplopen, maar de oorzaak is toch anders. Door corona lagen hele sectoren stil, waardoor het personeel is weggelopen. Als de vraag dan in één klap van nul naar honderd gaat, ontstaan er natuurlijk problemen. Uiteindelijk zal zich dat oplossen en mogelijk met hogere lonen, maar dat maakt het geen klassieke loon-prijsspiraal. Een normale recessie heb je nodig om ‘uit te zieken’ van excessen, maar dat is nu niet aan de hand. Wat dat betreft verwacht ik niet dat het een hele lange, vervelende recessie gaat worden. Als die al komt.”

Volgende publicatie:
Thijs Knaap bij BNR over een veranderend economisch regime

Thijs Knaap bij BNR over een veranderend economisch regime

Gepubliceerd op: 11 mei 2022

“Op dit moment is er een verandering van economisch regime aan de hand.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio, in reactie op de dalende koersen van zogenaamde ‘coronawinnaars’ als streamingsdiensten, maaltijdbezorgers en nu ook post- en pakketbezorger PostNL. “Een bedrijf dat het in het ene economische regime goed doet, doet het in het andere regime slecht. Dat is niet zo raar. De vraag die je dan als belegger hebt, is of het met alle bedrijven slecht gaat. Hoe is het gemiddelde? En ik kan tot mijn grote opluchting constateren dat het met het gemiddelde eigenlijk best goed gaat.” 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van dinsdag gaat hij ook in op de blijvende onrust op de financiële markten als gevolg van de renteverhoging van de Federal Reserve. “De Fed en de andere centrale banken hebben nu maar één doel en dat is: stop die inflatie zo snel mogelijk. Dus van hen gaat de redding voor de aandelenmarkt niet komen.” Ondertussen doemen er wel sombere wolken op aan de economische horizon, in de vorm van de voortdurende oorlog in Oekraïne en lockdowns in China. “Dat kan er zomaar toe leiden dat het toch vrij snel minder gaat en dan is het risico dat de centrale banken die de economie aan het afremmen zijn, dat doen in een situatie waarin de economie eigenlijk zelf ook al aan het afremmen is.” Met het gevaar dat de economie te veel wordt afgeremd. “En als dat gebeurt heb je een recessie en dat vinden beleggers helemaal niet leuk,” aldus Knaap in gesprek met presentator Thomas van Zijl en Martijn Rozemuller, Head of Europe bij VanEck.

Luister hier de hele uitzending.

Volgende publicatie:
Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Wat veroorzaakt de stijging van de dekkingsgraad?

Gepubliceerd op: 20 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de stijgende dekkingsgraden van pensioenfondsen.

Veel pensioenfondsen kwamen donderdag met goed nieuws: hun dekkingsgraad - die de financiële positie van een fonds weergeeft - is het afgelopen kwartaal gestegen. Om te kunnen bepalen of het huidige vermogen van een fonds voldoende is om (later) de pensioenen uit te kunnen betalen (de zogeheten verplichtingen), wordt de rekenrente toegepast. Hoe hoger die rente, hoe minder een fonds aan vermogen hoeft te hebben en hoe hoger de dekkingsgraad. Het is te vergelijken met sparen voor een vakantie: hoe hoger de rente, hoe minder je maandelijks opzij hoeft te leggen. Op basis van de dekkingsgraad bepaalt een pensioenfonds of het de pensioenen verhoogt. Een belangrijk percentage dus.

Rendementen
“Het is een slechte economische tijd,” vertelt Knaap. “Zo is er oorlog in Oekraïne en bestaat er schaarste aan personeel en goederen doordat de economie na corona ineens op volle toeren begon te draaien. Ten slotte is China in lockdown na de laatste corona-uitbraak. Dat zorgt voor extra schaarste. Dat de economie door deze factoren een klap heeft gekregen, zie je ook terug in de rendementen van de pensioenfondsen over het afgelopen kwartaal. Zo lieten de obligatie- en aandelenportefeuilles verliezen zien van zo’n 5 à 6 procent. Dat soort kwartalen moet je niet te vaak hebben. In het verleden waren er weleens kwartalen waarbij de aandelen met 20 procent onderuit gingen, maar dan had je nog vaak obligaties die juist meer waard werden.”


Nu daalt de waarde van alle beleggingen, met uitzondering van de zogenaamde alternatives zoals grondstoffen, private equity en infrastructuur. “Maar met alleen goede resultaten daarop red je het niet. Het rendement van veel fondsen is nog steeds negatief en dat heeft z’n weerslag op hun vermogen: dat daalt. Maar het gekke is dat de dekkingsgraad niet alleen op het vermogen van een pensioenfonds is gebaseerd, maar ook op de verplichtingen. Dat bedrag wordt berekend met de rente en die is nu aan zo’n snelle stijging bezig dat het geld sneller aangroeit en er door de fondsen minder opzij hoeft te worden gelegd voor de betaling van pensioenen. Met andere woorden: de verplichtingen dalen, waardoor de dekkingsgraad stijgt en zelfs op een niveau komt dat we bij een aantal fondsen sinds 2008, vlak voor de kredietcrisis, niet meer hebben gezien. Het is nu een merkwaardig verhaal met de dekkingsgraad: negatieve rendementen maar wel een hogere dekkingsgraad. Dat is precies het omgekeerde verhaal als dat van de afgelopen tien jaar. Toen haalden pensioenfondsen geweldige rendementen maar daalden de dekkingsgraden. Want altijd was het verhaal dat hoe hoog de rendementen ook waren, de verplichtingen nog harder stegen als gevolg van de dalende rente.”

Het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente

Rente
De huidige hogere dekkingsgraden zijn dus te danken aan de gestegen rente. Dat brengt de vraag met zich mee hoe lang de rente hoog blijft. “Vanaf de jaren tachtig is de geloofwaardigheid van de centrale banken en hun beleid om de inflatie te beteugelen steeds betrouwbaarder geworden. Nu stijgt de inflatie en doet de Europese Centrale Bank nog niets, waardoor de kans bestaat dat de geloofwaardigheid van centrale banken weer afneemt. Dat kan betekenen dat de rente permanent hoger wordt omdat beleggers gecompenseerd willen worden voor het risico dat de inflatie in de toekomst opnieuw piekt.”


Er zijn echter ook redenen om aan te nemen dat de rente op den duur weer gaat dalen. “Op dit moment is er heel veel spaargeld, zowel in het Westen bij bijvoorbeeld babyboomers als in de opkomende economieën zoals China.” Dat drukt de rente, en de factoren die aan het overschot van (spaar)geld ten grondslag liggen, bestaan nog steeds. “Al kun je er wel een paar aanwijzen die wat aan het omslaan zijn, zoals lage inflatieverwachtingen. Een andere is de Chinese aanbodschok. Spullen uit China zoals tv’s en mobiele telefoons werden almaar goedkoper. Sinds corona wil het Westen minder afhankelijk worden van Chinese productie. Dat kan leiden tot minder import van goedkope producten uit China. Lagelonenlanden willen daarnaast meer gaan verdienen aan hun producten, die daardoor duurder worden. Bovendien zal China ook steeds meer willen gaan uitgeven. Dat kun je ook zeggen van de Westerse babyboomers, die nu met pensioen zijn. Vraag en aanbod van geld komen dan meer met elkaar in evenwicht, wat de trend van dalende rente eventueel kan keren. Maar het is wat mij betreft nog veel te vroeg om te zeggen dat we definitief aan het einde zijn van de almaar dalende rente.”

Volgende publicatie:
Kan wonen weer betaalbaar worden gemaakt?

Kan wonen weer betaalbaar worden gemaakt?

Gepubliceerd op: 14 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Europees vastgoed Robert-Jan Foortse, over de vraag of wonen weer betaalbaar kan worden gemaakt.

Nieuwbouwhuizen dreigen voor veel mensen onbetaalbaar te worden, zo waarschuwt de Vereniging Eigen Huis (VEH) maandag. Dezelfde dag zegt het kabinet iets te willen doen tegen de flinke huurstijging in de vrije sector. De vraag dient zich aan of wonen weer betaalbaar kan worden gemaakt, en hoe. Daar is volgens Foortse maar één oplossing voor, en dat is woningen bijbouwen. Veel woningen. 

Huurprijzen
“Meer aanbod van woningen is volgens mij het antwoord. Andere maatregelen zijn mogelijk contraproductief. Een voorbeeld van zo’n contraproductieve maatregel is het beperken van de huurstijging. Want als huren niet meer mogen stijgen, waarom zou je dan als belegger nog investeren in Nederlandse woningen? Een gevolg daarvan kan zijn dat grote beleggers hun kapitaal investeren in de woningmarkt van de landen om ons heen, waar veelal een zelfde problematiek geldt als in Nederland. Een deel van de problematiek is immers mede het gevolg van het gevoerde monetaire (en fiscale) beleid van de afgelopen jaren.”

Als het gaat om huurwoningen spelen corporaties ook een rol. “Zij zouden een deel van hun huurwoningen in de vrije sector kunnen afstoten aan institutionele beleggers om zich zo volledig te richten op sociale huurwoningen.” Foortse denkt niet dat de huurprijzen in de vrije sector dan door het dak gaan. “Institutionele beleggers zitten over het algemeen in woningen omdat die een vrij laag beleggingsrisico kennen en daarmee een stabiel deel van hun portefeuille vormen. Beleggingen in woningen hebben een wat lager rendement maar als de huurstijgingen rondom het inflatieniveau liggen, werkt het denk ik goed voor de beleggers. Voor dit jaar hebben de grootste Nederlandse beleggers, in overleg met IVBN en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, besloten de huurstijging te beperken tot 3,3%, ondanks de hogere inflatie. Een beperkte huurstijging vermindert ook de concurrentie omdat investeerders met een kortere beleggingshorizon, die de huur in korte tijd zoveel mogelijk willen verhogen, dan niet meer geïnteresseerd zijn. Zo verlaag je de stress op de markt en gaan de prijzen niet door het dak. Lange termijn-beleggers zijn het meest gebaat bij een stabiele, voorspelbare woningmarkt.”

Beleggers kijken ook naar toegankelijkheid voor woningen in de grote steden voor beroepen zoals leraren en medisch personeel

Nieuwbouw
De Nederlandse woningmarkt bestaat nu voor 57 procent uit koopwoningen en voor 43 procent uit huurwoningen. Investeringen voor nieuwe huurwoningen zullen deels vanuit beleggers moeten komen, maar het geld voor koopwoningen zal door de particuliere koper moeten worden opgebracht. “Nieuwbouwwoningen zijn nu 3,5 ton, maar dat is een prijs die volgens VEH weinig mensen meer kunnen betalen. De vraag is hoe we huizen van 2 tot 2,5 ton kunnen bouwen. Die zullen of veel kleiner zijn dan de huidige nieuwbouw, of op plekken staan die minder gewild zijn,” aldus Foortse. In de prijsopbouw van een huis zitten twee grote componenten, die het lastig maken om veel goedkoper te bouwen. “Er zijn de bouw- en materiaalkosten, die door de hoge inflatie met de dag stijgen, en er is de prijs van de bouwgrond. Die wordt vaak door gemeentes berekend. Zij kunnen de bouwgrond moeilijk goedkoper aanbieden, omdat ze dan met een gat in hun begroting zitten en andere projecten niet meer kunnen financieren.”

Vorige maand gaf minister voor Volkshuisvesting Hugo de Jonge wel aan dat hij met een zogeheten ‘aanwijzing’ kan ingrijpen bij lagere overheden om extra huizenbouw mogelijk te maken. Tot op heden is zelden gebruikgemaakt van zo’n aanwijzing, en niet zonder reden, meent Foortse. “Dat geldt als een draconische maatregel in Nederland, omdat je de hiërarchie raakt die we in dit land hebben met een landelijke, provinciale en gemeentelijke overheid. Ik begrijp dat het kabinet de oplossing voor dit probleem centraal wil coördineren, maar ik kan me ook voorstellen dat er hier en daar lokale weerstand bestaat tegen nieuwbouwprojecten.”

 

Tenslotte wordt de nieuwbouw van woningen volgens Foortse niet alleen belemmerd door de sterke stijging van de grond- en materiaalkosten, maar ook door de strenge(re) wet- en regelgeving voor wat betreft verduurzaming. Voorbeelden daarvan zijn isolatie, afkoppeling van gas en uitstoot van CO2 en stikstof. “Dit beperkt de mogelijkheden om nieuwe woningbouwlocaties aan te wijzen en leidt vaak ook tot hogere bouwkosten. Institutionele beleggers hebben ook de opgave om fors te investeren om de bestaande woningportefeuilles te verduurzamen.  Dit laatste draagt overigens wel bij tot lagere energie kosten voor huurders.”


Doorstromen
Aan het begrip ‘betaalbaarheid’ zitten meerdere kanten, legt Foortse uit. “Zo kun je je afvragen voor wie de nieuwbouw betaalbaar moet zijn. Als nieuwe huizen worden gebouwd voor rond de 4,5 ton, kunnen we er in ieder geval voor zorgen dat iedereen die nu in een bestaand huis van 2 à 3 ton woont kan doorstromen naar een nieuwbouwhuis. Daardoor ontstaat er voor starters meer aanbod in het lagere segment. De afgelopen jaren liep het aanbod in het segment van rond de 4,5 ton achter, waardoor mensen niet konden doorgroeien in de woningmarkt. Want als er geen kwalitatief beter nieuwbouwhuis is, waarom zou je dan verhuizen? Traditioneel gaat iemand van een eenpersoons- naar een tweepersoonshuishouden en uiteindelijk naar een gezinswoning. Mensen zoeken in hun volgende woning logischerwijs naar meer ruimte.”


Meer bouwen is op lange termijn de oplossing. Daarbij zijn een aantal aandachtspunten waar volgens Foortse rekening mee moet worden gehouden. Een daarvan is ervoor zorgen dat het kabinet grote beleggers niet afschrikt door de huurstijging te beperken. Wat nieuwbouw betreft moet worden nagedacht voor wie wordt gebouwd: voor doorstromers naar het hogere segment of voor starters. En bij die nieuwbouw zal het voor het kabinet een evenwichtsoefening worden om eventuele lokale weerstand tegen nieuwbouwprojecten weg te nemen. “Op kortere termijn kunnen we onderzoeken of we de bestaande woningvoorraad beter zouden kunnen gebruiken, zoals recent werd gesuggereerd door enkele economen. Dit zou kunnen door samenwonen verder te stimuleren, of in ieder geval niet financieel onaantrekkelijker te maken. Het aantal eenpersoonshuishoudens stijgt al jaren. Voor de betaalbaarheid van de woningmarkt zou het mooi zijn als die trend gestopt zou kunnen worden. Naast betaalbaarheid kijken institutionele beleggers ook naar toegankelijkheid voor woningen in de grote(re) steden voor zogenaamde ‘key workers’, zoals leraren en medisch personeel. Dit kan door voorrangsregelingen te introduceren.”

Volgende publicatie:
Wat als de EU olie en gas uit Rusland gaat boycotten?

Wat als de EU olie en gas uit Rusland gaat boycotten?

Gepubliceerd op: 7 april 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Peter Verbaken, Hoofd van APG’s Team Grondstoffen, over de gevolgen van een boycot van Russische energie.

 

Een gas- en olieboycot vormt geen onderdeel van het meest recente sanctiepakket tegen Rusland, maar is wel een stok die de EU achter de hand houdt. Volgens een rapport van het Centraal Planbureau zal Nederland flink worden geraakt als Brussel zo’n verbod instelt. Moeten we daarom bang zijn voor zo’n boycot? Of zullen de gevolgen alleszins meevallen, zoals hoogleraar economie Sweder van Wijnbergen in de Volkskrant betoogt?

Om te beginnen stelt Verbaken dat de situatie in Oekraïne hem raakt: “Het is verschrikkelijk om te zien hoe de mensen in Oekraïne lijden onder het oorlogsgeweld en hoe het land langzaam maar zeker verwoest lijkt te worden. Ik volg het al vanaf het begin op de voet, juist ook vanwege de invloed die het heeft op mijn werk, en ik hoop van harte dat er snel een einde aan komt.”

Steenkool als alternatief
Door de grote Europese afhankelijkheid van Russisch gas, zal een gasboycot harder aankomen dan een olieboycot, zegt Verbaken. “In Nederland hebben we geluk gehad met een zachte winter. Eind vorig jaar, nog voor de Russische inval in Oekraïne, vond er al een enorme stijging van de gasprijs plaats omdat de voorraden zo laag waren. Door de zachte winter en een toename van Russische gasleveranties konden we de winter doorkomen. Maar nu is het zaak om in de zomer de gasvoorraden weer aan te vullen. Als we door een verbod op de import van Russisch gas de voorraden niet op tijd op peil kunnen krijgen, is een alternatief plan nodig. Van Wijnbergen noemt het gebruik van steenkolen als oplossing. In theorie is dat inderdaad mogelijk, al gaat het natuurlijk in tegen het huidige klimaatbeleid. Maar het valt niet uit te sluiten dat de politiek in deze uitzonderlijke situatie toch besluit om van gas op steenkolen over te gaan.”

De vraag is of steenkolen het wegvallen van Russisch gas kunnen opvangen. Verbaken denkt van niet. “In de praktijk zal blijken dat je ook wat aan de vraagkant moet doen. Je ziet bijvoorbeeld nu al de overheidscampagne ‘Zet ook de knop om’, met als doel dat huishoudens de thermostaat een graadje lager zetten. Een derde van de gasvraag in Nederland komt echter van de industrie. Om die vraag omlaag te krijgen, valt niet uit te sluiten dat grote industriële gasverbruikers worden gedwongen minder gas te verbruiken. Zoiets valt zeker voor te stellen als de Nederlandse gasvoorraden deze zomer niet worden bijgevuld met Russisch gas. Het dwingen van de industrie om minder gas te verbruiken is wel een radicale maatregel van het soort dat we sinds de jaren zeventig, met de oliecrisis en de autoloze zondagen, niet meer hebben gezien.”

De zorgen over de impact van een boycot van Russische gas en olie zijn wat mij betreft zeker terecht

Olieschaarste
In het geval van olie is het een iets ander verhaal. Mocht de EU geen olie meer importeren uit Rusland, dan zullen China en India de Russische olie met fikse kortingen opkopen, verwacht Van Wijnbergen. Gevolg daarvan is dat beide Aziatische grootmachten minder niet-Russische olie hoeven te importeren vanuit de wereldmarkt en er daarom ook geen olieschaarste zal ontstaan. In theorie heeft Van Wijnbergen daar een punt, maar de praktijk kan weleens stroever uitpakken, meent Verbaken. “Het kost Europa zeker een paar maanden om van Rusland over te stappen op andere olieleveranciers. Daarnaast zet het Westen China en India onder druk om niet de redder van Rusland te spelen, zeker na het laatste nieuws over de vele burgerdoden in Oekraïne. Wat ook meespeelt, zijn de zogeheten letters of credit, de financiering die nodig is voor het verschepen van olie. Financiële partijen zullen door de dreiging van sancties en de publieke opinie heel voorzichtig zijn om die uit te geven.” Het lijkt daarom op de korte termijn onwaarschijnlijk dat een olieschaarste kan worden voorkomen doordat China en India meer Russische olie gaan importeren, waardoor er voor de EU-landen meer niet-Russische olie overblijft. 
   

Forse ingrepen
Verbaken denkt dat de visie van Van Wijnbergen wat aan de optimistische kant is als het gaat om de gevolgen van het wegvallen van Russische energie. “Hij mist onder andere de factoren die het verschuiven van de oliestromen complex maken, en dat de gasvraag echt omlaag moet.” Het meest problematisch blijft de boycot van gas. “Het wegvallen van Russisch gas slaat een gat in onze voorraad. Als die in de zomer niet kan worden aangevuld, wordt het probleem steeds kritieker,” zegt Verbaken. “Alsof je op een klif afrijdt. De gasvoorraad kan alleen voldoende worden aangevuld als het lukt voldoende kolencentrales aan te zwengelen, de vraag naar gas omlaag wordt gebracht en hier en daar aanbod van lng (vloeibaar gemaakt aardgas) kan worden aangeboord. Nu wordt alleen nog de bevolking gevraagd zuiniger te doen met gas, maar wat als dat niet voldoende blijkt? Hoever moet je dan gaan om industrieën te dwingen minder gas te verbruiken? En bij welke industrieën begin je? De kern van deze situatie is dat de regering niet aan de bevolking kan uitleggen dat ze hun huizen komende winter niet meer kunnen verwarmen. Om dat te voorkomen zijn forse ingrepen nodig. De zorgen over de impact van een boycot van Russische gas en olie zijn wat mij betreft dan ook zeker terecht. Wat niet wegneemt dat het gezien de huidige situatie, met al het leed dat Rusland aanricht, een goed uit te leggen sanctie tegen Moskou zou zijn. Als die daadwerkelijk wordt ingevoerd, zal er door de regering, de industrie en de Nederlandse bevolking gezamenlijk hard gewerkt moeten worden om de impact die het op ons heeft zoveel mogelijk te beperken.”  

Volgende publicatie:
Maakt de Nederlandse winkelstraat een doorstart?

Maakt de Nederlandse winkelstraat een doorstart?

Gepubliceerd op: 30 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Hoofd Europees vastgoed Robert-Jan Foortse, over de toekomst van de Nederlandse winkelstraat.Gingen mensen er vroeger vooral heen om spullen te kopen, tegenwoordig wil de consument meer.”

In het eerste jaar na de opening trok de Mall of the Netherlands, een winkelcentrum in Leidschendam-Voorburg, 13 miljoen bezoekers, ondanks twee lockdowns. Dat is meer dan verwacht. Grote winkelcentra lijken dus goed te boeren, maar de Nederlandse winkelstraat heeft het daarentegen moeilijk, en dat is al een tijdje zo, zegt Foortse. “Al verschilt het wel of je het hebt over de Kalverstraat in Amsterdam of een winkelstraat in de wat kleinere provincieplaats. De trend van fysieke naar digitale verkopen is al een aantal jaar aan de gang en corona heeft die trend versneld.” Toch ziet Foortse kansen voor de winkelstraat, al is daar wel een transformatie voor nodig.

Versnipperd
Investeren in winkelstraten om ze er weer bovenop te helpen, is nog niet zo makkelijk. “Het probleem met winkelstraten is dat het eigendom ontzettend is versnipperd. Het is dan ook erg lastig om een propositie te creëren voor een winkelstraat omdat er zo veel belanghebbenden en eigenaren zijn. De ene eigenaar wil bijvoorbeeld wel investeren in z’n eigen pand maar niet in de infrastructuur, terwijl een ander helemaal niet wil investeren. Door die versnippering koos APG er bijvoorbeeld zo’n vijftien jaar geleden voor om vooral in winkelcentra en outlets te investeren, zoals bijvoorbeeld Batavia Stad Fashion Outlet. Dat is eigenlijk een nagebouwde Nederlandse winkelstraat. Doordat wij volledig eigendom hebben, is deze winkelstraat op eenzelfde manier te beheren en te controleren als een winkelcentrum. We hebben daar invloed op het winkelaanbod, de parkeergelegenheid en of het veilig en goed onderhouden is. Die invloed hebben we in een gewone winkelstraat niet. Bezoekers merken in Batavia Stad dat het een aangename omgeving is om te winkelen, al spelen de outlet-kortingen natuurlijk ook een rol.” 

Doordat de traditionele winkelstraat zoveel belanghebbenden met verschillende belangen kent, duurt het lang voordat er een nieuwe bestemming voor is gevonden, stelt Foortse. “Dit is bij uitstek een probleem dat zich naar mijn mening leent voor een publiek-private samenwerking. De verschillende belanghebbenden moeten bij elkaar komen en een gezamenlijke visie ontwerpen op de winkelstraat van de toekomst.” Want de functie verandert. “Gingen mensen er vroeger vooral heen om spullen te kopen, tegenwoordig wil de consument meer. Ik denk dat mensen nog steeds naar de winkelstraat willen, maar dan om iets lekkers te kopen bij de traiteur of om een pop-upwinkel te bezoeken. Je moet iets creëren dat aantrekkingskracht heeft op mensen, en dat is niet meer gewoon spullen aanbieden. Beleving is dan wellicht een te makkelijk en te vaak gebruikt woord, maar het heeft er wel mee te maken. Na corona merk je weer dat mensen toch sociale wezens zijn en graag ergens naartoe willen waar andere mensen zijn.”

Er is een transformatie van de winkelstraat gaande, maar die gaat langzaam

Transformatie
Van alle aankopen gebeurt nog zo’n 75 procent in fysieke winkels. De overige 25 procent gebeurt digitaal; een percentage dat alleen maar hoger wordt. In de gemiddelde winkelstraat van de nabije toekomst zijn dus minder vierkante meters aan winkelruimte nodig. “De winkelstraat heeft nog best veel kwaliteiten, alleen moeten we die wellicht opnieuw uitvinden en benaderen. Een van die kwaliteiten is dat ze vaak centraal gelegen liggen in een plaats. Ook is er vaak parkeergelegenheid in de buurt. Als het flexibele werken permanent onderdeel van ons leven wordt, kan winkelruimte worden omgebouwd tot werkplekken. Daar kunnen dan mensen terecht die thuis geen geschikte werkplek hebben, maar ook niet in de file willen staan naar het kantoor buiten de stad.” De locatie midden in de stad en de parkeergelegenheid pleiten ook voor het ombouwen van winkels tot woningen, meent Foortse. “Maar voordat een bestemmingsplan is gewijzigd, ben je zo een paar jaar verder. Dat ontneemt wel de animo om iets nieuws te creëren in een winkelstraat. Daar zie ik dan ook een rol voor de politiek. Die moet zorgen dat dit proces kan worden versneld.” 
 

De Nederlandse winkelstraat kán dus een doorstart maken, maar zal er volgens Foortse over tien of twintig jaar wel heel anders uitzien dan vandaag. “Ik denk dat je veel meer een mix zult zien tussen de huidige traditionele winkels, eet- en drinkgelegenheden, kantoren waarin je werkplekken kunt huren en woningen. Dat zal voor alle steden gelden, al zullen er wel accentverschillen zijn. Zo zal de Amsterdamse Kalverstraat toch vooral een winkelstraat blijven terwijl de winkelstraat in een kleinere plaats meer woningen zal krijgen. Er is een transformatie van de winkelstraat gaande, maar die gaat langzaam.”

Volgende publicatie:
Wat gebeurt er als een land failliet gaat?

Wat gebeurt er als een land failliet gaat?

Gepubliceerd op: 25 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week.

 

Deze keer: Sjacco Schouten, Head of Emerging Market Debt, over de vraag wat de gevolgen zijn als een land als Rusland niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. “Ook in economische zin is het een scenario dat alleen maar verliezers kent.”

 

Begint maart sprak een aantal kredietbeoordelaars de verwachting uit dat Rusland door de westerse sancties mogelijk op korte termijn niet meer aan zijn betalingsverplichtingen (rente en aflossing van de staatsschuld) zou kunnen voldoen. Russische staatsobligaties kregen een zogeheten ‘junk’-status, wat min of meer betekent dat schuldeisers de kans groot achten dat ze een flink gedeelte van hun geld niet meer terugzien. Het roept de vraag op wat er met een land gebeurt, bij zo’n ‘faillissement’. Wanneer is daar sprake van? En wat zijn de gevolgen?

 

De eerste vraag blijkt relatief makkelijk te beantwoorden. Schouten: “Normaliter vinden rentebetaling en aflossing op staatsobligaties plaats op vooraf vastgestelde data. Als een land zo’n datum mist, gaat eerst een grace period in, waarin het de kans krijgt de betaling alsnog te doen. Gebeurt dat niet, dan gaat het land officieel in default.

 

Zo goed als nul

Het antwoord op de tweede vraag – over de gevolgen van zo’n default – is een stuk gecompliceerder, omdat er nogal wat mitsen en maren bij komen kijken.

 

“Als een land officieel in default is, treden allerlei processen in werking. Meestal zal een overheid een herstructurering voorstellen aan de obligatiehouders, waarbij afspraken worden gemaakt over ‘hoe verder’. Welke dat zijn, hangt af van de voorwaarden van de obligatie en van de wet van het land waaronder de obligaties zijn uitgegeven. In het meest extreme geval, als een land écht niet meer wil of kan betalen, zijn houders mogelijk genoodzaakt hun obligaties volledig af te schrijven, naar zo goed als nul. De prijs zal niet helemaal naar nul gaan, omdat je nooit honderd procent kunt uitsluiten dat er op een bepaald moment toch nog geld terugkomt.”

 

Rusland heeft dat punt echter nog niet bereikt. Het land heeft tot nu toe nog geen betalingen gemist. Als dat in de toekomst wel het geval is, zal dat eerder komen door de sancties die betalingstransacties onmogelijk maken of door de betalingsbereidheid van Rusland, dan dat het aan zijn vermogen ligt om aan de financiële verplichtingen te voldoen. “Met alle olieopbrengsten zou Rusland daartoe prima in staat moeten zijn. Of het dat op de lange termijn ook wil blijven doen, is een tweede. Wat dat betreft zou een onderscheid in voorwaarden kunnen ontstaan tussen beleggers die wel aan herstructurering willen meedoen en houders die dat door toedoen van sancties niet willen of kunnen. Hiermee krijgt Rusland de kans om ‘vriendelijke’ landen gunstigere voorwaarden te geven dan ‘onvriendelijke’ landen.”

 

Voorgetrokken

In principe geldt voor obligatiehouders echter het pari passu principe, wat inhoudt dat ze gelijk behandeld moeten worden. Schouten: “In beginsel kunnen obligatiehouders uit een bepaald land niet voorgetrokken worden. Wel kunnen de voorwaarden van obligaties die zijn uitgegeven onder lokale wetgeving, verschillen van de voorwaarden van staatsleningen die zijn uitgegeven onder internationale wetgeving. Naast het wetgevingsaspect spelen bij een eventuele herstructurering van de Russische staatsschuld nog veel meer factoren een rol. Bijvoorbeeld de valuta waarin een obligatie is uitgegeven – dollars of roebels. Bovendien is het voor bepaalde beleggers simpelweg verboden om überhaupt nog betalingen te ontvangen van Rusland, of betalingen te doen aan Russische entiteiten. Al die factoren samen maken een herstructurering in het geval van Rusland heel complex.”

 

Gevolgen

Wat zijn de gevolgen als Rusland zou besluiten om obligatiehouders niet meer te betalen?

 

“In dat geval zou het land nog verder in een isolement geraken en beperkt worden in de toegang tot de kapitaalmarkten. Op de korte termijn kan Rusland veel opvangen via zijn oliereserves en inkomsten uit olie- en gasleveringen. In grote lijnen weet het zijn economie nu nog redelijk draaiende te houden. Maar in de komende maanden zal de Russische economie naar verwachting krimpen en wordt de financiële situatie van het land problematischer. In hoeverre het land dan een verdere economische krimp kan tegenhouden, hangt af van de bereidheid van andere landen om Rusland te helpen. Die valt niet uit te sluiten. Zelfs als alle westerse landen – zoals de VS – Russische olie in de ban doen, kan Rusland nog steeds olie aan andere landen verkopen.”

 

‘Adding insult to injury’

Niettemin lijkt Rusland economisch gezien een doemscenario boven het hoofd te hangen. “Wat voedsel betreft zou Rusland in staat moeten zijn voor een groot gedeelte in de eigen behoefte te blijven voorzien. Maar als de levering stopt van alles wat het land importeert – technologie, computers, chips en noem maar op – dan komen grote delen van de economie tot stilstand. De gemiddelde Rus gaat terug in de tijd. Hij kan er misschien overheen komen dat hij niet meer naar McDonald’s kan, maar toegang tot bijvoorbeeld technologische kennis en bepaalde onderdelen, is van groot belang om een economie draaiend te kunnen houden en te ontwikkelen.”

 

Adding insult to injury, daar komt het op neer als Rusland een wanbetaler zou worden. Schouten: “De sancties brengen al schade toe aan de economie. De bevolking wil nu al dollars in de zak hebben in plaats van roebels. In het geval van een default wordt er een hele cyclus getriggerd, waarbij de Russische economie naar verwachting in een diepe recessie terechtkomt, met hoge inflatie. Ook in economische zin is het een scenario dat alleen maar verliezers kent.”

Volgende publicatie:
“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

“Met alleen maar aandelen en obligaties zou je nu in de min staan”

Gepubliceerd op: 22 maart 2022

“Het is een tijd van beweeglijke markten, wat betekent dat we veel transacties doen bij APG. Al is het maar om de portefeuille steeds opnieuw te balanceren.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in een gesprek over investeringen. “Ik wilde hier een transactie in het zonnetje zetten die we hebben gedaan in het kader van ANET, het ABP Nederlandse Energietransitiefonds.” ANET heeft een belang genomen in het Groningse bedrijf enie.nl, dat zonnepanelen verkoopt en verhuurt. “Iedereen die kan rekenen weet dat de stroomprijs enorm veel hoger is geworden. Daardoor is de terugverdientijd veel korter geworden. Dat is de meeste mensen niet ontgaan waardoor er veel vraag is naar zonnepanelen. Nu kan enie.nl gaan uitbreiden met het geld dat ze van ANET krijgen. Dat is goed voor het rendement en goed voor de energietransitie.”


Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook hoe APG al een aantal jaar rekening hield met een economische schok waarbij prijzen van grondstoffen snel zouden stijgen en er vervolgens een groeischok zou komen door economische onzekerheid. “We hadden daarvoor een beleggingsbeleid in stelling gebracht dat ons moest voorbereiden op die schok, maar jarenlang ging het maar om één procent inflatie en de grondstoffenprijzen daalden. Dus eigenlijk was het lang het omgekeerde van zo’n schok. Maar door de huidige hoge grondstoffenprijzen en de inflatie die de pan uitrijst doet datgene wat we in stelling hebben gebracht het nu geweldig. Dan moet je denken aan beleggingen in grondstoffen, hedgefunds en infrastructuur. Terwijl je met een portefeuille met alleen maar aandelen en obligaties gegarandeerd in de min had gestaan,” vertelt Knaap in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Mary Pieterse-Bloem.


Luister hier de hele uitzending.

 

Volgende publicatie:
Wat betekent de hoge gasprijs voor de groene ambities van de EU?

Wat betekent de hoge gasprijs voor de groene ambities van de EU?

Gepubliceerd op: 10 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: aandelenbelegger Martijn Olthof over de vraag wat de gevolgen zijn van de hoge gasprijs voor de groene ambities van de EU.

De stijging van de gasprijs, die afgelopen najaar inzette door toenemende vraag vanuit de industrie, is door de oorlog in Oekraïne nog veel forser geworden. De oorlog en de hoge gasprijs zijn redenen voor de EU om snel minder afhankelijk te worden van Russisch gas. Brussel kondigde dinsdag dan ook aan dat de EU nog voor 2030 zonder gas uit Rusland moet kunnen. Dit REPowerEU-plan is een aanscherping van de zogeheten Green Deal en het Fit for 55-plan, dat de CO2-uitstoot in 2030 met 55 procent moet terugbrengen. Een nog ambitieuzer klimaatplan dus, en een keerpunt in het Europese energiebeleid.

“Het Fit for 55-plan was al heel ambitieus, zeker in deze tijd van hoge energieprijzen, hoge inflatie en een tekort aan arbeidskrachten en materiaal,” aldus Olthof. Is een nog scherpere doelstelling dan wel realistisch? “Het is in die zin realistisch dat de nood aan de man is, en nood breekt wet. Zo’n aanscherping is ook nodig omdat Moskou elk moment kan besluiten de gaskraan dicht te draaien. De situatie in Oekraïne en de hoge gasprijzen zijn des te meer reden om de Green Deal en het Fit for 55-plan sneller te implementeren en nog meer in te zetten op duurzame energie.”

Investeringen
Een van de concrete maatregelen uit het REPowerEU-plan is om procedures voor de aanleg van windmolenparken en zonnepanelen te verkorten. Een welkome maatregel, volgens OIthof. “Maar dit lukt alleen als de bureaucratie vermindert op het gebied van vergunningen, want daar lopen bedrijven die hierin willen investeren nogal eens tegenaan. Als er bijvoorbeeld een hoogspanningskabel moet worden aangelegd, zeker op land, gaan er vaak jaren overheen voordat alle noodzakelijke procedures zijn doorlopen. Op zich is dat goed, want mensen moeten er wel iets over te zeggen hebben en niet iedereen wil een hoogspanningsmast in z’n achtertuin. Maar linksom of rechtsom is dit soort infrastructuur wel nodig, zeker als we nog sneller van fossiele brandstoffen af willen en dan met name van Russisch gas. Het is daarom van belang dat dit soort procedures, waar mogelijk zonder het belang van de omwonenden uit het oog te verliezen, ook daadwerkelijk worden versoepeld waardoor investeringen in de energietransitie makkelijker van de grond komen.”

Het versnellen van de groene ambities alleen zorgt er niet voor dat Europa nog dit jaar van het Russische gas af kan

Door het REPowerEU-plan wordt de kans groter dat de Europese Commissie haar groene ambities gaat verwezenlijken. Maar het versnellen van de groene ambities alleen zorgt er niet voor dat Europa nog dit jaar van het Russische gas af kan. “Daar zijn echt noodmaatregelen voor nodig, zeker om de energierekening enigszins betaalbaar te houden,” stelt Olthof. “Het plan voorziet bijvoorbeeld in het gecoördineerd en verplicht snel aanvullen van de voorraden in de gasopslagfaciliteiten in West-Europa. Ook wordt er gesproken over het tijdelijk weer reguleren van de energieprijzen. Landen zouden dit kunnen bekostigen door hoge winsten van sommige elektriciteitsbedrijven die niet afhankelijk zijn van gas, extra te belasten. En door de hoge inkomsten uit de verkoop van  CO2-emissierechten in te zetten.”

Kolen
Een andere noodmaatregel kan zijn om een kolencentrale langer open te houden, ook al is het de bedoeling dat die zo snel mogelijk dichtgaan, vertelt Olthof. “Want de doelstellingen om de CO2-uitstoot te beperken moeten linksom of rechtsom wel worden gehaald. Stel dat we in Europa de kolencentrales een jaar langer openhouden, dan moet die extra uitstoot op een andere manier worden gecompenseerd om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot maximaal 1,5 graad. En dat was vóór de oorlog in Oekraïne al een ambitieus doel. Bovendien komt 46 procent van de kolenimport in Europa ook uit Rusland, dus dat vermindert wellicht ook niet onze afhankelijkheid. Het REPower-EU plan voorziet dan ook niet expliciet in het langer openhouden van kolencentrales en stelt ook geen versoepeling van de uitgave van emissierechten voor. Het lijkt er dus op dat de Europese Commissie in ieder geval wil voorkomen dat het kortetermijnnoodplan de groene ambities in gevaar brengt, om tegelijk op de langere termijn de realisatie van de ambities dichterbij te brengen.”

Concluderend ziet Olthof de hoge gasprijzen als een duidelijke aansporing voor de groene ambities van Europa. “Dat die flinke stijging van de gasprijzen onder andere het gevolg is van onze afhankelijkheid van Rusland, verhoogt natuurlijk enorm de urgentie om van fossiele brandstoffen af te komen. En zeker uit Rusland. Die urgentie is heel duidelijk. Op de korte termijn, met eerlijk verdeelde lasten, om zo problemen te voorkomen als Moskou de kraan dichtdraait. Maar ook op de langere termijn, zodat we voor onze energie nooit meer afhankelijk hoeven zijn van Rusland.” 

Volgende publicatie:
ABP en bpfBOUW verkopen alle beleggingen in Rusland

ABP en bpfBOUW verkopen alle beleggingen in Rusland

Gepubliceerd op: 3 maart 2022

Beleggingen beide fondsen bedroegen al minder dan 0,1 procent van totaal belegd vermogen

ABP en bpfBOUW, APG’s grootste fondsklanten, hebben besloten al hun beleggingen in Rusland te verkopen. Hiermee zijn het de eerste pensioenfondsen in Nederland die dit besluit nemen als reactie op de inval van Rusland in Oekraïne. De fondsen verwachten dat de verkoop enige tijd kan duren, door de ingewikkelde marktomstandigheden in Rusland.

In totaal belegt ABP nog voor zo’n 520 miljoen euro in Rusland en bpfBOUW voor 58 miljoen – minder dan 0,1 procent van het totaal belegd vermogen. Beide fondsen bouwden hun beleggingen in het land de afgelopen tijd al in rap tempo af. Zo werd al een tijd niet meer geïnvesteerd in Russische staatsobligaties die door een bindend EU-wapenembargo op onze uitsluitingslijst staan.

Geschokt

“ABP is geschokt door de Russische inval in Oekraïne en het geweld dat daarmee gepaard gaat. Ons medeleven gaat uit naar alle mensen in Oekraïne. ABP volgt de ontwikkelingen op de voet en deze hebben ABP doen besluiten om al onze resterende beleggingen in Russische bedrijven te verkopen”, laat het fonds weten op de website. bpfBOUW spreekt van een ‘principebesluit’.

Beurs blijft gesloten

De daad bij het woord voegen en alle beleggingen direct verkopen, is op dit moment echter geen eenvoudige opgave. De beurs in Moskou is nog steeds gesloten. Ook accepteert Rusland geen verkooporders van buitenlandse beleggers. De fondsen laten weten dat APG hun beleggingen verkoopt, zodra dat verantwoord is. Ze benadrukken dat ze de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden. Onder meer om ook de gevolgen van het sanctiepakket richting Rusland in de gaten te houden.

Eerste in Nederland

In Nederland zijn de fondsen de eerste die hun beleggingen van de hand doen als reactie op de Russische invasie. Andere landen, onder wie Denemarken, Zwitserland en België, gingen ‘ons’ al voor.

Volgende publicatie:
Is het stoppen van de coronasteun wel zo’n goed idee?

Is het stoppen van de coronasteun wel zo’n goed idee?

Gepubliceerd op: 3 maart 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven over het einde van de coronasteun en de gevolgen daarvan. Komt het einde niet te vroeg?

Per 1 april stopt het kabinet met de coronasteun. Dit betekent dat werkgevers niet langer gebruik kunnen maken van onder meer de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid en uitstel van belastingbetalingen. Die zouden niet meer nodig zijn. Ondernemers kunnen nu immers weer zonder beperkingen ondernemen dankzij de versoepeling van de coronamaatregelen en de positieve economische vooruitzichten, meldt de overheid in een nieuwsbericht. Ook Kalshoven vindt dat de afschaffing van de steunpakketten economisch gezien op een prima moment komt, al maakt de situatie in Oekraïne de vooruitzichten wat onzekerder. “Als je door de stad loopt, zie je overal bordjes met ‘mensen gezocht’. Het gaat dus goed met de economie, dat resulteert in grote tekorten op de arbeidsmarkt.”

Zombiebedrijven
Volgens de econoom is het terugdraaien van een maatregel altijd moeilijk, maar in dit geval wel nodig. “Ze zeggen dat er geen maatregel zo permanent is als een tijdelijke maatregel. Denk bijvoorbeeld aan de Franse tolwegen of het kwartje van Kok: maatregelen die uiteindelijk meer permanent dan tijdelijk bleken. Om te voorkomen dat corona de economie fors zou raken, waren er in dit geval forse maatregelen nodig. Maar op een gegeven moment is het wel tijd om die maatregelen terug te draaien. Zo betoogde het Centraal Planbureau al zo’n jaar geleden om te stoppen met de steun omdat je daarmee de transitie van de economie tegenhoudt. In plaats van werknemers van financieel ongezonde bedrijven betaald thuis te laten zitten, wil je dat ze aan de slag gaan in kansrijkere sectoren. De zogenoemde zombiebedrijven gaan dan failliet terwijl hun werknemers elders productiever kunnen zijn. Zo werkt het in een gewone recessie. Maar deze recessie was abnormaal. En een transitie is door de steunmaatregelen uitgebleven.”

Het aantal bedrijfsfaillissementen is dan ook nog steeds erg laag. “Dat is mede te danken aan de coronasteun, die op alle werkgevers was gericht, financieel gezond of niet,” aldus Kalshoven. “In een normale recessie schieten de faillissementen omhoog. Maar dit was meer een soort kunstmatige coma van de economie, om zo corona te kunnen bestrijden. Een jaar geleden waren we nog bang voor een golf aan faillissementen, maar die is tot nog toe gelukkig uitgebleven. Mogelijk heeft dat ook te maken met het feit dat mensen lang hebben kunnen sparen en dat geld nu graag uitgeven, bijvoorbeeld in de horeca.”

Beleggers achten de kans groter dan voorheen dat een bedrijf een lening niet kan terugbetalen

Terug naar normaal
Ook al stijgt het aantal faillissementen nog niet, je ziet wel dat beleggers daar nu meer rekening mee houden. De rente op bedrijfsleningen stijgt harder dan de rente die kredietwaardige overheden betalen. Het verschil is de kredietopslag en die groeit dus. En die opslag kun je deels zien als een verzekeringspremie, voor het geval dat niet of te laat wordt terugbetaald. Daar eisen beleggers een vergoeding voor. De stijgende kredietopslag is een wereldwijde trend, signaleert Kalshoven. “Die  was bijzonder laag, en loopt nu weer op naar normale waarden. Dat betekent dat beleggers de kans groter dan voorheen achten dat een bedrijf een lening niet kan terugbetalen en daarom meer rente eisen op bedrijfsobligaties.” Dat is een direct gevolg van het stopzetten van de coronasteun. De hogere kredietrisico-opslag heeft daarnaast een monetaire oorzaak. “Centrale banken trekken zich terug uit de obligatiemarkt en kondigen renteverhogingen aan. Dat zijn toch tekenen dat we weer teruggaan naar normaal.”

Consumentenvertrouwen
Kan de oorlog in Oekraïne nog gevolgen hebben voor de positieve economische vooruitzichten? “Dat is erg lastig te voorspellen. Als Rusland de gaskraan dichtdraait of wij zeggen dat we geen Russisch gas meer willen, dan stijgen de energieprijzen verder én komt de beschikbaarheid van gas in gevaar. Dat kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de glastuinbouw en industrie. En ook voor het consumentenvertrouwen. Als gas en benzine duur blijven of zelfs nog in prijs stijgen, dan betekent dat een aanslag op de portemonnee. Wellicht komen er dan opnieuw economische steunmaatregelen, dit keer in de vorm van een oorlogspakket.” 

Mocht zo’n steunpakket weer nodig zijn, door het conflict in Oekraïne of een nieuwe corona-uitbraak, dan is het vrij makkelijk zo’n pakket weer op te tuigen. “Knelpunt is niet of je het snel kunt uitvoeren, maar of je als overheid de middelen hebt. In Nederland is de staatschuld opgelopen als gevolg van de coronasteunpakketten maar toch valt het hier nog mee. In andere landen is de staatsschuld veel hoger. Al kun je je ook afvragen wat in dit geval hoog is. Het gaat erom of de markt denkt dat een land zijn schuld kan terugbetalen. Toen corona toesloeg, kocht de Europese Commissie schuldpapieren op van EU-lidstaten. Dat zorgde voor vertrouwen van de markt in Europese obligaties en voor meer eenheid in Europa. Die eenheid lijkt nog groter te zijn geworden door de Russische inval in Oekraïne. Daardoor denk ik dat er qua Europese steunmaatregelen nog best veel mogelijk is, mocht dat nodig blijken.”

Volgende publicatie:
“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

“Het gaat ons erom dat een medewerker inzicht krijgt in zijn financiële situatie”

Gepubliceerd op: 2 maart 2022

APG en Vattenfall hebben een contract getekend waardoor het energiebedrijf voor drie jaar Geldvinder afneemt. De 2400 medewerkers van Vattenfall Nederland kunnen dankzij het digitale platform aan de slag met hun persoonlijke financiële doelen voor nu en in de toekomst. Gertjan Meijer (HR Services Vattenfall) en Richard Coonen (COO Geldvinder) over de waarde van Geldvinder.

Doel van Geldvinder is dat medewerkers op een laagdrempelige en proactieve manier aan de slag kunnen met hun financiële fitheid. Dat wil zeggen dat ze inzicht in en grip op hun financiën krijgen. Volgens Meijer past dit mooi bij de andere tools die Vattenfall zijn medewerkers biedt. “We hebben een pakket van vijf producten waarmee onze medewerkers kunnen werken aan hun financiële fitheid. Zo is er het personeelsfonds, dat in bijzondere gevallen een lening kan bieden aan een medewerker. Daarnaast geven we in samenwerking met het Nibud de papieren Geldkrant uit. Voor financieel inzicht kan een medewerker al in gesprek met een adviseur van EBC Nederland en voor pensioenvragen kan hij of zij terecht bij ABP. En als laatste toevoeging is er nu dus Geldvinder. Dat is de afgelopen twee jaar gebruikt door onze jongerenorganisatie Megawatt. Mede dankzij hun positieve reacties besloten we Geldvinder aan onze hele organisatie aan te bieden. De deelnemers vinden het een mooie aanvulling op ons bestaande pakket en zijn te spreken over de gebruikersvriendelijkheid en het gemak van de tool.”

Vattenfall heeft behoorlijk wat aandacht voor de financiële situatie van zijn medewerkers. Is daar een specifieke aanleiding voor?
“Dat niet, maar we vinden het als werkgever belangrijk goed voor onze medewerkers te zorgen. Onderdeel daarvan is het onderwerp van financiële problemen uit de taboesfeer te halen en bespreekbaar te maken. Daarnaast hebben we als energiebedrijf te maken met klanten die bijvoorbeeld moeite hebben met het betalen van hun rekening.We zijn in gesprek met onder meer het Nibud en gemeentes over hoe we schuldproblemen kunnen voorkomen of op tijd opmerken zodat we kunnen helpen. Dat contact met die klanten speelt ook een rol in de aandacht die we als organisatie voor financiële fitheid hebben.” 

Welk doel hebben jullie met Geldvinder?
“Wanneer mensen in financiële problemen zitten, kan dat leiden tot ziekteverzuim of minder goed functioneren. Het is dus belangrijk het bespreekbaar te maken en medewerkers daarin zoveel mogelijk te ondersteunen. We zien Geldvinder vooral als een tool waarmee medewerkers inzicht krijgen in hun financiële situatie. Bijvoorbeeld wat hun uitgaven zijn, en wat er nodig is om voor bepaalde doelen te sparen, zoals een koophuis, kinderen of een bruiloft. Dat stukje miste nog in de andere producten die we bieden. Nu ondersteunt Geldvinder onze mensen vooral digitaal. Op den duur is het ook mogelijk om er gesprekken aan te koppelen, maar we weten nog niet of dat iets toevoegt aan wat we al bieden.”

Een werkgever kan dus behoorlijk veel doen om zijn medewerkers te wijzen op het belang van financiële fitheid. Maar is het uiteindelijk niet de verantwoordelijkheid van de medewerker zelf?
“Uiteindelijk is het dat inderdaad. Maar je kunt als werkgever wel faciliterend optreden en dat doen we op deze manier. Als Vattenfall besteden we bijvoorbeeld ook veel aandacht aan vitaliteit. Zo kunnen medewerkers een preventief gezondheidsonderzoek laten uitvoeren of met korting activiteiten ondernemen die zijn gericht op fitheid. Ook veiligheid is belangrijk in ons bedrijf. Je moet je realiseren dat niet iedereen bij ons een kantoorfunctie heeft, er werken ook collega’s in de energiecentrales en op de windmolenparken. Dat werk kent risico’s waar we zorgvuldig mee om gaan. We luisteren als werkgever continu naar onze medewerkers, om erachter te komen wat hun behoeften zijn. Net zoals we dat bij klanten doen. En het houdt ook niet op bij de financiële fitheid of gezondheid van onze medewerkers. Zo bevorderen we ook hun duurzame inzetbaarheid door de mogelijkheid aan te bieden door te groeien in ons bedrijf."

Via Geldvinder kan Vattenfall de financiële fitheid van zijn medewerkers in de gaten houden. Zijn er geen zorgen over privacy?
“Het is anoniem. En dat is maar goed ook, want we willen niet dat die informatie via Geldvinder bij ons komt. Daar hebben we andere manieren voor, zoals een gesprek tussen een medewerker en een leidinggevende. Bij Geldvinder gaat het er ons echt om dat een medewerker zélf inzicht krijgt in zijn of haar financiële situatie. Nu door inflatie veel producten duurder worden, kan Geldvinder hen ook helpen met manieren om geld te besparen. Dat is voor ons als werkgever belangrijker dan dat er bepaalde scores uitrollen en we daar iets mee doen.”

Vattenfall is een van de 20 werkgevers die APG hielpen het platform op te zetten. Van die werkgevers hebben 8 werkgevers nu een contract getekend, waaronder de Vrije Universiteit en APG zelf. Met de rest van de partners is APG nog in gesprek. “We zijn als APG twee jaar geleden gestart met Geldvinder omdat we de financiële fitheid van mensen wilden bevorderen,” zegt Richard Coonen (COO Geldvinder). “Dat is volgens ons net zo belangrijk als fysieke en mentale fitheid. APG en Vattenfall zitten wat dat betreft op één lijn. En net als APG hecht Vattenfall veel waarde aan goed werkgeverschap en willen zij vanuit maatschappelijke betrokkenheid hun medewerkers op verschillende manieren ondersteunen. Het is daarom mooi om te zien dat zij als grote werkgever Geldvinder voor in ieder geval drie jaar beschikbaar stellen aan hun medewerkers.”

Volgende publicatie:
“De blockchain heeft geen helpdesk of verzekering”

“De blockchain heeft geen helpdesk of verzekering”

Gepubliceerd op: 24 februari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Portfolio Manager Jean-Paul Koopmans over de vraag of non-fungible tokens (NFT’s) de toekomst hebben of slechts een hype zijn.

Twee ton betalen voor een digitaal plaatje van een aap met een petje op en een pizzapunt in z’n mond. In de wereld van de non-fungible tokens kijkt niemand er meer van op. In dit geval krijg je door het digitale eigendomsrecht op het plaatje ook toegang tot een exclusieve virtuele club: de Bored Ape Yacht Club. De apenplaatjes behoren tot de duurste NFT’s van dit moment, in een markt waar vorig jaar voor 44 miljard dollar werd verhandeld. Handel in voorwerpen die alleen digitaal bestaan. Kort gezegd is een non-fungible token een digitaal eigendomscertificaat van een voorwerp of gebeurtenis. Dit certificaat staat geregistreerd op de blockchain: een enorme database die wereldwijd over vele computers is verdeeld. Je koopt zo’n token met ethereum of een andere cryptomunt op een digitale marktplaats zoals OpenSea.

De waarde van een NFT wordt bepaald door de toepassing die het biedt, legt Koopmans uit. Denk aan toegang tot een virtuele club of een digitaal kledingstuk of attribuut dat je kunt gebruiken voor je digitale avatar in een computerspel. Biedt een NFT geen concrete toepassing? “Dan kun je er eigenlijk alleen maar mee pronken dat je de rechtmatige eigenaar bent, of het doorverkopen op een handelsplatform.” De mogelijkheid om het te verhandelen via de blockchain heeft de NFT gemeen met een cryptomunt. Maar daar houdt de vergelijking ook op. Een cryptomunt is in de eerste plaats een betaalmiddel waarmee je bijvoorbeeld digitale transacties kunt bekostigen, terwijl een NFT een unieke registratie van een goed is.


Speculatief

“NFT’s worden gemint. Tijdens dat proces zijn mensen in de race om een virtueel werk te bemachtigen, bijvoorbeeld een plaatje van een aap,” aldus Koopmans. “In het geval van de Bored Ape Yacht Club ging het om 10.000 verschillende plaatjes. Die hadden unieke kenmerken, en hoe zeldzamer de kenmerken, hoe populairder het plaatje. Maar het is volstrekt willekeurig of je een plaatje krijgt dat populair blijkt te zijn of juist niet. En dat is meteen een groot nadeel van de handel in NFT’s: het is hoogst speculatief en dus heel moeilijk er waarde aan toe te kennen. Daarin verschilt het van asset management, waar we gebruikmaken van berekeningen die aantonen hoeveel een bedrijf ongeveer waard is. Die methodes zijn breed geaccepteerd. Elke NFT is daarentegen uniek en dus moet je maar raden hoeveel zo’n plaatje waard is of kan worden. Er worden ook steeds nieuwe collecties van die tokens uitgegeven en 99 procent daarvan is waardeloos. Ik zie het daarom zeker als een hype. Net zoals voetbalplaatjes en postzegels ooit een hype waren.”

Toch ziet Koopmans wel degelijk toekomst voor de NFT’s. “Wat een notaris doet in Nederland kan volledig gedigitaliseerd worden op een blockchain. Dan wordt de eigendomsakte van een appartement een NFT. Dat kan flinke gevolgen hebben voor huizenbezit. Bij de notaris is het nu lastig om een eigendomsakte te verdelen in meerdere kleinere akten. Een NFT maakt het juist makkelijk om bijvoorbeeld een huis op te splitsen onder meerdere eigenaren. De maandelijkse huuropbrengst wordt dan via de blockchain onder hen verdeeld. Dat scheelt je notariskosten én je maakt zaken die heel illiquide zijn liquide. Zo kun je een huis van bijvoorbeeld vijf ton verdelen over 100 NFT’s met een waarde van 5000 euro per stuk. Voor mij zou dat een hele mooie, nette toepassing zijn van het principe van NFT’s. Maar vooralsnog heeft een NFT geen juridische basis en de handtekening van een notaris wel.”

De technologie is robuust maar laat geen ruimte voor fouten aan de kant van de gebruiker

Blockchain
De vraag is wel of het handelen met een NFT veilig is. “Als een naam of adres op de eigendomsakte verkeerd staat, kun je de notaris bellen die het vrij gemakkelijk kan corrigeren. Maar de blockchain heeft geen helpdesk of verzekering. Dat betekent dat als je de NFT van je duurbetaalde plaatje van een aap per ongeluk naar een verkeerde digitale portemonnee stuurt, je het kwijt bent. Een fout wordt dus hard afgestraft. En dat is niet theoretisch. Zo was er een paar dagen geleden een hack op OpenSea waardoor de apenplaatjes, door middel van een phishingmail, van het ene naar het andere account konden worden gestuurd. Zelfs OpenSea kan dat niet terugdraaien, want op de blockchain is alles immutable, oftewel onveranderlijk. Met andere woorden: de technologie is robuust maar laat geen ruimte voor fouten aan de kant van de gebruiker. Blockchain kan wel als meer open worden ervaren.” Dat open karakter schuilt er onder meer in dat er dag en nacht kan worden gehandeld in NFT’s en dat er nog geen regels zijn die de handel beperken.

Het gebrek aan een juridische basis en de veiligheidsrisico’s weerhoudt een institutionele belegger als APG er ook van om te investeren in NFT’s. “Voordat de Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten er toestemming voor geven, zal er nog door aardig wat hoepels moeten worden gesprongen,” aldus Koopmans. “Om het breed toepasbaar te maken, moet er sowieso nog veel onderzoek naar worden gedaan. We zitten nu nog duidelijk in een experimenteerfase. Wellicht komt het in een stroomversnelling als de digitale euro zijn intrede doet. Het valt of staat ook met de vraag of er een community achter staat. Maar die ontstaat pas als NFT’s concreet kunnen worden toegepast. Ik ben belegger dus voor mij zou een toepassing zijn als er een kasstroom uit zo’n digitaal eigenaarschap komt. Dan heb ik het bijvoorbeeld over muziekfragmenten of nieuwsfoto’s waarvan de NFT’s kunnen worden verhandeld.”

Van Gogh
Zoiets gebeurt nu al in de wereld van digitale kunst, waar ze duidelijk vooroplopen als het om digitaal eigendom gaat. “Het opent veel mogelijkheden voor kunstenaars om meer grip te krijgen op wat er met hun creaties gebeurt, want een NFT staat toe dat bij een transactie een deel van de verkoopsom teruggaat naar de artiest. Als Van Gogh een kunstwerk verkocht, kreeg hij maar één keer een bedrag en hoogstens wat naamsbekendheid. Door NFT kan een kunstenaar elke keer bijvoorbeeld 5 procent van de transactiesom verdienen. Zo ontstaat er dus een kasstroom uit kunst. Hetzelfde geldt als je het digitale eigendomsrecht op een liedje verkoopt. Iedereen die het liedje gebruikt moet daarvoor een bedrag betalen dat terechtkomt bij de eigenaar van het liedje en bij de artiest. Zo kun je platenmaatschappijen buitenspel zetten.”

 

Volgende publicatie:
Kunnen we in Nederland ook een Great Resignation verwachten?

Kunnen we in Nederland ook een Great Resignation verwachten?

Gepubliceerd op: 17 februari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap en Executive Director Beleid Peter Gortzak over de vraag of ook in Nederland werknemers massaal hun ontslag gaan indienen. “Men is in Amerika gevoeliger voor economische prikkels.”

De Great Resignation is de term die in de Verenigde Staten is gemunt om een recente trend op de arbeidsmarkt te omschrijven: miljoenen Amerikanen (vorig jaar waren het er 47 miljoen, 10 miljoen meer dan in 2020) die ontslag nemen. Dat doen ze over het algemeen niet om thuis op de bank te gaan zitten, maar omdat ze elders een baan kunnen krijgen met betere arbeidsvoorwaarden. Staat ons in Nederland ook zo’n Great Resignation te wachten?

Arbeidsvoorwaarden
Gortzak en Knaap zien daar vooralsnog weinig reden toe. En dat heeft twee grote oorzaken. Als eerste noemt Gortzak dat de Verenigde Staten een volstrekt andere arbeidsmarkt kennen dan Nederland, met zijn strengere regulering door onder meer cao’s. “Die cao’s voorkomen slechte arbeidsvoorwaarden. Wat ook verschilt met Amerika, is dat de Nederlandse overheid met haar steunpakketten veel ellende heeft voorkomen door te zorgen dat werknemers geen reden hadden om ontslag te nemen. Sommige economen vinden wel dat die steunpakketten hier te fors waren, waardoor enkele bedrijven kunstmatig in leven zijn gehouden. Ze hebben misschien een punt, maar daardoor was er hier geen aanleiding voor werknemers om massaal ontslag te nemen, zoals in Amerika.”

Net als Gortzak ziet Knaap de cao’s als een belangrijke oorzaak dat hier minder beweging op de arbeidsmarkt is dan in de Verenigde Staten. Daar hebben bedrijven vaak geen cao, en is het ontbinden van een arbeidscontract makkelijker. Dat leidt tot dynamiek: bedrijven ontslaan eerder, en werknemers kijken eerder naar mogelijkheden elders. “Voor de in Nederland grote, en door cao’s gereguleerde dienstensector is dat vaak lastiger. Een factor als loonsverhoging werkt in Amerika daarom sneller door op de arbeidsmarkt dan in Nederland. Wat je hier wel ziet, is dat bijvoorbeeld zorgpersoneel uit loondienst gaat en zich voor meer geld aanbiedt als zzp’er. Er zijn dus ook in Nederland wel manieren om betere arbeidsvoorwaarden te bedingen buiten de cao om.”

Wrange vruchten
In de zorgsector was dus wel wat beweging, net als in de Nederlandse horeca en evenementenbranche. “Daar plukken ze nu de wrange vruchten van het feit dat ze door corona lang gesloten zijn geweest,” stelt Gortzak. “Veel mensen die met een tijdelijk of nulurencontract in die sectoren werkten, kwamen op straat te staan. Zij kozen daarop vaak eieren voor hun geld en zijn bij de coronateststraten aan de slag gegaan. Dat is echt anders dan in Amerika, waar men vanuit de ene baan op zoek gaat naar een nieuwe, betere baan. Omdat het in Nederland alleen specifieke sectoren betreft, kun je hoogstens van een Resignation spreken, niet van een Great Resignation.”

 

In Nederland komen mensen toch minder snel in beweging, maar de druk op de arbeidsmarkt bestaat hier ook

De verschuiving op de Amerikaanse arbeidsmarkt heeft volgens Knaap ook te maken met de pensioneringsgolf in dat land. “In Amerika werden mensen ontslagen en kregen ze van de overheid een cheque mee, terwijl in Europa de bedrijven door de overheid overeind werden gehouden. De Amerikanen die net voor hun pensioen zo’n cheque kregen, gingen niet meer solliciteren. Zij verdwenen van de arbeidsmarkt en zorgden zo voor werkgelegenheid. In Europa bleef iedereen met een vast contract in dienst omdat ze toch doorbetaald werden.” Ook dat is een oorzaak dat er hier geen ontslaggolf heeft plaatsgevonden. “Want waarom zou je stoppen als je loon toch wordt doorbetaald? Het is in Amerika sowieso makkelijker om werknemers te ontslaan. Denk aan het beeld van de Amerikaan die met een doos in de handen het kantoor verlaat. Men is daar ook gevoeliger voor economische prikkels. Voor een klein verschil in loon wil een Amerikaan al van baan wisselen. Daardoor ontstaat schaarste en dan heb je het al gauw over een Great Resignation. In Nederland komen mensen toch minder snel in beweging, maar de druk op de arbeidsmarkt bestaat hier ook.”

Meer mensen die meer werken
Die druk is overigens een vrij recent verschijnsel. In de jaren zeventig en tachtig was er een overschot aan arbeid en konden er niet genoeg banen worden gecreëerd om alle werklozen aan het werk te krijgen. “Nu zitten we in een omgekeerde situatie,” aldus Knaap. “De babyboomers gaan met pensioen en blijven geld uitgeven, waardoor er meer arbeidskrachten nodig zijn. Tegelijkertijd is de aanwas van onderen, bijvoorbeeld door arbeidsmigratie, niet groot genoeg. De arbeidsmarktparticipatie is de afgelopen twintig jaar enorm gestegen, onder meer doordat oudere werknemers nu doorwerken tot hun AOW en niet meer vervroegd uittreden. De data ondersteunen het beeld van een Great Resignation dan ook niet. Eerder het omgekeerde: meer mensen gaan meer werken.”

Toch krijgen werkgevers hun openstaande vacatures maar met moeite gevuld. Dat heeft volgens Knaap vier gevolgen. “Er komt meer arbeidsmigratie op gang richting ons land. Denk aan de Engelssprekende dame die je te woord staat in de koffiezaak. Ten tweede leidt het tot hogere lonen, in ieder geval bij de bedrijven die zich dat kunnen veroorloven. De bedrijven die dat niet kunnen, redden het niet of kunnen in ieder geval niet groeien. En ten derde werkt het automatisering in de hand. Als een horecazaak bijvoorbeeld geen personeel kan vinden dat de bestelling opneemt, zullen ze een QR-code op tafel leggen zodat de klant via zijn telefoon kan bestellen. Een vierde gevolg kan zijn dat de overheid met maatregelen komt om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen, zoals een betaalbaardere kinderopvang.”

Volgende publicatie:
APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

APG dringt aan op stevige klimaatactie bij Koreaanse bedrijven

Gepubliceerd op: 16 februari 2022

In een brief aan het topmanagement roept APG vooraanstaande Zuid-Koreaanse bedrijven en grote CO2-uitstoters op om meer te doen tegen klimaatverandering. Namens haar pensioenfondsklanten dringt APG aan op een ambitieuze klimaatstrategie en CO2-reductiedoelstelling.

 

De brief is verstuurd naar tien grote Zuid-Koreaanse bedrijven waarin APG belegt, waaronder Samsung Electronics, Hyundai Steel en LG Chem, een groot (petro)chemisch bedrijf. Ondanks dat ze grote CO2-uitstoters zijn, valt geen van deze bedrijven onder Climate Action 100+. Dit is een door investeerders geleid initiatief dat tot doel heeft ervoor te zorgen dat 's werelds grootste uitstoters van broeikasgassen de nodige actie ondernemen tegen klimaatverandering.

 

‘Toon ambitie en leiderschap’

"Klimaatverandering is de grootste uitdaging waar de wereld voor staat", zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd Responsible Investment & Governance Asia Pacific. "Deze bedrijven zijn belangrijk voor de Koreaanse economie en de wereldwijde toeleveringsketen. Voor het tegengaan van de klimaatcrisis is het van cruciaal belang dat ze hun bedrijfsvoering koolstofarm maken.”

 

APG roept de gekozen bedrijven op hun huidige klimaatstrategie en doelstelling voor CO2-reductie onder de loep te nemen en ervoor te zorgen dat die ‘voldoende ambitieus’ zijn. De bedrijven worden daarnaast aangespoord om met langetermijnbeleggers in gesprek te gaan over hun uitdagingen als het om klimaatverandering en de energietransitie gaat. Ook wordt ze gevraagd voorstellen en suggesties van hun aandeelhouders zorgvuldig in overweging te nemen. In de brief staat dat het belangrijk is dat bedrijven 'consistent en daadkrachtig leiderschap' tonen bij het aanpakken van klimaatverandering.

 

Focus op afnemers fossiele energie

APG's grootste klant ABP kondigde in oktober 2021 aan te stoppen met beleggen in producenten van fossiele brandstoffen. Het ambtenarenpensioenfonds wil haar inspanningen om verbeteringen af te dwingen (engagement) voortaan vooral richten op grootverbruikers van fossiele energie, zoals nutsbedrijven en autofabrikanten. Het engagement van APG bij deze tien grote Koreaanse bedrijven – waarvan geen enkele een producent van fossiele brandstoffen is – past in deze aanpak.

Volgende publicatie:
"We komen nu in een situatie waarin we te maken krijgen met schaarste"

"We komen nu in een situatie waarin we te maken krijgen met schaarste"

Gepubliceerd op: 15 februari 2022

“Het landschap voor beleggers is echt aan het veranderen.” Dat zegt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio in een gesprek over de beleidsmogelijkheden van centrale banken. “We komen nu in een situatie waar je te maken krijgt met schaarste: grondstoffen zoals olie zijn schaars, arbeid en ook kapitaal. En dat is waar de centrale banken erbij komen. Er was altijd geld zat maar als de centrale banken gaan verkrappen wordt geld schaarser en moet overheden gaan betalen voor obligaties. Die kunnen dan een serieus alternatief worden voor andere beleggingen.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de gevolgen van de stijgende rente voor pensioenfondsen. “Het is zoetzuur. De stijgende rente is goed voor de dekkingsgraad van de fondsen maar tegelijkertijd hebben we als pensioenuitvoerder ook veel in de portefeuille dat minder waard wordt. Die twee dingen bewegen tegen elkaar in. Maar als je vooruitkijkt betekenen hogere rentes gewoon dat je meer kunt verdienen op de financiële markten, dus daar kijk ik dan maar naar. Het is ook een betere tijd om belegger te zijn dan enkele jaren geleden,” vertelt Knaap in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Simon van Veen.

Luister hier de hele uitzending.

Volgende publicatie:
“Wat zijn de gevolgen van een blijvend hoge olieprijs?”

“Wat zijn de gevolgen van een blijvend hoge olieprijs?”

Gepubliceerd op: 10 februari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag wat de gevolgen zijn als de olieprijs op het huidige hoge niveau blijft – of nog verder stijgt. “Eerst word je voor gek versleten omdat je zoveel kosten maakt voor duurzame energieopwekking. Maar er breekt onvermijdelijk een punt aan waarop je als land in je vuistje kunt lachen.”


We merken het allemaal aan de pomp: tanken doet momenteel pijn in de portemonnee. De benzineprijs – 2,17 euro op het moment van schrijven – is nog nooit zo hoog geweest. En dat heeft uiteraard allemaal te maken met de oplopende prijs voor olie. Waardoor wordt die prijsstijging veroorzaakt? En wat zijn de gevolgen als deze blijft aanhouden?


Betalen om te verkopen

De oorzaken moeten we volgens Knaap vooral zoeken aan de aanbodkant. “Toen de pandemie uitbrak, ontstond de vrees dat de economie op zijn gat zou gaan en de vraag naar olie volledig zou instorten. Die angst bleek ook wel uit de negatieve olieprijs die op 20 april 2020 geregistreerd werd in de VS. Als verkoper kréég je geen geld meer voor een vat olie, je moest ervoor betálen om het kwijt te raken. Dat klinkt misschien vreemd. Maar wanneer de vraag naar olie instort, stijgt de vraag naar opslag ongebruikelijk hard. De opslagtarieven worden dan zo hoog, dat het economisch nadelig wordt om olie in je bezit te houden.”

Achteraf bezien hebben olieproducenten overtrokken op die situatie gereageerd, zegt Knaap. “Alles wat met olieproductie te maken had, is toen stilgelegd. Dat de economie juist opveerde, was voor velen een verrassing. Daarna liep de oliebranche achter de feiten aan. Ze kon de grotere vraag niet bijbenen en omdat de prijselasticiteit van olie erg klein is (de vraag reageert maar beperkt op een verandering in de prijs, red.) leidde dat snel tot een sterke prijsstijging. De huidige hoge olieprijs is dus voornamelijk het gevolg van een verkeerde aanname in 2020 over het economisch groeiperspectief.” 


Kopschuw

Oliebedrijven kunnen de productiecapaciteit niet van de ene op de andere dag vergroten. Maar ook toen duidelijk werd dat de economie ondanks corona overeind zou blijven, is er geen haast gemaakt met uitbreiding. Knaap: “Er is te weinig geïnvesteerd in meer productiecapaciteit, omdat investeerders vrezen dat ze dat kapitaal niet gaan terugverdienen. Onder zo’n onzeker gesternte steken ze geen geld in nieuwe boorplatforms of andere olie-gerelateerde infrastructuur. Sinds de eeuwwisseling rekenen we er weliswaar op dat we een tijdelijk olietekort kunnen opvangen met de Amerikaanse productie van schalieolie. De productie daarvan kan namelijk sneller opgeschaald worden omdat er geen grote installaties voor nodig zijn. Maar ook de producenten van schalieolie zijn kopschuw geworden. In 2014 en 2015 is in die sector veel geleend om de productie uit te breiden. Toen de olieprijs daarna halveerde, konden veel producenten niet meer aan hun betalingsverplichtingen voldoen en gingen ze failliet. Door de grote sprongen in de olieprijs is het risico van investeringen groot.”


Gepeperde rekening

Ook de verwachtingen ten aanzien van de energietransitie dragen bij aan de onzekerheid bij producenten. “Als klimaatdoelstellingen het in de toekomst mogelijk verhinderen om olievoorraden uit de grond te halen, denkt een oliebedrijf twee keer na voordat het grootschalig investeert in infrastructuur om die winning te realiseren,” zegt Knaap.  


Dan de gevolgen. Als de olieprijs op de langere termijn zo hoog blijft als nu, betekent dat veel meer dan een gepeperde rekening na het tanken. Knaap: “Hoe je het ook wendt of keert: we zijn dan als land gewoon slechter af. Toen we nog meer gas wonnen, waren we minder kwetsbaar voor een hoge olieprijs. Met de gasexport profiteerden we zelf ook. Maar Nederland is nu importeur van fossiele brandstoffen geworden, zoals dat tijdens de oliecrisis in de jaren ’70 ook het geval was. Wat we importeren is duurder geworden, terwijl de prijs van onze export hetzelfde is gebleven. De overheid kan proberen de burgers te compenseren voor die prijsstijgingen, maar uiteindelijk zal daarvoor dan toch weer een andere belasting omhoog moeten.”


Te afhankelijk

Die structurele kwetsbaarheid voor een hoge olieprijs kan echter ook een mogelijk signaal zijn voor politici om serieus naar alternatieve, duurzame vormen van energievoorziening te gaan kijken. Knaap: “Wind en zonne-energie worden steeds goedkoper – qua opwekking zelfs goedkoper dan fossiele brandstoffen. Maar de úitbreiding van de productiecapaciteit is nog steeds 25 keer zo duur als bij fossiele brandstoffen. Die hoge olieprijs toont aan dat we nog helemaal niet klaar zijn voor een grootschalige overstap op duurzame vormen van energie. We zijn nog veel te afhankelijk van fossiele energie.”


Toch zou je er, ondanks die aanzienlijke vereiste investeringen in productiecapaciteit, voor kunnen kiezen om nu al meer in te zetten op duurzame energieproductie en zelfvoorziening. “Eerst komt er een periode waarin je voor gek wordt versleten omdat je zoveel kosten maakt voor energieopwekking. Maar er breekt onvermijdelijk een punt aan waarop je als land in je vuistje kunt lachen. Fossiele energie is dan niet meer te betalen, terwijl jij al de nodige investeringen hebt gedaan om zelf op een duurzame manier in je energiebehoefte te voorzien.”

 

Volgende publicatie:
APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

APG investeert in Taronga Ventures’ Built Environment Technology Fund

Gepubliceerd op: 10 februari 2022

APG heeft namens haar pensioenfondsklanten de eerste investering gedaan in de ‘built environment technology’ (“Proptech”) in Azië-Pacific via een investering in een Taronga Ventures built environment technology Fund. De technologieën zijn gericht op het verbeteren van ESG, operationele efficiëntie en de kwaliteit van het onroerend goed. De sterke focus van het fonds op ESG-gerelateerde technologie sluit ook perfect aan bij de visie van APG om langetermijn duurzaamheid binnen vastgoed te stimuleren.

 

Klik hier voor persbericht

 

Volgende publicatie:
Wat zijn de economische gevolgen van een gewapend conflict in Oekraïne?

Wat zijn de economische gevolgen van een gewapend conflict in Oekraïne?

Gepubliceerd op: 27 januari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven over de mogelijke economische gevolgen van een gewapend conflict in Oekraïne. “Een belegger moet zich niet te snel laten afschrikken door geopolitieke risico’s.”

Door de samentrekking van meer dan honderdduizend Russische militairen aan de grens met Oekraïne en de beantwoording daarvan door de VS en de NAVO, is de spanning inmiddels hoog opgelopen. Er wordt rekening gehouden met een Russische inval, gevolgd door een gewapend conflict. De dreiging is niet zonder weerslag op financiële markten. De winst die de AEX in het afgelopen half jaar boekte (zo’n 12 procent) is inmiddels volledig verdampt – al speelden daarin ook zorgen rond de omikronvariant van corona, hoge inflatie en verwachte renteverhogingen door de Amerikaanse centrale bank een belangrijke rol. Russische aandelen verloren in deze periode zelfs een derde van hun waarde.

Aanbodschok
Als het gaat om de mogelijke economische gevolgen van een conflict in Oekraïne, kun je niet om Europa’s afhankelijkheid van Russisch gas heen. Kalshoven: “Onze afhankelijkheid van Rusland is in dat opzicht heel erg groot (35% van het Europese verbruik betreft Russisch gas, red.). Als een daadwerkelijk militair conflict in Oekraïne ertoe leidt dat Poetin de gaskraan dichtdraait, betekent dat waarschijnlijk een forse prijsstijging voor gas en elektriciteit. Het is een aanbodschok, die kan leiden tot een daling in de koopkracht en economische stagnatie. Want bij een tekort aan gas legt onze overheid liever fabrieken stil dan dat ze huishoudens letterlijk in de kou zet.”

Zo’n combinatie van stagnerende groei en hoge inflatie pakt meestal niet goed uit voor aandelen, zegt Kalshoven. “En ook de onzekerheid waarmee een echt conflict gepaard gaat, helpt niet. Maar misschien zou er één geluk bij een ongeluk zijn: de olieprijs hoeft de gasprijs niet te volgen. Als economieën een tandje minder draaien, drukt dat de olieprijs. Daardoor is het mogelijk dat de inflatie uiteindelijk toch meevalt. Rusland is weliswaar ook een grote olieproducent en kan dus ook invloed uitoefenen op de prijs door de oliekraan net als de gaskraan dicht te draaien. Maar oorlog voeren is duur. De vraag is dus of het land naast de inkomsten uit gas óók zonder de inkomsten uit olie kan.

De dreiging van een afsluiting van Russisch gas brengt mogelijk ook een voordeel met zich mee

Niet weglopen
Vanuit beleggingsperspectief ziet Kalshoven de situatie in Oekraïne als een reële dreiging. Maar hij voegt daaraan toe dat een belegger zich niet te snel moet laten afschrikken door dergelijke geopolitieke risico’s. “Je ziet op financiële markten wel bewegingen die toegeschreven kunnen worden aan de dreiging in Oekraïne. En natuurlijk kun je als belegger nadenken over allerlei consequenties, als de spanning ergens oploopt. Maar het betekent zeker niet per definitie dat je maar moet weglopen van de risico’s door alles te verkopen. Antti Ilmanen, een beleggingsexpert, vergelijkt het met het deelnemen aan een loterij: het kan iets opleveren, maar meestal doet het dat niet. Onderzoek laat zien dat het voor beleggers meestal loont om te blijven zitten, omdat er genoeg rendement tegenover de risico’s staat en geopolitieke spanningen meestal ook weer oplossen.”

Bovendien is het voor een belegger altijd goed om te spreiden, ook met het oog op de risico’s van geopolitieke spanningen, zegt de econoom. “Als het onrustig is in Oekraïne, hoeft dat niet te betekenen dat het ergens anders in de wereld ook meteen uit de hand loopt. Natuurlijk gaat wel alle aandacht van de internationale gemeenschap naar dit conflict. Dat kan gelegenheid bieden aan landen elders om omstreden stappen te zetten die hen goed uitkomen.”

Eerder rendabel
Die dreiging van een afsluiting van de gastoevoer door Rusland brengt mogelijk ook een voordeel met zich mee. “Het drukt Europa weer met de neus op haar afhankelijkheid van Rusland voor de energievoorziening. Daardoor wordt het belang van de energietransitie nóg duidelijker. Hoe dan ook, als je niet afhankelijk wilt zijn van Rusland, zul je serieus moeten nadenken over versnelling van alternatieven. Het energietekort dat ontstaat bij het wegvallen van Russische gasleveranties, kun je op de korte termijn niet volledig met zonne- en windenergie oplossen.”

Voor beleggingen in duurzame energie betekent een afsluiting van de Russische gasaanvoer volgens Kalshoven waarschijnlijk dat ze profiteren. “Als energieprijzen stijgen, worden duurzame energieprojecten eerder rendabel. Daar staat natuurlijk tegenover dat beleggingen in ondernemingen of projecten die veel energie consumeren, er juist last van hebben.”

    

Volgende publicatie:
“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

“Linksom of rechtsom wordt het spannend”

Gepubliceerd op: 25 januari 2022

Welke ontwikkelingen in de economie gaan we dit jaar zien? En wat kenmerkte de economie vorig jaar? Thijs Knaap, Chief Economist bij APG, houdt dit jaar het beleid van centrale banken én de politieke en economische ontwikkelingen in China scherp in de gaten.

 

Als hét thema van zowel afgelopen jaar als dit jaar wil Knaap toch corona hebben genoemd. “Het was nu eenmaal de drijvende kracht achter heel veel zaken in 2021, positief en negatief. Denk aan lockdowns, de her en der opduikende varianten en vaccins, steunmaatregelen van de overheid, thuiswerken, groeiende ongelijkheid en de onvrede daarover.” Hij is dan ook benieuwd wat de gevolgen zullen zijn van de omikronvariant. “Als we geluk hebben, blijven de gevolgen beperkt tot verplicht thuiswerken en faillissementen van cruisemaatschappijen en aanbieders van zakelijke vliegreizen. Hebben we pech, dan staan we aan de vooravond van een lange lockdown en de vraag wat er allemaal moet sluiten om te voorkomen dat de nieuwe variant weer heel veel slachtoffers maakt,” stelt Knaap.

 

Grote bedrijven
Knaap verbaast zich nog steeds over de hoge winstgroei van de bedrijven in de wereldwijde MSCI World Index. “Die winsten zijn vorig jaar gestegen met 70%. Dus de grote bedrijven die in zo’n index zitten doen het, ondanks corona, fantastisch. Dat is echt een onverwachte wending die goed uitpakt voor beleggers. Het is wel een belangrijke ontwikkeling, want als de grote bedrijven het niet goed zouden doen, waren de economische zorgen een stuk groter dan nu.”

 

Sherlock Holmes

Wat Knaap naast de winstgevendheid van de grote bedrijven als kenmerkend voor 2021 ziet, is dat er geen heibel is uitgebroken terwijl daar wel alle aanleiding voor was. “Er is een Sherlock Holmes-verhaal waarin hij een misdaad oplost dankzij een hond die níet blaft terwijl hij dat wel had moeten doen. De bestorming van het Capitool, de spanningen in Oekraïne, staatsschulden die met tientallen procenten omhoog springen; allemaal gebeurtenissen waarvan iedereen van tevoren zei dat ze enorme economische gevolgen zouden hebben maar nu hoogstens een rimpeling veroorzaakten. Misschien komt dat omdat iedereen bezig is met corona, maar opvallend is het wel.”  

De vraag wat China gaat doen, wordt steeds belangrijker

Centrale banken
Knaap ziet het beleid van centrale banken als een belangrijk thema van 2022. “Pas wanneer het ruime monetaire beleid wordt teruggedraaid, kom je er achter wie niet zonder die financiële steun kan. Dat gaan we dit jaar uitvinden. Je weet ook nooit hoe hard het gaat, dat is het spannende van monetair beleid. Zo kunnen ze twee keer de rente verhogen zonder gevolgen. Dan doen ze het voor een derde keer en vliegt de boel ineens op slot. Dus linksom of rechtsom wordt het spannend.”

 

China

In dit nieuwe jaar houdt Knaap ook China nauwlettend in de gaten. “De vraag wat dat land gaat doen, wordt een steeds belangrijkere factor. Dat roepen we tenminste, maar we houden er nog niet echt rekening mee. Dat komt ook omdat China altijd zo ontzettend betrouwbaar is geweest als het gaat om economische groei. Altijd als het slecht ging met de wereldeconomie gingen de Chinezen meer geld uitgeven, en fungeerden ze als anker voor de wereldeconomie. Nu heeft China zijn traditionele beleid omgegooid en investeert het zichzelf niet langer uit een periode van lagere economische groei. Sterker nog, Beijing kortwiekt grote bedrijven als projectontwikkelaars en internetondernemingen nu. En dan is het nog een bijzonder jaar voor China. Niet alleen omdat volgende maand de Olympische Winterspelen plaatsvinden, waarbij allerlei politieke ongelukken kunnen gebeuren, maar vooral doordat de ambtstermijn van Xi Jinping in oktober afloopt. Waarschijnlijk blijft hij toch, maar het is een spannend moment waarbij de economie er goed voor moet staan. En op de achtergrond speelt het verhaal van grote bedrijven zoals Evergrande waarvan we niet weten of die al dan niet begeleid ten onder gaan. Die onzekerheid rond China gaat dit jaar zeker een rol spelen in de wereldeconomie.”

 

Volgende publicatie:
Wat merkt Nederland van de haperende economie in China?

Wat merkt Nederland van de haperende economie in China?

Gepubliceerd op: 20 januari 2022

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Chief Economist Thijs Knaap over de haperende Chinese economie. “De lagere groei moest een keer gebeuren.”

 

Een economische groei van 4 procent in het vierde kwartaal van 2021. Menig land zou ervoor tekenen. Voor China, dat het cijfer maandag bekendmaakte, is het niets minder dan een tegenvaller. Het is zelfs een van de laagste groeicijfers sinds 1990. Nu de indrukwekkende economische groei van China tot een voorlopig einde lijkt te zijn gekomen, doemt de vraag op: wat gaan wij ervan merken? 

 

Een gebeurtenis in de Chinese economie kan volgens Knaap op drie manieren doorwerken in andere landen. Via de handel in goederen en diensten, via financiële kanalen en via de prijs van grondstoffen. Bij de handel in goederen en diensten, het handelskanaal, draait het vooral om de Chinese export, en in (veel) mindere mate de import. Van de pen waar je mee schrijft tot de telefoon waar je mee belt: grote kans dat het uit China komt. “Het is een beetje een Nederlands instinct om meteen aan handel te denken. Maar het opmerkelijke is dat dit instinct in het geval van China klopt,” aldus Knaap. “Want van de drie genoemde manieren heeft het handelskanaal met China de grootste invloed op Nederland.” Dat was te merken toen Nederland aan het begin van de coronapandemie mondkapjes nodig had en China die niet meteen kon leveren. Knaap verwacht niet dat het lagere Chinese groeicijfer direct grote gevolgen heeft voor de handel met Nederland. Hoogstens is de levertijd van bijvoorbeeld telefoons wat langer.

 

Handel
Men zou denken dat het handelskanaal ook het belangrijkste is in de economische relaties van Nederland met veel andere landen, maar dat is volgens Knaap niet zo. “Het beste voorbeeld hiervan zijn de Verenigde Staten, waar Nederland ook veel handel mee drijft. Toen in 2008 de financiële markten daar instortten, ging het ook hier goed mis en kwamen banken als Fortis en ABN AMRO in grote problemen. Ineens bleek het financiële kanaal de grootste invloed te hebben. De recessie in Nederland kwam namelijk niet doordat er vanuit de Verenigde Staten minder vraag was naar Nederlandse producten, maar door de blootstelling aan het Amerikaanse financiële stelsel. Dat geldt voor vrijwel elke grote economie waar Nederland handel mee drijft, maar níet voor China. Dat komt doordat Beijing heel lang zo min mogelijk financiële banden met het buitenland wilde. Daardoor is de buitenlandse invloed beperkt en kent China weinig blootstelling aan het internationale financiële stelsel. Gevolg hiervan is dat een terugval in de Chinese groei veel minder ernstig is voor een open economie als de Nederlandse, dan wanneer het misgaat op Wall Street.”

 

 

 

Het land kan niet de rest van de eeuw met 10 procent per jaar blijven groeien

Financiële banden
De financiële banden tussen China en de rest van de wereld zijn dus relatief klein, al komt er wel steeds meer buitenlands geld China binnen. Zo was in 2018 slechts 8,5 procent van de Chinese aandelenmarkten in buitenlandse handen. In het derde kwartaal van 2021 was dat gegroeid tot 10,5 procent. “De invloed van de Chinese markt is voor APG en andere beleggers wel wat toegenomen de afgelopen jaren, maar het is nog steeds niet heel veel,” aldus Knaap. Dat uit zich ook in de cijfers over 2021. “Dat was een hartstikke goed jaar, met in de ontwikkelde markten rendementen op aandelen van tegen de 30 procent. Kijk je naar de opkomende markten, waaronder China, dan gaat het om heel bescheiden rendementen, een procent of 5. Dat is vervelend voor ons als investeerder, maar geen ramp doordat China slechts een bescheiden plek in onze portefeuille inneemt. Dan zie je in het klein wat voor de wereld in het groot geldt. Presteert de markt in China even wat minder? Dan valt niet meteen de hele wereldeconomie stil.”

 

Dan is er nog de prijs van grondstoffen. “Als China heel snel groeit, is er grote vraag naar olie, ijzer en cement en merk je dat die duurder worden. Dat is een tijd heel belangrijk geweest, zo eind jaren negentig en begin deze eeuw. Toen liep de olieprijs hoog op omdat de wereld niet gewend was aan die sterk toegenomen vraag vanuit China. Dat is inmiddels wel het geval en de invloed van Beijing op de grondstoffenprijs is nu een stuk minder.”

 

Gevolgen
Dat China’s groeicijfers nu wat lager zijn, vindt Knaap niet vreemd. “Dat moest een keer gebeuren. Het land kan niet de rest van de eeuw met 10 procent per jaar blijven groeien.” Door de beperkte blootstelling aan het wereldwijde financiële stelsel hoeft de lichte hapering in de Chinese economie ook niet direct gevolgen te hebben voor de Nederlandse economie. Bij haperingen in productie en transport bestaat de kans dat China niet langer alle producten op tijd kan leveren, wat consumenten en bedrijven hier wel zouden merken. “Interessanter is de vraag of de economische groei verder vertraagt,” vertelt Knaap. “Een echt stagnerende economie is op een gegeven moment moeilijk meer bij te sturen. Dan is het afwachten hoe de Chinese bevolking reageert en wat dat voor gevolgen zou hebben voor de positie van Xi Jinping en de communistische partij. Het verhaal is dat de machthebbers in China regeren bij de gratie van de hoge economische groei. Wat er dan gebeurt bij een serieuze recessie is moeilijk te voorspellen. Maar daar zijn we, met 4 procent economische groei, nog lang niet. Bovendien zijn de Chinezen erg goed in het beheersen van dit soort economisch risico.

 

Volgende publicatie:
Weten wat je krijgt

Weten wat je krijgt

Gepubliceerd op: 16 december 2021

Of het nu met Sinterklaas of kerst is, voor velen is december de cadeaumaand. Wat je krijgt, weet je meestal niet. En dat brengt me op de vraag: wat is nou de waarde van verrassingen? Is meer weten beter?

 

Economen verwijzen in deze maand nog wel eens naar het ‘welvaartsverlies’ van cadeautjes geven. Dit verlies ontstaat als cadeaus niet aansluiten op de voorkeuren van de ontvanger. Als je geld had gegeven, dan had hij of zij iets leukers kunnen kopen. En dan was die persoon dus beter af geweest. Dertig jaar terug heeft een econoom eens uitgezocht dat van alle miljarden die aan kerstcadeautjes opgaan, tot een derde eigenlijk weggegooid geld is.

 

Het is een informatieprobleem. We kunnen nu eenmaal niet in elkaars hoofd kijken. Bij sommige mensen lukt het iets beter. Zo weten we bij cadeaus aan onze wederhelften het welvaartsverlies tot 10 procent te beperken.

 

Bij beleggen kan onvolledige informatie juist lonend zijn. Ga maar na. Bij een staatsobligatie van een kredietwaardig land heb je alle informatie. De zekerheid van de beloofde kasstromen tot het einde van de looptijd is groot. Maar het verwachte rendement is laag. Bij aandelen is de looptijd in principe oneindig en zijn zowel de dividenden als de koersbewegingen onzeker. Gemiddeld word je daarvoor op de lange termijn wel beloond. Juist door niet te weten wat je krijgt kun je een risicopremie verdienen.

 

Meer informatie is ook niet altijd beter. Beleggers in een index-tracker – maar ook pensioendeelnemers – zullen in veel gevallen hun ‘pakje’ niet openmaken. Het gaat erom dat ze een goed gespreide portefeuille hebben. Niet om hoeveel procent Ahold, Apple of Alphabet er nu precies in hun mandje zit.

 

Meer informatie is vaak handig. Maar een voordeel neemt soms zijn lelijke broertje mee. Stel dat de dokter een test heeft die met grote zekerheid je sterfdatum kan voorspellen. Dat is natuurlijk superhandig als je in eigen beheer een individueel pensioen opbouwt. Je weet precies hoeveel geld je hoelang opzij moet leggen. Dan betaal je nooit te veel. Toch vermoed ik dat die test weinig aftrek zou vinden. Het is, zeg maar, een beetje ongezellig.

 

Terug naar dat welvaartsverlies. Als iedereen zijn eigen cadeau koopt, dan is dat een superefficiënte economenoplossing. Maar ook hier geldt: het is niet zo gezellig. Misschien moeilijker om in geld uit te drukken, maar de verrassing zelf is ook wat waard. En de onderstreping van de relatie tussen gever en ontvanger.

Weten wat je krijgt, is nu eenmaal niet het leven. Zoals John Lennon zijn zoon Sean toezong: ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans’.

En nu we toch in Top-2000 sferen zijn, kunnen we ook de Stones aanhalen: ‘You can’t always get what you want. But if you try sometime you'll find you get what you need’.

 

Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG

Volgende publicatie:
Veranderen de vooruitzichten nu corona een blijvertje lijkt?

Veranderen de economische vooruitzichten nu corona een blijvertje lijkt?

Gepubliceerd op: 3 december 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of de economische vooruitzichten moeten worden bijgesteld nu corona nog lang onder ons lijkt te blijven.

 

Een kleine twee jaar na de uitbraak van corona zit Nederland door toenemende besmettingscijfers weer in een lockdown. Tegelijkertijd komen er berichten uit zuidelijk Afrika over een nieuwe coronavariant. Dachten we eind 2020 nog dat de vaccins het virus eronder zouden krijgen, nu lijkt die hoop te vervliegen. Wat betekenen de nieuwe ontwikkelingen rond corona voor het overheidsbeleid, het consumentenvertrouwen en de financiële markten? “Wanneer de overheid besluit de steun te stoppen, wordt het echt een minder positief verhaal en is een economische klap met faillissementen en oplopende werkloosheid onvermijdelijk,” aldus Knaap.

 

Impact

Toen corona voor het eerst om zich heen greep, had Nederland veel profijt van de steunmaatregelen van de Nederlandse overheid. Ook centrale banken kwamen in actie, waardoor de impact op bedrijven en financiële markten lager was dan verwacht. Het aantal faillissementen is tot op de dag van vandaag zelfs historisch laag. Beleggers raakten hun geld niet kwijt, omdat bedrijven dankzij de steun konden overleven. Knaap: “Steunmaatregelen van de overheid zijn logisch bij een tijdelijke crisis, waar we tot voor kort corona nog onder schaarden. Maar je kunt je voorstellen dat de regering op een gegeven moment denkt: ‘het is mooi geweest’. Want je kunt niet tot het einde van de eeuw bedrijven overeind houden die in de nieuwe situatie eigenlijk geen bestaansrecht hebben.” Voor de economische vooruitzichten hangt dus veel af van wat de Nederlandse overheid en andere landen de komende tijd besluiten.

 

Hoe langer de lockdown in stand blijft, hoe slechter voor de economische dynamiek. “Uiteindelijk heb je mensen nodig die gaan ondernemen. Maar wie gaat er nu in deze tijd een restaurant openen? De economie krijgt hoe dan ook een tik. Dat pleit er ook voor de steunmaatregelen niet af te bouwen, zodat de bestaande bedrijven in ieder geval niet failliet gaan,” zegt Knaap. Voordeel voor Nederland is dat het nog steeds geld toe krijgt wanneer het obligaties uitgeeft. “Dat kunnen we nog jaren blijven doen zonder dat we er iets van merken.” Voor andere landen, en zeker de opkomende economieën, is de situatie penibeler.

 

Consumenten

Het consumentenvertrouwen speelt ook een rol in de economische vooruitzichten. “Economische groei ontstaat wanneer bedrijven winst maken en dat doen ze als ze genoeg spullen verkopen aan consumenten. Dat was de afgelopen periode lastig door problemen met de aanvoer van producten. Wel was er de afgelopen tijd veel vraag naar producten en diensten, omdat consumenten tijdens corona geld hebben opgepot doordat ze niet naar het café of op vakantie konden,” aldus Knaap. “De nieuwe lockdown vormt voor veel mensen toch weer een tegenslag, met de kapper en theaters die eerder moeten sluiten. Dat leidt tot minder consumentenvertrouwen waardoor consumenten voorzichtiger worden met uitgaven. En dat is nooit goed voor de economie.”

 

Schok

Het nieuws van de omikronvariant leidde al tot dalende beurskoersen. Wat zegt dat over de vooruitzichten op de beurs? “Beleggers hebben altijd de vorige schok nog in hun hoofd,” stelt Knaap. Die was in maart 2020. Maar na eerst fors onderuit te zijn gegaan, stegen de beurzen tot recordhoogtes. Mogelijk verwachten beleggers ook ditmaal dat de nieuwe uitbraak niet zal leiden tot een economische crisis. Toch houdt Knaap er rekening mee dat het anders uitpakt dan de vorige keer. “De dalende koersen zouden nu langer aan kunnen houden, omdat we corona niet meer als iets tijdelijks zien.” Moeten we daarom de economische verwachtingen bijstellen? “Het verhaal verandert nu wel. De vorige verhaallijn begon met de pandemie waarna de vaccinaties volgden en we binnen twee jaar economisch herstel met hoge groei verwachtten.” Die kans op snel herstel lijkt nu door de laatste ontwikkelingen ineens een stuk verder weg.

 

De komende weken wordt duidelijk of dit een laatste oprisping van het virus is en het blijft bij een korte lockdown. Dan is de kans groot dat de positieve economische verwachtingen van een paar weken geleden stand kunnen gehouden. Ook doordat de overheid nog lang kan bijspringen en de beurskoersen, na het opduiken van de omikronvariant, niet buitengewoon hard zijn gedaald. Toch zorgt de nieuwe lockdown voor onzekerheid, onder meer bij consumenten. Hoe langer corona onder ons blijft, hoe groter de kans dat de overheid op een gegeven moment haar ruimhartige steunbeleid stopt, waardoor het aantal faillissementen en de werkeloosheid stijgen en ook de beurzen een optater krijgen. Het verhaal is dus nog niet afgelopen.

Volgende publicatie:
Klimaatinflatie

Klimaatinflatie

Gepubliceerd op: 18 november 2021

Zowel klimaat als inflatie zijn momenteel hot topics. En ze hebben nog met elkaar te maken ook. Want de invloed van klimaatverandering – en beleid om dat tegen te gaan – op inflatie neemt de komende jaren waarschijnlijk toe.

 

Voor de duidelijkheid: klimaat is niet de grote verklaring achter de huidige hoge inflatie van 3,4% (oktober). Die ligt grotendeels aan ingestorte prijzen vorig jaar en aan logistieke problemen: het aanbod houdt de rap herstelde vraag na de lockdowns niet bij. Vroeg of laat lopen die effecten eruit. Klimaat kan langer een stempel drukken op de inflatie. Denk aan hogere prijskaartjes, maar ook aan grotere prijsschommelingen.

 

Waarom zou klimaat(beleid) het leven duurder maken? Laten we beginnen met de energietransitie. Die vergt meer dan hier en daar een zonnepaneel. Een systeemverandering van fossiel naar groen – en van ‘moleculen in een tank’ naar ‘elektronen in een stroomnet’ – is een gigantische en langjarige operatie. Dat kost natuurlijk geld. En het is een verbouwing die op zijn best het huis in stand houdt. Het is, zeg maar, geen uitbouw die waarde toevoegt aan je huis.

 

Dat zit zo. Fossiele energie heeft afgezien van zeer problematische nadelen ook grote voordelen. De energiedichtheid is hoog en het is makkelijk op te slaan en te vervoeren. Die voordelen raken we kwijt. Dat betekent een tik voor het producerend vermogen van de economie. Een keus hebben we uiteraard niet. Alternatief is namelijk een nog grotere dreun door de gevolgen van klimaatverandering. Waar het me om gaat is dat alle benodigde energie-investeringen zorgen voor extra vraag in de economie. Maar daar staat dus geen extra aanbod tegenover (geen ‘uitbouw’). Die combinatie werkt inflatie in de hand.

 

Het is wenselijk dat zowel aanbod van als vraag naar fossiele energie dalen. Maar als het geen gelijke tred houdt dan kunnen forse prijsschommelingen ontstaan. Zo hadden we vorig jaar nog even negatieve (!) olieprijzen, sindsdien zijn prijzen voor olie en gas fors gestegen. Gedurende de transitie zullen we vaker heftige prijsbewegingen zien. Want ongetwijfeld zal het lastig zijn om een dalend aanbod van fossiele brandstoffen precies te compenseren met een groeiend aanbod van hernieuwbare energie. En dat is nog gerekend buiten de stijgende energiebehoefte van opkomende landen.

 

Ook het beprijzen van CO2 – binnen de EU en aan de buitengrenzen – kan inflatoir uitpakken. Als door hogere transportkosten en tarieven allerlei productie dichterbij huis komt, dan is dat meestal niet goedkoper.

Mét klimaatbeleid pakt de inflatie waarschijnlijk hoger uit dan zonder

Er zijn ook factoren die de inflatie kunnen dempen. Geld kun je maar één keer uitgeven. Dus dure energie drukt de consumptie van andere artikelen – en daarmee hun prijs. Verder zie je dat overheden – uit angst voor ‘gele hesjes’? – dure energie vaak weer compenseren, al zit daar wel een grens aan. En uiteindelijk is het natuurlijk de taak van centrale banken om de inflatie onder controle te houden.

 

Cruciaal is of dat lukt. Bij de huidige hoge inflatie grijpt de Europese Centrale Bank (ECB) niet in. De redenering is dat het tijdelijk is. Ook los je logistieke problemen niet op met monetair beleid. Interessant wordt hoe de ECB straks omgaat met ‘klimaatinflatie’. Temeer omdat klimaat prominenter is geworden in de nieuwe ECB-strategie. De energietransitie is natuurlijk per definitie tijdelijk – zij het vrij uitgerekt. Is die tijdelijkheid ook reden om hogere inflatie te tolereren? Als de prijzen stijgen doordat de CO2 duurder wordt, telt dat dan als inflatie of niet? De ECB zou kunnen zeggen van niet: de prijzen nemen ‘externe effecten’ mee die er eerst onterecht niet in zaten (de ‘oude’ prijzen waren te laag omdat ze geen rekening hielden met de economische schade van uitstoot). Hoe milder het ingrijpen van de ECB, hoe hoger de inflatie uiteindelijk uit zal vallen.

 

We zijn niet zomaar terug bij de hoge inflatie van de jaren zeventig. Maar mét klimaatbeleid pakt de inflatie waarschijnlijk hoger uit dan zonder. Nu is die klimaatinflatie ergens goed voor. Het zet aan tot vergroening. De prijsverschillen tussen ‘groen’ en ‘bruin’ in allerlei producten zullen toenemen. Dat kan net het duwtje geven om bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen te nemen. Naarmate dat beter werkt – hoe sterker bedrijven en burgers reageren op prijsprikkels – hoe minder hoog die klimaatinflatie uiteindelijk zal uitvallen. We zijn er dus zelf bij. Ons eigen gedrag kan oververhitting tegengaan – van de inflatie en van het klimaat.

Volgende publicatie:
“Is het einde van het handelsconflict tussen Europa en de VS goed voor de economie?“

“Is het einde van het handelsconflict tussen Europa en de VS goed voor de economie?“

Gepubliceerd op: 4 november 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag wat de beëindiging van het jarenlange handelsconflict tussen de VS en de EU betekent voor onze economie.  “Het is een stap in de goede richting maar het grotere beeld over de handel is wereldwijd negatief.”


De handelsoorlog die de Amerikaanse president Trump ontketende, is op 31 oktober 2021 gedeeltelijk gestaakt – het gevecht met China is nog in volle gang, maar aan het Amerikaans-Europese front zijn de gemoederen wat bedaard.  Het conflict begon op 1 juni 2018 met de invoering van importheffingen door de VS – 25 procent op staal en 10 procent op aluminium uit onder andere de Europese Unie. De EU liet die zet niet onbeantwoord en verhoogde de importtarieven voor een groot aantal Amerikaanse producten van 5 procent naar 31 procent. Naast staal en aluminium ging het ook om producten als motoren, cranberry-sap, whisky, schoenen en kleding.


Met het opschorten van deze EU-tarieven (die bovendien op 1 december 2021 verdubbeld zouden worden) en het schrappen van een aanzienlijk deel van de Amerikaanse importheffingen op Europees staal, lijkt de strijdbijl nu begraven. Wat gaan we daar economisch van merken?


Vies staal
Knaap: “Een econoom wordt niet blij van invoertarieven, want een land beschermt industrieën daarmee op een kunstmatige manier en dat leidt tot inefficiëntie. Als een land met een bepaalde industrie niet op eigen kracht kan concurreren op de wereldmarkt, kan het die producten beter importeren uit landen die deze goedkoper kunnen maken. Economisch gezien is het altijd beter als iedereen zich richt op waar hij het beste in is. Wat dat betreft is de recente overeenkomst tussen de VS en de EU goed nieuws. Tegelijkertijd is het niet meer dan een stap in de goede richting. Want de grotere wereldwijde trend is dat werelddelen hun markten juist afschermen.”

En volgens Knaap is het ook weer niet zo dat álle handelsbarrières tussen de VS en Europa zijn verdwenen. “De Harley-rijdende bourbon-drinker kan weer opgelucht ademhalen, want de importheffingen daarop verdwijnen volledig. Maar wat betreft staal doen de Amerikanen moeilijker: de importheffing verdwijnt alleen onder een bepaalde hoeveelheid staal. Bovendien hebben de VS en de EU aangegeven ‘geen vies staal’ meer te willen. Dat heeft weliswaar met het milieu te maken – staal uit China heeft een grotere ecologische voetafdruk –  maar ze lijken het vooral te doen om de Westerse producenten te beschermen tegen het goedkopere Chinese staal.”


Confrontatie met kwetsbaarheden

Knaap doelt op de afspraak dat staal volledig in het EU/VS-handelsblok geproduceerd moet zijn om in aanmerking te komen voor de heffingsvrije status. Zo moet voorkomen worden dat Chinees staal een laatste minimale bewerking in Europa ondergaat om daarna alsnog naar de VS geëxporteerd te worden.


Dat ‘beschermen van de Westerse wereld’ lijkt meer te maken te hebben met een strategisch streven naar onafhankelijkheid dan met het beschermen van werkgelegenheid. Knaap: “Tijdens de pandemie zijn landen met hun kwetsbaarheden geconfronteerd. Mondkapjes bijvoorbeeld moesten uit China komen, het was lastig om aan beademingsmachines te komen, enzovoorts. Men heeft zich nog eens goed achter de oren gekrabd of ze voor dergelijke strategische producten van anderen afhankelijk willen zijn. Staal is bij uitstek een strategisch product, vooral in militair opzicht. Ook China streeft naar die onafhankelijkheid – net als Europa en de VS – en wil onder andere vliegtuigen, auto’s en microchips zelf kunnen maken. Tot een bescherming van de nationale werkgelegenheid – één van de politieke beloften van Trump voor het instellen van de invoerheffingen op staal – leidt dit in ieder geval niet. De werkgelegenheid in de Amerikaanse staalindustrie liet tijdens de regeerperiode van Trump weliswaar eerst een bescheiden opleving zien van 82.000 naar 88.000, maar zakte daarna ook weer en is nu weer 82.000. Bovendien werkten er in de jaren tachtig nog 200.000 mensen. En die afname heeft alles te maken met een toenemende productiviteit per werknemer door automatisering. Dat effect is veel sterker dan dat van een invoertarief.”    


Het echte euvel
In ‘de geopolitieke factor’ blijkt dus uiteindelijk – vanuit economisch opzicht – het échte euvel voor de wereldeconomie te zitten. “Die wordt steeds belangrijker. Er is steeds minder begrip voor globalisering en handel in goederen. Ook bij politici is globalisering steeds minder populair. Als econoom zie ik dat liever anders. Het is toch een teken aan de wand dat we steeds meer schotten gaan plaatsen tussen verschillende werelddelen. Dus ja, het effect van de beëindiging van het Amerikaans-Europese handelsconflict op de economie is positief, maar beperkt. De grotere trend laat afnemende economische globalisering zien. Dat is altijd inefficiënt en onhandig. het gaat ten koste van de werkgelegenheid en het zal een negatief effect hebben op de wereldhandel.”  

Volgende publicatie:
“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

“Wat is de kans dat ‘Glasgow’ concrete resultaten oplevert?”

Gepubliceerd op: 28 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Joost Slabbekoorn (Senior Responsible Investment & Governance Manager) over de kans dat de klimaattop van Glasgow concrete resultaten op essentiële punten gaat opleveren. “Het financieel steunen van ontwikkelingslanden zal een van de heetste hangijzers zijn.”

 

Aan de vooravond van ‘Glasgow’ buitelen de nieuwsberichten over elkaar heen. Als één ding duidelijk wordt uit de stroom berichten is het wel dit: we staan er niet goed voor. Zo spraken de deelnemende landen aan de klimaatconferentie van Parijs in 2015 af dat de temperatuur tegen 2100 met niet meer dan 2 graden mocht stijgen. En idealiter met niet meer dan 1,5 graad. Maar als we op dezelfde voet doorgaan zoals nu, halen we die stijging van 1,5 graden al in 2030. Tegen 2100 kijken we dan aan tegen een stijging van zelfs 2,7 graden. Daarvoor waarschuwde het VN-milieuprogramma UNEP deze week.

 

Eerste stap

Er is dus werk aan de winkel. Maar de vraag is van wie de eerste stap wordt verwacht. Slabbekoorn: “De westerse landen hebben historisch gezien natuurlijk een grote verantwoordelijkheid voor de uitstoot van CO2. Maar op dit moment stijgt juist de uitstoot van landen zoals China en India snel. Deze landen kunnen zich niet op dezelfde, door fossiele brandstoffen gedreven, manier ontwikkelen als de westerse landen dat deden in het verleden. Daar zijn ze simpelweg te groot voor. Maar de snelle stijging van CO2-uitstoot in die landen komt ook doordat Europese staalfabrieken zijn verplaatst naar China!”

 

Landen als India en China hebben de kans hun ontwikkeling deels te stutten met hernieuwbare energie. Om ze hierin te steunen, zegden de westerse landen in Parijs 100 miljard euro per jaar aan klimaatontwikkelingshulp toe. Maar die belofte is nog niet ingelost. Slabbekoorn: “Grote kans dat dit ook een van de grootste hete hangijzers zal zijn in Glasgow. Ontwikkelingslanden willen dat rijke landen over de brug komen met geld, om zo het vertrouwen te herstellen. Ook zal er worden gesproken over het ‘handelen’ in doelen tussen landen. Dat wil zeggen dat de rijke landen de CO2-reductie in de ontwikkelingslanden financieren, omdat de uitstoot verlagen dáár makkelijker en goedkoper is dan op hun eigen grondgebied. Om deze handel mogelijk te maken en te kunnen verifiëren zijn dan wel duidelijke regels nodig.”

 

Prioriteiten

Slabbekoorn weet nog wel een paar punten waarop actie nodig is. “Een van de grootste prioriteiten is het afbouwen van het gebruik van steenkool voor de elektriciteitsproductie. Steenkool zorgt voor behoorlijk wat CO2-uitstoot terwijl een goed alternatief beschikbaar is, namelijk groene stroom. Ontbossing is een andere bron van enorme CO2-uitstoot. Een derde prioriteit is het instellen van een realistische prijs op CO2 en een stop op het subsidiëren van fossiele brandstoffen. Opmerkelijk is dat ook in Nederland nu de energierekening van de burger wordt gesubsidieerd. Begrijpelijk, gezien de huidige situatie, maar dit is indirect een subsidie op fossiele energie. De stijgende energieprijzen zorgen er ook voor dat veel landen huiverig zijn om versneld te stoppen met het gebruik van steenkool. En voor het tegengaan van ontbossing is de steun van Brazilië nodig. Helaas zit daar nu een president die juist op de hand is van de houtkapsector. Kortom, het ziet er wat deze drie prioriteiten betreft niet goed uit in Glasgow.”

 

Met de huidige sombere vooruitzichten kan het niet anders dan dat sommige maatregelen zullen ingrijpen in het leven van de consument. Slabbekoorn: “De consument móet er ook iets van voelen, omdat hij anders zijn gedrag niet verandert. En hoe eerder we beginnen met de transitie naar een duurzamere wereld, hoe minder geld en moeite het kost. Dat is uiteindelijk ook voor de consument prettiger. Want als we nu niets doen, moeten we later hard ingrijpen. Dan zal de breuk met onze huidige manier van leven een stuk steviger zijn, bijvoorbeeld door flink hogere kosten voor overheden en consumenten.”

 

Terugschrikken

Als deze top weinig of niets oplevert, lijkt een verdere opwarming van de aarde onvermijdelijk. “Maar er zijn allerlei wegen naar Parijs,” stelt Slabbekoorn. “Mocht inderdaad blijken dat er geen akkoord wordt bereikt in Glasgow, dan hóeft dat niet te betekenen dat het onmogelijk wordt toch binnen die 1,5 graad te blijven. Maar dan is er in de komende jaren wel een veel strenger beleid nodig op het gebied van energie en duurzaamheid. En het is de vraag of dat beleid er dan komt, aangezien landen nu al terugschrikken van al te strenge maatregelen. Ondertussen merken we wel al de fysieke gevolgen van een hogere temperatuur.

 

Het is uiteindelijk aan de deelnemende landen aan de klimaattop in Glasgow om eventuele afspraken in wetgeving op te nemen. Het klimaatakkoord van Parijs is juridisch bindend maar er bestaat geen internationaal instrument om het af te dwingen. Slabbekoorn: “Maar zodra deze afspraken zijn verankerd in nationale wetgeving, kan een land hier door de rechter aan worden gehouden. Dat zagen we in Nederland met de door Urgenda aangespannen zaak tegen de Nederlandse overheid. Tijdens de top zelf zijn diplomatieke contacten heel belangrijk. Maar dan zijn we weer terug bij het eerste punt, namelijk wie de eerste stap zet. Het ziet er nu niet naar uit dat ‘Glasgow’ concrete resultaten gaat opleveren, maar zo’n top kan gek lopen. Ik hou dus nog een slag om de arm.”

Volgende publicatie:
“Overheden lijken het onheil te kunnen afwenden”

“Overheden lijken het onheil te kunnen afwenden”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Op 21 oktober kijken de grootste pensioenfondsen van Nederland terug op de financiële resultaten van het derde kwartaal. Een geschikt moment om een aantal belangrijke vragen te beantwoorden. Is het waarschijnlijk dat de waardegroei van de klantenportefeuilles van APG blijft doorzetten tijdens de pandemie? Zijn obligaties nog steeds aantrekkelijk voor institutionele beleggers? En als dat zo is, waarom? Wat zijn de gevolgen van Covid voor kantoorruimtes en de stedelijke vastgoedmarkt? En waarom gaat APG, als aanhanger van actief beleggen, ook indexbeleggen aanbieden? APG’s Chief Investment Officer Peter Branner kijkt vooruit en deelt zijn visie aan de hand van vier stellingen.

 

It’s All Over Now? Vorig jaar hadden we een slechte economie en hebben we echt goede beleggingsrendementen behaald. Zijn deze rendementen ‘geleend van de toekomst’? (Of is het zo dat Covid juist een ondersteunende werking heeft gehad op de economie op de langere termijn?)


“De waarde van onze klantenportefeuilles daalde na de uitbraak van Covid, om daarna weer meteen te beginnen aan een herstel nadat overheden en centrale banken de markt en de economie begonnen te ondersteunen met zowel fiscale als monetaire stimuleringsmaatregelen. Nog voor het einde van 2020 was de waarde van de portefeuilles hoger dan vóór de pandemie. Hier zijn vier redenen voor aan te wijzen: de rentetarieven waren lager, de overheidssteun hield de economie overeind. De race om het vaccin zorgde voor sterke hoop dat we de crisis konden overwinnen. Bovendien had APG per saldo meer effecten die profiteerden van de pandemie en de economische steun (en andere gebeurtenissen die in dat jaar plaatsvonden) dan de markt.

Of er ooit een tijd komt dat we dit “terug moeten betalen” kunnen we niet met 100% zekerheid zeggen. Wat we wel weten, is dat centrale banken en overheden de steun gaan afbouwen. Dat zal de prijzen van activa onder druk zetten. Aan de andere kant zijn beleggers mogelijk bereid hogere prijzen te blijven betalen voor risicovolle activa, omdat ze hebben geleerd dat beleidsmakers in staat zijn om het onheil af te wenden. Daarnaast kan de economie mogelijk een nieuw groeitraject ingaan, aangedreven door investeringen in schone energie en ondersteund door nieuwe manieren van werken en samenwerken. De markten zullen een evenwicht vinden tussen deze tegengestelde vectoren.”

 

Bond Theme. ‘De toekomst van obligaties is niet meer wat het ooit was’. Het is onwaarschijnlijk dat de trend van dalende rentetarieven blijft voortduren en deze kan zelfs omgekeerd worden. Daardoor zijn obligaties vanuit een rendementsoogpunt een stuk minder aantrekkelijk.


“De rente die we momenteel krijgen op obligaties is negatief, wat betekent dat we moeten betalen om deze aan te houden. Een belangrijke reden waarom we obligaties zouden blijven aanhouden, is de mogelijkheid dat de rente een nóg negatievere richting opgaat. In dat geval zal de waarde van de obligaties die we hebben, stijgen. En dat is, gemiddeld gezien, precies het geval geweest in de afgelopen 20 jaar. Op de kortere termijn zou dit zich voordoen tijdens een financiële crisis, of wanneer centrale banken de rentetarieven blijven verlagen om de inflatiedoelstellingen te realiseren. Toch hebben we tijdens de coronacrisis van 2020 al gezien dat de rentetarieven niet significant zijn gedaald. Dus het aanhouden van obligaties heeft onze klanten niet zoveel geholpen als vroeger het geval geweest zou zijn.


Het lichtpunt is hier dat de huidige waarde van de verplichtingen van onze klanten – de pensioenen die in de toekomst uitbetaald moeten worden – zich als een obligatie gedraagt.  Dus als het minder aantrekkelijk is om obligaties aan te houden, betekent dat ook dat de verplichtingen die zijn aangegaan niet zo risicovol zijn. Dit was en is nog steeds het belangrijkste argument voor pensioenfondsen om obligaties aan te houden.”

 

I’m A Loser. De Nederlandse architect Rem Koolhaas heeft openlijk gezegd dat de ‘Stadsbewoners van nu losers zijn’. Betekent Covid slecht nieuws voor kantoorruimtes en stedelijk vastgoed?


“De betaalbaarheid van stedelijke huisvesting staat onder grote druk. Dit wordt gedeeltelijk gedreven door de vraag: mensen trekken naar de stad vanwege de economische, sociale, educatieve en culturele mogelijkheden (waaronder de aanwezigheid van stimulerende architectuur van Koolhaas en zijn vakgenoten) die de steden te bieden hebben. Covid heeft een verandering teweeggebracht in de manier waarop mensen elkaar ontmoeten, socialiseren, werken en samenwerken. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke impact dit zal hebben op het vloeroppervlak dat een kantoormedewerker nodig heeft. Het is dus ook nog geen vaststaand gegeven dat dit zal afnemen. Wél duidelijk is dat het voor kantoren moeilijker wordt om aan de eisen te voldoen. Kantoren moeten nog steeds goed bereikbaar zijn met openbaar vervoer. En de private vervoersmiddelen moeten efficiënter worden qua verbruik en een uitstekende en robuuste technologische infrastructuur hebben. Binnenstedelijke ontwikkeling, geconcentreerd rond openbare transportverbindingen, blijft een van de duurzaamste manieren om de samenleving te voorzien van mogelijkheden om met elkaar in contact te komen.“ 

 

Play With Fire. De markten voor meme-aandelen, bitcoins, etc., lijken tegenwoordig wel een spelletje te zijn. ‘Flows’ lijken belangrijker te zijn dan fundamentals. Dat klinkt niet als efficiënte markten. Dus waarom maakt APG een verschuiving richting indexbeleggen?  


“Actief beleggen betekent kiezen welke effecten en bezittingen er in een bepaalde markt gekocht moeten worden, in plaats van die beleggingen exact af te stemmen op de marktindex. Om dat te kunnen doen, moeten onze beleggers onderzoeken wat de waarde van die assets in een bepaalde markt zou kunnen zijn en de meest aantrekkelijke activa daaruit kiezen. Dit kost geld, wat betekent dat actief beheer meer rendement moet genereren dan de kosten die ervoor gemaakt worden. Het kost tijd, omdat het wel even kan duren voordat die aantrekkelijke investeringen inderdaad meer geld opleveren dan de index. En er is ook wat geluk voor nodig, omdat de beoordeling ook verkeerd kan uitpakken. Het is een beetje vergelijkbaar met een sportwedstrijd: zelfs het best getrainde team, met de meest vaardige coaches en spelers, zal niet in de eerste minuut scoren en zal niet elke wedstrijd winnen. Maar zo'n team heeft wel een goede kans om aan het einde van een lang seizoen bovenaan de ranglijst te eindigen.


APG weet hoe actief beheer in elkaar zit en is ervan overtuigd dat het toegevoegde waarde kan opleveren. We moeten echter ook erkennen dat, op basis van kosten-batenoverwegingen, niet alle klanten voor een actieve benadering willen kiezen in alle markten waarin ze beleggen. En gezien onze omvang, kan APG ook die klanten helpen met innovatieve en verantwoorde indexoplossingen.”

Volgende publicatie:
"Is de angst voor het inflatiespook terecht?"

“Is de angst voor het inflatiespook terecht?”

Gepubliceerd op: 21 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: Senior Strategist Frank van Weegberg over de vraag of de opgelopen inflatie van kortdurende aard is of niet. “Globalisering heeft decennialang de prijzen gedrukt.”


Nu het inflatiecijfer in Europa is opgelopen tot 3 procent en in de Verenigde Staten gestegen is tot 5 procent, is de hamvraag: Is het een ‘piek’ of ‘schok’ van één tot twee jaar, of gaat de inflatie langer duren en op die manier de koopkracht uithollen? Dikke kans dat het om het eerste gaat, zegt Van Weegberg. “De huidige inflatie bestaat voornamelijk uit twee effecten. Het ene wordt veroorzaakt door problemen met productie, logistiek en bevoorrading. Het andere effect is het gevolg van de fors gestegen gasprijzen. Wij denken dat beide effecten tijdelijk zijn. En dus is de huidige inflatie waarschijnlijk ook van voorbijgaande aard.”


Het eerste effect (de productie-, logistieke en bevoorradingsproblemen) trad als gevolg van de coronapandemie wereldwijd op. Van Weegberg: “Denk bijvoorbeeld aan de schaarste van computerchips, waarvan de gevolgen hebben doorgewerkt in veel industrieën. Maar er hebben ook heel veel spullen vastgezeten in het Suezkanaal, als gevolg van de blokkade in maart door containerschip Ever Given. Dit alles heeft voor veel producten geleid tot gestegen prijzen. Maar op een gegeven moment, als de laatste naweeën van die problemen zijn weggeëbd en het aanbod zich weer heeft hersteld, dalen die prijzen ook weer.”    


Schaliegas

Ook het tweede effect – de gestegen prijzen voor olie en gas – blijft volgens de Senior Strategist naar verwachting niet lang aanhouden. “Ook daar zijn de hoofdoorzaken tijdelijk van aard: problemen bij de gasproductie in Noorwegen, een laag aanbod van windenergie als gevolg van een ongebruikelijk windstille periode en het uitblijven van de goedkeuring van de Nord Stream 2 gaspijpleiding. Dergelijke prijsstijgingen zijn schoksgewijze effecten die ook weer verdwijnen, ook omdat bijvoorbeeld het aanbod van schaliegas toeneemt. Dat is relatief bewerkelijk om te produceren maar bij een hoge olie- en gasprijs wordt het weer rendabel.”


En oplopende Covid-19 besmettingen in de winterperiode? Kunnen die nog roet in het eten gooien? “Nieuwe lockdowns zouden het aanbod van producten weer kunnen drukken, wat voor een nieuwe inflatiepiek kan zorgen. Maar ook dan is het effect op de inflatie niet structureel. Dat kun je ook aflezen aan de verwachtingen van officiële partijen, zoals centrale banken. De Europese Centrale Bank bijvoorbeeld gaat ervan uit dat de inflatie in de Eurozone terugvalt naar 1,5 procent in 2023.”   


Wanneer ligt die structurele, langdurige inflatie dan wel op de loer? Van Weegberg: “Dat soort inflatie ontstaat eerder als we te maken krijgen met een loonprijsspiraal. Als de lonen te veel stijgen, duwt dat het algemene prijspeil omhoog want arbeid wordt duurder. Maar zo’n spiraal ontstaat pas wanneer een hoge economische groei en een lage werkloosheid gelijktijdig optreden. De werkloosheid in Nederland is weliswaar laag, maar in de Eurozone is hij met 7,5 procent nog relatief hoog. Om die reden is een loonprijsspiraal nu onwaarschijnlijk.”


Vakbonden
Naast die hoge Europese werkloosheid zijn er volgens Van Weegberg nog twee redenen waarom we dat effect van stijgende lonen op de inflatie waarschijnlijk niet gaan zien. “De macht van vakbonden is kleiner geworden. Zelfs in traditionele industrieën als de metaalindustrie zijn tegenwoordig veel minder werknemers lid van een vakbond. In nieuwere sectoren is de organisatiegraad nog veel lager. Tel daarbij op het toegenomen aantal zzp’ers en het is niet vreemd dat de onderhandelingspositie van vakbonden is verslechterd.   
Daarnaast is ook het effect van stijgende lonen op het algemene prijspeil minder sterk geworden. Globalisering betekende dat we meer zijn gaan importeren uit landen met lagere lonen. Dat heeft decennialang de prijzen gedrukt. Dus als onze eigen lonen stijgen, leidt dat niet meer zo snel tot inflatie als voorheen.”  


Met het ‘spook’, zoals dat in de jaren ’20 in Duitsland opdoemde, krijgen we dus voorlopig niet te maken. En de inflatie die nu optreedt, is eigenlijk wel gezond, zegt Van Weegberg. “We hebben lange tijd een heel lage inflatie gehad, zelfs minder dan 1 procent. Normaliter zitten we in Europa rond de 1,5 procent. Met die 3 procent zitten we daar nu ruim boven. Ik verwacht niet dat de ECB de rente in de komende twee, drie jaar verhoogt. Maar als de ECB door een aanhoudend hoge inflatie uiteindelijk genoodzaakt is de rente te verhogen, is dat op de lange termijn voor iedereen beter. De huizenmarkt normaliseert dan wellicht weer. En het gaat weer lonen om te sparen. Nu heb je koopkrachtverlies op je spaargeld. Geen enkele overheid wil dat.”

Volgende publicatie:
Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Beleggers sporen Zuid-Korea aan tot steviger klimaatinspanningen

Gepubliceerd op: 14 oktober 2021

APG moedigt samen met 22 grote internationale beleggers de Zuid-Koreaanse regering aan om tot een duidelijk transitiepad te komen dat aansluit bij de klimaatafspraken van Parijs. Het land moet daarvoor onder andere stoppen met de bouw van nieuwe kolencentrales. Duidelijk klimaatbeleid helpt Koreaanse bedrijven om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. APG is namens haar pensioenfondsklanten een van de drijvende krachten achter dit initiatief.  

 

De deelnemende beleggers voeren actief engagement (het aanwenden van invloed door aandeelhouders om bedrijven tot veranderingen aan te zetten) met Zuid-Koreaanse bedrijven. In een brief aan de Zuid-Koreaanse presidentiële klimaatcommissie schrijven ze dat het nationale energie- en klimaatbeleid voor deze bedrijven van groot belang is om hun streven naar netto nul uitstoot (net zero emissions) waar te maken. De brief wordt ondersteund door Climate Action 100+ en is ondertekend door beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 5.800 miljard. APG behoort met BMO Global Asset Management, EOS Federated Hermes en Sumitomo Mitsui Trust Asset Management tot de initiatiefnemers.

 

Bedrijven hebben behoefte aan duidelijk klimaatbeleid

De ondertekenaars stellen dat Zuid-Koreaanse bedrijven duidelijk nationaal beleid nodig hebben voor een succesvolle overgang naar net zero, het beperken van klimaatrisico’s en het behouden van waarde op de lange termijn. “Dit vergt ook een helder tijdspad voor het uitfaseren van kolen in lijn met de doelstelling van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1.5°C”, staat in de brief.

 

De beleggers dringen erop aan dat de presidentiële commissie transitiepaden uitstippelt die uitgaan van het onlangs ontwikkelde Net Zero 2050-scenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). “Deze transitiepaden moeten volledig in lijn zijn met het Parijse klimaatverdrag en ervoor zorgen dat de Zuid-Koreaanse economie uiterlijk in 2050 CO2-neutraal is. Ook moet niet verder worden ingezet op kolen, want dat vertraagt de onvermijdelijke en hoognodige overgang naar duurzame energie”, zegt Yoo-Kyung (YK) Park, Hoofd APAC Responsible Investment & Governance bij APG.

 

Geen kolenexpansie

In augustus uitte APG in een brief aan de Koreaanse regering al zorgen over de kolencentrales die momenteel in het land worden gebouwd. Vorig jaar verkocht APG haar belang in Korea Electric Power Corp. (KEPCO) vanwege de voorgenomen bouw door het staatsbedrijf van kolencentrales in Vietnam en Indonesië. "De uitbreiding van kolengestookte energie in Zuid-Korea gaat in tegen de inspanningen om klimaatverandering te bestrijden," zegt YK. "Het risico is ook dat de centrales minder waard of onrendabel worden omdat ze maar beperkt worden gebruikt of omdat er extra inspanningen nodig zijn om de CO2-uitstoot te compenseren.”

 

Climate Action 100+ is een samenwerkingsverband van 615 beleggers met een gezamenlijk beheerd vermogen van € 47.000 miljard. ’s Werelds grootste beleggersinitiatief spant zich ervoor in dat bedrijven die verantwoordelijk zijn voor de meeste uitstoot van broeikasgassen actie ondernemen om klimaatverandering tegen te gaan.

Volgende publicatie:
“Is de Chinese vastgoedcrisis een risico voor de wereldeconomie?”

“Is de Chinese vastgoedcrisis een risico voor de wereldeconomie?”

Gepubliceerd op: 7 oktober 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de vraag of de wereldeconomie geraakt gaat worden door de torenhoge schuldenlast van Chinese projectontwikkelaars. “De kans dat de pleuris écht uitbreekt en de Chinese burger het vertrouwen verliest dat de overheid deze crisis kan oplossen, is klein.”

 

Gaat de in problemen verkerende Chinese vastgoedmarkt een wereldwijde crisis op financiële markten veroorzaken? Zoals dat bij het omvallen van Lehman Brothers in 2008 gebeurde? Dat is de vraag die veel beleggers bezighoudt sinds bekend werd dat de Chinese vastgoedmammoet Evergrande (totale schuld € 260 miljard) niet meer aan zijn rentebetalingsverplichtingen kon voldoen. Volgens Knaap is het onwaarschijnlijk. “De eerste vraag is of deze vastgoedcrisis een bedreiging is voor de Chinese economie zelf. Dat weet je nooit honderd procent zeker, maar die kans is klein. De Chinese overheid heeft namelijk een veel sterkere positie om in te grijpen dan Westerse regeringen, onder andere omdat ze delen van de financiële sector bezit. Als de regering wil dat een onderneming een lening krijgt van de staatsbank, dan kríjgt de onderneming die lening. Zo kan ze bedrijven uit de brand helpen.”

 

Geld terug
Bovendien hebben de Chinezen veel schuld, maar vooral aan zichzelf, zegt Knaap. Ook dat draagt bij aan de beheersbaarheid van het economische risico door de overheid. “Men hoeft niet bang te zijn dat er buitenlandse schuldeisers op de stoep staan die stante pede hun geld terug willen.”     

 

Een financieel domino-effect, zoals dat werd veroorzaakt door de val van Lehman Brothers, ligt daarom volgens Knaap niet voor de hand. “Het risico dat een crisis in een bepaalde sector overslaat naar de hele economie, is door die dominante overheidsrol in China veel kleiner dan bij ons. Men durft het aan om het te laten ploffen. Er zijn ook voorbeelden waarbij dat goed is gegaan, zoals Baoshang Bank en Huarong Asset Management. Vergeet ook niet dat de Chinese overheid deze crisis in feite zelf heeft opgeroepen. Alleen al daarom is het een heel andere situatie dan bij Lehman. Toen zorgde niet de overheid voor de aanleiding, maar de huizenmarkt.”

 

Pijn nemen
In welke zin heeft de Chinese regering deze crisis dan opgeroepen? Knaap: “Chinese vastgoedontwikkelaars lenen veel en stevig. De machthebbers hebben daar inmiddels hun bedenkingen bij. Want als de schulden blijven stijgen, wordt het financiële risico simpelweg te groot. Om dat een halt toe te roepen, heeft de toezichthouder vorig jaar een aantal regels ingesteld. Door die nieuwe, strengere regels konden vastgoedbedrijven met veel schuld in feite geen geld meer lenen op de manier waarop ze dat gewend waren. Daardoor waren ze aangewezen op de verkoop van hun eigen onroerend goed. Uiteindelijk ging dat niet snel genoeg, waardoor het op schuld gebaseerde groeimodel vastliep. Dat doet dan even pijn. China heeft ervoor gekozen om de pijn te nemen nu het probleem waarschijnlijk nog lokaal en beheersbaar is. En daar mogen we eigenlijk wel blij mee zijn. Want als het goed gaat, voorkomt deze ingreep dat de schuldpositie van ondernemingen echt een systeemrisico gaat vormen.”

 

En daarmee is ook het risico voor de wereldeconomie te overzien, zegt Knaap. “Zolang er bij de Chinezen geen paniek ontstaat, levert het geen schade op aan hun economie en zijn de problemen in de vastgoedsector waarschijnlijk wel te managen. Er is geen vertrouwenscrisis zoals bij Lehman, toen er op financiële markten fundamentele onzekerheid heerste. Wereldwijd blijft de economische impact dan beperkt tot buitenlandse schuldeisers van Evergrande die hun geld waarschijnlijk niet terugzien. De kans dat de pleuris écht uitbreekt en de Chinese burger het vertrouwen verliest dat de overheid deze crisis kan oplossen, is klein. Maar in dat geval gaan we het hier ook merken, in de vorm van minder export en problemen met de aanvoer van producten.”

 

Grens bereikt
We moeten volgens de econoom echter wél rekening houden met het effect van de strengere kredieteisen op de schuldenopbouw van de Chinezen. “Hoe meer er in China geleend wordt, hoe meer we daar wereldwijd in economisch positieve zin van merken. Tot nu toe heeft China economische tegenwind steeds het hoofd geboden door meer schulden te maken en daarmee te investeren in de groei van de economie. Maar de grens van die methode is nu bereikt. Chinezen krijgen minder makkelijk een hypotheek en aan sommige bedrijven wordt geen krediet meer verleend. Dat gaat ten koste van de economische groei en dat gaat men in het buitenland dus ook merken. Dat is het belangrijkste en meest waarschijnlijke wereldwijde effect.”

Volgende publicatie:
“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

“Krijgt onze economie last van de krappe arbeidsmarkt?”

Gepubliceerd op: 26 augustus 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (verantwoord) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap over de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt voor de Nederlandse economie.

 

3,1 Procent. Dat is het percentage van de beroepsbevolking dat in juli 2021 geregistreerd stond als werkloos, aldus het CBS. Een dergelijk laag werkloosheidscijfer heeft een krappe arbeidsmarkt tot gevolg. Gaat de Nederlandse economie daaronder lijden? In de komende jaren niet, zegt Thijs Knaap. Maar op de lange termijn spelen er trends die serieuze aandacht nodig hebben, anders pakt het wél nadelig uit voor onze economie.


GGD

Knaap: “Tijdens de coronacrisis hebben we een cijfer van 4,6 procent gezien, dus de werkloosheid daalt nu best wel hard. Helemaal nul wordt de werkloosheid nooit. Maar met die 3,1 procent zitten we aardig dicht bij het laagste cijfer ooit – 2,9 procent in februari 2020. Er zijn nu meer vacatures dan werklozen. Maar dat komt óók door de mismatch tussen de soorten banen die worden aangeboden en de profielen van de werkzoekenden. Dat heeft een tekort tot gevolg, maar de ervaring leert dat zo’n probleem zichzelf binnen een paar jaar ook weer oplost. Een kwart van het horecapersoneel is bijvoorbeeld iets anders gaan doen tijdens de coronacrisis. Een deel van deze mensen is bij de GGD gaan werken, dus die zijn nu niet beschikbaar. Maar dat past zich wel weer aan, door hogere horecalonen bijvoorbeeld.”

 

En zo zijn er op de arbeidsmarkt volgens Knaap wel meer tijdelijke onevenwichtigheden die zichzelf oplossen. “Er is in Nederland ook nog een flinke hoeveelheid aan onbenut arbeidspotentieel. Er zijn 3,7 miljoen mensen die niet op zoek zijn naar werk, maar sommigen daarvan kunnen daartoe wel verleid worden. Parttime werkende vrouwen bijvoorbeeld. Dat potentieel kun je aanboren door lonen te verhogen maar ook door andere, aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden te bieden. Voorbeeld: iemand die nu een beperkt aantal uren werkt vanwege de combinatie met de zorg voor kinderen, wil wellicht meer werken als dat werk vanuit huis gedaan kan worden.”

 

Op de loer

Over de ‘snelle dynamiek’ zoals Knaap het noemt, maakt hij zich dus niet zo veel zorgen. In de komende decennia ligt er echter een structureel probleem op de loer dat zichzelf niet zomaar oplost. “We zouden ons meer zorgen moeten maken over de langzame dynamiek die ondertussen optreedt. De vergrijzing speelt daarin een sleutelrol. Er komen steeds meer gepensioneerden. De mensen die nu met pensioen gaan, zijn gaan werken in de jaren zeventig – waarin pensioenopbouw al gebruikelijk was. Op die manier loopt het aandeel op van mensen die niet werken maar wel geld besteden. Naarmate mensen ouder worden, hebben ze een grotere behoefte aan diensten. Bijvoorbeeld iemand die de tuin doet of huishoudelijke taken uit handen neemt, of een fysiotherapeut. Het aandeel van mensen die deze diensten kunnen leveren, neemt echter af. In de snelle dynamiek speelt dit effect een ondergeschikte rol. Maar op de lange termijn gaat dit echt wringen, tenzij je er iets aan doet.”

 

Met dat ‘wringen’ doelt Knaap op het inflatiespook. Bij een stijgende vraag en een dalend aanbod zal arbeid – en daarmee eigenlijk alles – onherroepelijk duurder worden. Wat kun je doen om dat te voorkomen? Knaap: “Grofweg zijn daar drie manieren voor. De eerste: zo veel mogelijk goederen importeren en Nederland zo veel mogelijk een diensteneconomie laten zijn. Zodat we voldoende aanbod van diensten realiseren en de prijzen daarvan dus niet heel sterk hoeven te stijgen. De tweede manier is migratie, zodat we nieuwe arbeidskrachten krijgen. Dat is de oplossing waarop Nederland de afgelopen jaren het meest heeft ingezet. Maar die oplossing levert wel weer nieuwe problemen op. Het zet de huizenmarkt en het openbaar vervoer verder onder druk. Bovendien is het een politiek beladen oplossing. De derde manier is het verhogen van de productiviteit, bijvoorbeeld via zorgrobots en zelfrijdende taxi’s. Daarin spelen die lonen nog wel een rol want als arbeid duurder wordt, ontstaat er een prikkel om te innoveren.”

 

Falen

Welke oplossing of combinatie van oplossingen ontstaat, is deels aan de politiek. Maar een scenario waarin helemaal geen migratie plaatsvindt, kan slecht uitpakken voor de gepensioneerde, waarschuwt Knaap. “Niet alles valt te importeren of te automatiseren. Zonder arbeidsmigratie kan het leven flink duurder worden, waardoor een pensioen in feite minder waard wordt. In zekere zin falen we dan in onze missie als pensioenuitvoerder.”

Volgende publicatie:
"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

"Pensioenfondsen hebben grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en later"

Gepubliceerd op: 29 juli 2021

Annette Mosman trad in maart toe als CEO van APG. In de eerste maanden van haar nieuwe functie wil ze zo veel mogelijk verfrissende inzichten opdoen. Daarom wandelt ze in 25 ontmoetingen van Amsterdam naar Heerlen. Een reis door het Nederland van Straks, waarbij steeds iemand anders haar vergezelt op een stuk van de route. Collega’s, maar ook mensen buiten APG. Zoals FNV-voorzitter Tuur Elzinga.

The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Coldplay en Pink: ze traden er allemaal op. Het Malieveld was hun concertzaal in de open lucht. Maar het Haagse grasveld wordt ook regelmatig overgenomen door actievoerende vakbonden. Ook Tuur Elzinga heeft er ongetwijfeld heel wat voetstappen liggen. Zijn geschiedenis bij de vakbeweging gaat terug tot 2002, toen hij beleidsmedewerker werd bij FNV. Bijna twintig jaar later is hij voorzitter van de vakbond en sociale partner, om precies te zijn sinds 10 maart van dit jaar. Daarnaast was hij onder meer negen jaar lid van de Eerste Kamer voor de Socialistische Partij (SP). Hij kent dus zowel het groen van de Nederlandse polder als dat van de bankjes van de senaat.

 

Vet op de botten kweken

Het moet anders in Nederland, vindt Elzinga. De coronacrisis vormt volgens hem een kantelpunt: het doorgeschoten marktdenken moet plaatsmaken voor een maatschappelijke herwaardering. De pandemie heeft laten zien hoe onmisbaar sectoren als zorg, onderwijs en kinderopvang voor onze samenleving zijn. ‘Juist die vitale sectoren zijn de afgelopen jaren achterop geraakt’, zegt Elzinga. Scholen, ziekenhuizen en crèches werden als bedrijven bestuurd en er werd zo veel mogelijk bezuinigd. Dat leidde tijdens de coronacrisis tot een tekort aan IC-capaciteit, beschermingsmiddelen en personeel. ‘We hebben weer vet op de botten nodig, goede reserves. Dat is misschien niet zo efficiënt, maar zo voorkom je dat de hele samenleving tot stilstand komt als het even tegenzit.’

 

Bang voor de toekomst 

De pandemie heeft ook de verschillen tussen (kans)arm en rijk uitvergroot. Nederland is de afgelopen decennia steeds welvarender geworden, maar lang niet iedereen heeft daarvan meegeprofiteerd. De flexibele arbeidsmarkt heeft de vaste baan op de tocht gezet en de lonen zijn te weinig mee gestegen met de winsten. ‘De ongelijkheid is groter geworden, er is scheefgroei ontstaan’, aldus Elzinga. En dan is er nog de klimaatcrisis, waarvoor we letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen vluchten, nu we wereldwijd worden geconfronteerd met extreem weer, bosbranden en overstromingen. Dat alles leidt tot onrust, merkt Elzinga. ‘Mensen maken zich zorgen over hun toekomst en die van volgende generaties. Je kunt als land wel alleen zoveel mogelijk geld willen verdienen, maar wat voor huis laten we achter aan onze kinderen en kleinkinderen als de sociale samenhang onder druk staat en de planeet wordt uitgewoond?’

 

Een miljoen vaste banen erbij

Gelukkig heeft de coronacrisis ook bij de politiek - van links tot rechts – en bij sommige werkgevers geleid tot het besef dat het Nederland van Straks vraagt om verandering, aldus Elzinga. We kunnen volgens hem meteen beginnen om het land in de steigers te zetten. De blauwdruk ligt er al: brede welvaart voor alle Nederlanders. Dat is de insteek van het SER-ontwerpadvies, dat vakbonden en werkgevers dit voorjaar samen presenteerden: een pakket maatregelen voor het nieuwe kabinet. Allereerst moet de arbeidsmarkt hervormd worden: er moeten weer meer vaste contracten komen, in plaats van flexibele dienstverbanden. Elzinga ziet er het liefst een miljoen vaste banen bij komen. ‘Mensen hebben behoefte aan zekerheid in werk en inkomen. Ze willen brood op de plank, hun rekeningen kunnen betalen en ook nog wat overhouden voor ontspanning.’

Het prijskaartje van klimaatverandering

Brede welvaart vraagt ook om meer investeringen van publiek geld in vitale sectoren als zorg en onderwijs. Zo moet de leegloop van personeel worden gekeerd met betere arbeidsvoorwaarden: als de lonen stijgen en de werkdruk daalt, wordt het weer aantrekkelijk om voor de klas of aan het bed te staan. Er moet ook meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van publieke dienstverlening, zoals UWV, de Belastingdienst – denk aan de Toeslagenaffaire – en ja, ook pensioenuitvoering. Elzinga: ‘Beter functioneren van de instituties kan de huidige vertrouwenskloof helpen dichten.’ Voor de lange termijn moet er fors geïnvesteerd worden in het tegengaan van klimaatverandering. ‘Er wordt zo gedraald, we moeten nú doorpakken. Hoe langer we dat voor ons uitschuiven, hoe hoger het prijskaartje wordt.’ Meer geld dus voor een versnelling van de energietransitie, maar dan wel sociaal verantwoord, door mensen die hun baan kwijtraken te helpen met ander werk.     

 

Sterkere overheid nodig

Met zo’n forse maatschappelijke verlanglijst kan de overheid zich niet langer afzijdig houden, vindt Elzinga. Sinds de jaren tachtig was het adagium in Den Haag: zo veel mogelijk markt, zo min mogelijk overheid. ‘Een markt is mooi om ervoor te zorgen dat er genoeg broden voor iedereen worden gebakken, maar je kunt er niet álles aan overlaten’, stelt Elzinga. ‘We zien nu de puinhoop die de mantra van liberalisering, privatisering en deregulering heeft veroorzaakt.’ De verbouwing van Nederland vraagt om een sterkere staat, die de samenleving van de toekomst actief helpt vormgeven met publieke deelnemingen en gerichte investeringen en via wet- en regelgeving zorgt dat marktpartijen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Die behoefte aan een sturende overheid houdt niet op bij de grens. Elzinga is bijvoorbeeld blij met het G7-plan voor een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 procent voor multinationals. Dat bemoeilijkt belastingontwijking via fiscale sluiproutes, doordat een halt wordt toegeroepen aan de concurrentiestrijd tussen landen om buitenlandse investeerders binnen te halen met de laagste belastingtarieven.  

 

Techreuzen

Internationale regelgeving is ook belangrijk om de invloed van Big Tech & Big Data in te perken. Elzinga: ‘Grote techbedrijven kapitaliseren data die wij als consumenten zélf produceren. Ze maken daarbij gebruik van de bestaande digitale infrastructuur, zonder er iets voor terug te geven.’ Hetzelfde geldt voor multinationals die patenten binnenslepen voor innovaties die deels elders zijn bedacht. Hun slimme medewerkers zijn immers opgeleid aan publiek gefinancierde universiteiten en putten uit de in voorgaande eeuwen opgebouwde body of knowledge van onze kennismaatschappij. We are standing on the shoulders of giants. Elzinga: ‘Data, kennis, maar ook bijvoorbeeld grondstoffen en energiebronnen als zon en wind en uiteindelijk onze hele planeet: het is van ons allemáál. Wat geeft een klein clubje bedrijven het recht om dat eigendom te claimen? Waarom zouden managers en aandeelhouders er schathemeltjerijk van mogen worden, terwijl de medewerkers en de rest van de maatschappij het met de kruimeltjes moeten doen?’

Ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken

‘Geef medewerkers zeggenschap’

De piramide moet dus op zijn kop. Dat vraagt niet om revolutie, maar wel degelijk om een radicale omwenteling, via geleidelijke, democratische weg, aldus Elzinga. De eerste voorzichtige stappen op die nieuwe weg lijken volgens hem ook al te zijn gezet. Overheden beginnen langzaamaan hun klassieke rol weer op te pakken, bedrijven nemen meer verantwoordelijkheid voor hun omgeving en worden daar ook vaker op aangesproken door consumenten, burgers en grote beleggers. Een volgende stap is het verlenen van daadwerkelijke zeggenschap aan medewerkers en de samenleving, stelt Elzinga. ‘Geef een stem aan de mensen die al die innovatieve ideeën bedenken, die het echte werk doen, die de eigenlijke rechtmatige eigenaar zijn van de producten en diensten van bedrijven: wij allemáál dus. Wie is de baas, wie beslist? Nu zijn dat managers en aandeelhouders, straks moeten we met zijn allen de baas kunnen zijn.’

 

Van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst

Elzinga voerde de afgelopen jaren namens sociale partner FNV de onderhandelingen over het pensioenakkoord. Een historisch akkoord, dat de oudedagsvoorziening in de toekomst betaalbaar moet houden, zonder het solidariteitsbeginsel los te laten. ‘In het nieuwe stelsel zie je de premie die je hebt opgebouwd directer terug in je eigen pensioenopbouw, maar we zorgen nog steeds dat mensen die pech hebben tijdens hun loopbaan óók een goed pensioen kunnen hebben en we delen als generaties de risico’s met elkaar.’ Maar de pensioendiscussie is nog lang niet klaar, denkt Elzinga. Als de rente de komende jaren zo laag blijft en beleggingsrendementen in de toekomst structureel dalen, zoals voorspeld, dan kan de belofte van een waardevast pensioen niet meer worden waargemaakt en groeit de vertrouwenskloof in de samenleving. Pensioenfondsen zouden dan een volgende stap kunnen zetten: van aandeelhoudersrendement naar maatschappelijke winst.

 

Pensioen in natura? 

Elzinga licht het toe: ‘Pensioenfondsen zouden meer moeten kijken naar de behoeften die mensen later in hun leven hebben. Hebben ze dan alleen behoefte aan een pot geld, of willen ze vooral een fijne plek om te wonen, goede zorg en levenskwaliteit? Ga dáárin als pensioenfonds rechtstreeks investeren, steek pensioengeld in nieuwe woonvormen voor senioren, goede ouderenzorg en een herstel van de sociale infrastructuur, zodat die beschikbaar zijn als mensen eraan toe zijn.’ Een soort pensioen in natura dus. En waarom alleen investeren in voorzieningen voor de oude dag? Pensioengeld kan ook vaker worden gebruikt om de huidige samenleving te verbeteren. Denk aan investeringen in de krappe huizenmarkt - die vooral jonge generaties treft - of in goed onderwijs, voor een sterk Nederland van Straks. Elzinga: ‘Pensioenfondsen hebben een groot vermogen en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid voor het Nederland van nu en van later.’ 

 

Het staken gestaakt

Tijdens de onderhandelingen over het pensioenakkoord legde FNV, samen met vakcentrales CNV en VCP, een dag lang het treinverkeer stil om druk te zetten voor een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd. Wat denkt Elzinga: wordt er in het Nederland van Straks nog gestaakt? ‘Ik vermoed van wel. Voorlopig zullen er nog belangentegenstelingen zijn tussen werkgevers en werknemers. Maar ik hoop dat het ooit niet meer nodig zal zijn om te staken: als medewerkers echte zeggenschap krijgen, kunnen ze meebeslissen en nemen de belangentegenstellingen af. Als je zelf de baas bent, hóef je niet meer te staken.’ Dus het Malieveld is in de toekomst geheel aan de opvolgers van The Stones en Coldplay, of het ultieme festivalterrein? Hij lacht: ‘Ja, dan komen we er samen om het gewoon gezellig met elkaar te hebben, leuke dingen te doen of dingen te vieren. Bijvoorbeeld dat we in Nederland zo’n mooi pensioenstelsel hebben.’      

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

“Hoe lang blijven de huizenprijzen nog stijgen?”

Gepubliceerd op: 24 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: macro-econoom en senior strateeg Charles Kalshoven, over de vooruitzichten op de Nederlandse huizenmarkt.


De prijzen van koopwoningen blijven maar stijgen. Kan dat wel goed blijven gaan? Kalshoven vermoedt van wel. In het meest waarschijnlijke (basis)scenario zal de huizenmarkt voorlopig niet onderuitgaan, denkt de econoom. De cruciale factor daarin is de rente.

“Begin jaren negentig zagen we nog percentages rond de 10 procent en gemiddeld zat de rente in dat decennium ruim boven de 6 procent. Zover zal hij nu echt niet oplopen. Bovendien verwachten we dat de stijging heel geleidelijk zal gaan, terwijl de inkomens meegroeien met de economie. Maar voorlopig houdt de ECB de rente laag, wat ook doorwerkt in de hypotheekrente. We denken dat het vijf tot tien jaar kan duren voordat de rente een nieuw, wat hoger evenwicht bereikt. Je moet dan niet denken aan de niveaus van de jaren negentig, of de ‘jaren nul’ – toen de rente gemiddeld zo’n 5 procent was. Voor de huizenbezitter is dat een gunstig scenario, want een lage rente maakt alles duurder. Aandelen, obligaties en dus ook huizen.”

Oplawaai
In een ongunstiger maar ook onwaarschijnlijker scenario steekt een nieuwe virusvariant de kop op, met bijbehorende lockdowns. De wereldeconomie krijgt dan weer een oplawaai.  
Kalshoven: “In dat scenario zien we een lage rente, maar ook een hoge werkloosheid en veel faillissementen. Banken kunnen dan op de rem gaan staan bij het verstrekken van hypotheken. In dat geval ontstaat een kopersmarkt waarin de huizenprijzen dalen. Van dit scenario zien we nu geen voortekenen. Er is geen signaal dat de huizenmarkt afkoelt.”


Een ander ongunstig scenario ontstaat vreemd genoeg als het economisch té goed gaat. Op de daarbij horende krappe arbeidsmarkt willigen werkgevers nieuwe looneisen eerder in. En dat kan leiden tot een blijvend hoge inflatie. “Centrale banken moeten in dat geval wel de rente verhogen. Lenen wordt dan duurder en daardoor kunnen de huizenprijzen onder druk komen te staan. Dat gebeurt vooral als de rente abrupt stijgt, want dan domineert het negatieve rente-effect het positieve effect van de stijgende inkomens. Maar zo’n loon-prijsspiraal is echt nog ver weg.”


Wie de Nederlandse markt voor koopwoningen wil begrijpen, kan niet om het schaarse huizenaanbod heen. “Dat aanbod is bij ons niet zo flexibel. We leven in een klein land, waarin je – ook door de strenge regels – niet zomaar even bijbouwt. Dus als de vraag stijgt, kan de huizenmarkt daar maar op één manier op reageren en dat is door prijsstijgingen. Er zijn nu weliswaar plannen om 1 miljoen huizen te bouwen voor 2030, maar ik moet het nog zien. In plannen kun je niet wonen.”


Grote zak geld
Nederlanders leggen dus steeds meer geld op tafel voor hun huizen. Over de vraag waar dat geld vandaan komt, hoeft Kalshoven niet lang na te denken. “Sinds begin jaren negentig is de rente flink gedaald en met een gemiddelde van 1,6 procent (cijfer van april – red.) nog steeds historisch laag. Kopers kunnen daardoor meer bieden op een huis, waardoor de prijzen stijgen. Voor degenen die nog geen huis hebben, is het natuurlijk wel ongunstig.”


Naast die lage rente zijn nog meer redenen waarom we met zo’n grote zak geleend geld de huizenmarkt op kunnen. “De leennormen zijn ook soepeler geworden. In de jaren tachtig kon je alleen op het inkomen van de kostwinner een hypotheek krijgen. Daarna mocht je daar ook het inkomen van de parttime werkende partner – meestal de vrouw – bij optellen. En vrouwen zijn ook meer gaan werken, waardoor tweeverdieners hogere hypotheken kunnen krijgen.


Overeind

Het zijn dus met name het blijvend schaarse aanbod en de langdurig lage rente, die de fundamenten vormen onder de Nederlandse huizenmarkt. Tenzij de economie ons onaangenaam verrast, vallen die fundamenten niet zomaar weg. De markt voor koopwoningen zal voorlopig goed overeind blijven.”

Volgende publicatie:
“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap, over de economische gevolgen van het wereldwijde tekort aan computerchips.

“Het meest simpele, directe gevolg, is dat het met fabrikanten van chipmachines goed gaat. Vanaf eind oktober is de beurskoers van ASML inmiddels met 85 procent opgelopen, terwijl de AEX over die periode ‘maar’ met 37 procent is gestegen. Maar dat blijft natuurlijk niet zo doorgaan. Voor een belegger in chipmachinefabrikanten is het goed om te weten dat de vraag naar chipmachines kenmerken heeft van de varkenscyclus. Als de vraag naar koteletten – en dus ook de prijs – hoog is, breiden varkensboeren uit. Als dat nieuwe vlees op de markt komt, is er juist weer teveel, wat de prijs drukt. Dat geldt ook voor de markt voor chipmachines. Net als bij varkensboeren duurt het even voordat er nieuw aanbod is gecreëerd. Dat brengt het risico met zich mee dat er over een paar jaar weer een overschot aan chipmachines en chips is. Een belegger in chipmachinefabrikanten moet daarom weten wanneer het mooi is geweest.” 

 

Bottleneck

Het indirecte effect van het chiptekort is veel groter, legt Knaap uit. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit tegenwoordig een chip in. Voor autofabrikanten is het tekort een bekende bottleneck, maar de héle aanleverende industrie heeft er last van. Als die niet genoeg chips krijgt, leidt dat ook tot een gebrek aan andere onderdelen. Het risico bestaat dat de Westerse economieën vastlopen door dat tekort.

Alles is duur nu, niet alleen chips maar ook olie. Als de prijzen van veel componenten en halffabricaten oplopen, ontstaat in het ergste geval een situatie die vergelijkbaar is met de olieschokken van de jaren ’70. De grote vraag die boven de markt hangt, is: leidt het tot inflatie? Dat is de angst van veel beleggers. Centrale banken voeren nu een ruim monetair beleid, onder andere door staatsobligaties en bedrijfsobligaties op te kopen. Voor beleggers is dat mooi, want het stuwt de prijzen van obligaties én aandelen op. Maar als er inflatie ontstaat, verliezen centrale banken het excuus om dat ruim monetair beleid te voeren. Ze moeten dan stoppen met het opkopen van obligaties en in dat geval werkt het mechanisme de andere kant op. De kans neemt toe dat beurzen zullen dalen, en omdat het huidige monetair beleid al sinds 2008 wordt gevoerd, kun je zelfs een flinke correctie krijgen. Voor beleggers zal dat even slikken zijn.”


Cryptovaluta
De hoofdoorzaak van het wereldwijde tekort aan chips, was de door de Corona-pandemie extreem toegenomen vraag. Daarin speelden met name het thuiswerken en de toegenomen vraag naar spelcomputers een rol. Toch is dat volgens Knaap nog niet het hele verhaal. “De vraag naar chips heeft óók een hoge vlucht genomen door de toegenomen populariteit van cryptovaluta. Om bitcoins te minen, zijn heel veel chips nodig. En ook aan de aanbodkant speelt het een en ander. In het begin van 2020 lagen veel bedrijven in Azië stil door de lockdowns. Dat merk je nog steeds in de beschikbaarheid van goederen, waaronder chips. Bovendien zijn we onszelf door Covid-19 gaan afvragen of we voor bepaalde producten wel zo afhankelijk willen zijn van buitenlandse producenten – mondkapjes, medische apparatuur, enzovoort. Het antwoord is nee. Productie zal weer meer in Europa en de VS gaan plaatsvinden, in plaats van China. Dat is goed voor onze onafhankelijkheid. Maar het betekent wel dat alles duurder wordt.”

Volgende publicatie:
“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

“Mijn vrouw zou trots op me zijn, omdat ik geniet”

Gepubliceerd op: 25 maart 2021

Hoe ga je om met werk en geld voor nu en later? Leef je bij de dag of plan je doelbewust je financiële toekomst? En regel je ‘later’ zelf, of ben je aangesloten bij een pensioenfonds?

Ruud Vorstermans geniet sinds anderhalf jaar van een riant pensioen. Maar hij zou alles willen inruilen als hij daarmee zijn vrouw kon terughalen.

 

Ruud Vorstermans (68)

Beroep: gepensioneerd, was werkzaam in de automatisering en als arbeidsdeskundige

Werkte wekelijks: fulltime

Inkomen nu: 3.200 euro netto per maand

Spaargeld: zo’n 50.000 euro

Pensioen geregeld? Ja

 

Je bent sinds 2 augustus 2019 met pensioen. Hoe bevalt dat?

“Ik heb geen seconde last gehad van een zwart gat, sterker nog: ik kom tijd tekort. Ik was er echt aan toe om niet meer van alles te moeten. Dat komt ook doordat ik naast mijn werk jarenlang mantelzorger ben geweest voor mijn vrouw, die uitgezaaide borstkanker had en daar in 2018 aan is overleden.”

 

Wat verdrietig, dat moet een groot gemis zijn.

“Ja, mijn vrouw haalde het beste in me naar boven. We waren bijna 43 jaar getrouwd; wat wij hadden heeft niemand anders. Natuurlijk mis ik haar, maar erin blijven hangen levert niets op. Vier weken na haar crematie ben ik een maand met de caravan naar Italië gegaan. Ik heb een rondrit gemaakt door Toscane, naar de plekken waar we elk jaar met z’n tweeën heen gingen. Een trip down memory lane. Dat is me uitermate goed bevallen.

Ik houd de herinnering aan haar levend. Op onze eerste trouwdag na haar overlijden ben ik in vol ornaat naar haar lievelingsrestaurant gegaan, pak aan, strikje om, en ben ik daar gaan zitten met een foto van haar tegenover me. Dat vond ik prachtig om te doen en dat doe ik nog ieder jaar.”

 

Hoe breng je je dagen door nu je niet meer werkt?

“Om te beginnen wandel en fiets ik veel. Ik heb er een dagelijkse routine van gemaakt om een kilometer of zeven te lopen. Fietsen doe ik op een elektrische fiets, omdat ik zo ook op vakantie in bergachtige omgevingen vooruitkom. En ik heb mezelf een nieuwe hobby cadeau gedaan: legpuzzels van Jan van Haasteren maken. Af en toe koop ik een tweedehands puzzel via Marktplaats of Facebook. Als de verkoper in een straal van twintig kilometer rondom mijn woonplaats Bergen op Zoom woont, ga ik op de fiets. Dan heb ik meteen een doel met mijn fietstochtje.”

En wat doe je verder zoal?

“Sudoku, kruiswoordpuzzels, ik schrijf af en toe gedichten, ik hou een blog bij, ik kook. Mijn vrouw kon uitstekend koken. Toen ze ziek werd, ben ik al haar recepten gaan maken zodat ze aanwijzingen kon geven. Ik heb alles gefotografeerd en daar een kookblog van gemaakt. Met name vlak na haar overlijden heb ik daar erg veel aan gehad. Verder zet ik me in voor de borstkankervereniging. Mijn vrouw deed dat ook, vanaf de dag dat ze borstkanker kreeg tot ze eraan overleed. Dat heeft haar een erelidmaatschap opgeleverd. Ik haal er troost uit om haar werk voort te zetten. Ik houd me met name bezig met een Facebookgroep voor vrouwen met uitgezaaide borstkanker. Omdat ik altijd de zon zie schijnen, probeer ik anderen die dat vermogen niet hebben een andere visie mee te geven. Het leven houdt niet op als je ziek bent; probeer zo veel mogelijk te genieten van wat er nog wél is.”

 

Mis je het werkende leven helemaal niet?

“Nee. Ik heb 46 jaar met heel veel plezier gewerkt, maar het is mooi geweest.”

 

Wat voor werk deed je hiervoor?

“Ik ben in 1975 begonnen bij het toenmalige GAK (gemeenschappelijk administratiekantoor, red.), mijn vader werkte op het hoofdkantoor in Amsterdam. Ik had geen idee wat ik kon doen met mijn hbs-b-opleiding en mijn vader zei: probeer het hier eens. Ik kon proefdraaien bij automatisering en daarin ben ik 25 jaar blijven hangen, om uiteindelijk in een leidinggevende functie te belanden. Maar op een gegeven moment wilde ik iets anders. Begin jaren negentig heb ik in de avonduren drie hbo-opleidingen afgerond; een juridische opleiding op het gebied van personeelszaken, commerciële economie en bedrijfskundig management. Daarna ben ik als arbeidsdeskundige aan de slag gegaan. Eerst bij het toenmalige UWV en later bij een arbodienst. Dat heb ik gedaan tot mijn pensionering.”

 

Deed je dat fulltime?

“Meer dan dat. Ik begon om zes uur ’s ochtends en ging pas na de spits naar huis. Ik maakte werkdagen van rond de twaalf uur. Maar dat is niet voor niks geweest. Al die extra uren leverden 30 procent bonus op en als je een bepaald target haalde, kreeg je nog een riante bonus. Daar kon ik onze eerste caravan van kopen.”

 

Wat was je inkomen voordat je met pensioen ging?

“Mijn salaris was 5.500 euro bruto.”

 

En wat is je inkomen nu, aan AOW en pensioen?

“Op jaarbasis ongeveer 55.000 euro bruto, in de praktijk komt dat neer op 3.200 netto per maand. Ik krijg naast AOW en mijn eigen pensioen een nabestaandenpensioen van 87 euro per maand. Mijn vrouw heeft maar een jaar of vijftien parttime gewerkt.”

 

Ben je blij met wat je krijgt?

“Ik realiseer me iedere dag dat ik een riant inkomen heb. Ik zou alle geld van de wereld willen inruilen om mijn vrouw terug te krijgen, maar dat is geen optie en ik ben hier heel blij mee. Ik kom er goed van rond. Sterker: ik kan iedere maand 1.000 euro opzij zetten. Mijn kinderen, die veel meer verdienen dan ik ooit heb gedaan, zeggen: joh, maak het lekker op, koop eens een nieuwe tv. Maar waarom, worden de programma’s dan beter? Ik geef mijn geld bewust uit. Toen ik weinig geld had kocht ik van alles en nog wat, maar nu ik geld zat heb, lijk ik wel Dagobert Duck.”

Toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven

Wat zijn je vaste lasten?

“Aan hypotheek, auto, belastingen, verzekeringen en abonnementen ben ik maandelijks rond de 1.500 euro kwijt.”

 

Waar geef je nog meer geld aan uit?

“Ik ga graag uit eten of naar het theater. Nu, in coronatijd, laat ik soms eten thuisbezorgen. Verder ga ik regelmatig op vakantie. De caravan staat alweer voor de deur om twee maanden naar de Veluwe te gaan.”

 

Hoeveel spaargeld heb je?

“Ongeveer 50.000 euro. Dat was veel meer, maar toen we wisten dat mijn vrouw niet meer beter zou worden, zijn we in de zesde versnelling gaan leven. Daarvóór deden we al heel veel, maar in plaats van naar een concert in De Kuip gingen we nu bijvoorbeeld naar concerten in Londen, Düsseldorf of Dublin. Gewoon om het nog memorabeler te maken. We hebben ook reizen gemaakt naar Amerika en Indonesië. In pakweg zes jaar tijd hebben we zo een kleine ton aan spaargeld opgemaakt. Mijn vrouw had daar weleens moeite mee, die was bang dat we niet genoeg overhielden voor het onderhoud van ons huis. Maar ik wilde er samen van genieten en herinneringen maken. Daar heb ik nog dagelijks plezier van. Ik denk dat ze trots op me zou zijn, omdat ik ondanks het gemis volop van het leven geniet.”

Volgende publicatie:
“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

“We hebben een andere definitie nodig van een goed leven”

Gepubliceerd op: 22 februari 2021

Twee economen over een andere vorm van economische groei

Economische groei begint zijn tol te eisen van mens en milieu. De natuur heeft haar grenzen bereikt en mensen komen in opstand tegen de ongelijke verdeling van rijkdom. Volgens economen Hans Stegeman van Triodos Investment Management en Charles Kalshoven van APG hebben we een drastisch andere denkwijze nodig. “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is.”

 

Hans Stegeman is Chief Investment Strategist bij impactbelegger Triodos Investment Management. Hij publiceert regelmatig over de grenzen aan het huidige economische systeem. Charles Kalshoven is macro-econoom en senior strateeg bij APG. In zijn columns bespreekt hij economische ontwikkelingen en wat die betekenen voor ons dagelijks leven.

 

Hans, als econoom publiceer je geregeld over je overtuiging dat het huidige systeem van streven naar eindeloze economische groei niet meer houdbaar is. Wat bedoel je daarmee?

“Ik ben niet tegen economische groei, maar die heeft wel grote nadelige gevolgen voor de aarde. Denk aan klimaatverandering, toenemende sociale ongelijkheid en de drastische afname van biodiversiteit. Er wordt wel gezegd dat nieuwe technologie die problemen kan oplossen, maar daarvoor heb ik nog geen overtuigend bewijs gezien. Ik hoop van harte dat technieken als CO2-afvang (het opvangen van CO2 zodra het bij verbranding vrijkomt en daarmee voorkomen dat het in de lucht komt, red.) helpen, maar ik heb mijn twijfels. Ik denk echt dat we naar een andere vorm van groei moeten. Overigens vind ik economische groei een beperkt begrip om vooruitgang te meten. Groei staat niet altijd gelijk aan geluk of welzijn.”

 

Charles: “De klassieke economische theorie ziet economische groei als de uitkomst van kapitaal en arbeid. Maar sinds de industriële revolutie is daar een belangrijke factor bijgekomen, namelijk energie. En tot dusverre is dat vooral fossiele energie. Die heeft zijn prijs, in de vorm van schade voor mens en milieu. Maar die wordt niet of onvoldoende doorberekend in de prijs van producten.”

 

Toch hebben arme landen economische groei nodig om uit de armoede te komen.

Charles: “Dat is een lastig dilemma. Als je armoede wil bestrijden, heb je economische groei nodig. En die leidt weer tot een grotere vraag naar energie. Aan de andere kant wil je het gebruik van energie beperken om klimaatverandering tegen te gaan. We moeten dus op zoek naar een ander soort groei, waarvoor minder energie nodig is en meer gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. We moeten zorgvuldiger met grondstoffen omgaan en die hergebruiken; we moeten minder spullen én mensen over de hele wereld vervoeren. Wat helpt, is dat economische ontwikkeling meestal leidt tot kleinere gezinnen en dus een lagere bevolkingsgroei. Dat is weer gunstig voor het klimaat.”

 

Hans: “De grenzen van ons ecosysteem zijn keihard. Er is maar één aarde. Daar is niet aan te tornen. We zullen een manier moeten vinden om binnen deze grenzen welvaart te creëren voor iedereen. De welvaart is enorm ongelijk verdeeld. De rijkste 10% van de wereld – en daar horen ook de meeste Nederlanders bij – kopen steeds meer spullen, zonder daar echt gelukkig van te worden. Terwijl er tegelijkertijd miljarden mensen zijn die honger lijden en amper een dak boven hun hoofd hebben. Dit moet eerlijker.”

 

Hoe krijgen we zo’n duurzame, eerlijke vorm van economische groei van de grond?

Hans: “We moeten in het westen anders gaan denken. We leven in een competitieve wereld, waarin iedereen naar de top wil racen. Met een duur horloge of merkkleding als statussymbool. Maar worden we daar echt gelukkig van? Of zijn dat toch eerder waarden als saamhorigheid, en tevreden zijn met wat je hebt? Om zo’n omslag in het denken voor elkaar te krijgen, moeten alle betrokken partijen meewerken: de overheid, bedrijven, consumenten én beleggers. Je moet op alle borden schaken. En elke partij start vanuit een ander punt. Dat is heel complex.”

 

Charles: “We hebben een andere definitie nodig van ‘een goed leven’. Nu is dat massaconsumptie. En status. Maar wat status geeft, kan veranderen. De jongere generatie vindt het allang niet ‘cool’ meer om 80 uur per week te werken, en hecht belang aan andere zaken dan veel geld verdienen. Ook de overheid heeft hier een rol in te spelen. Die moet een stip op de horizon zetten: daar willen we met ons allen heen. En dit vervolgens stimuleren met wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld door de kosten van CO2-uitstoot in de prijzen van producten op te nemen.”

    Hans Stegeman (links) en Charles Kalshoven. 

 

 

Heeft ‘corona’ iets veranderd in onze manier van denken? Heeft het een duurzame economie dichterbij gebracht?

Hans: “Je ziet dat mensen een ander gevoel krijgen voor wat waardevol is. Zo vroeg ik bijvoorbeeld of dit interview een kwartiertje eerder kon beginnen, omdat ik mijn zoontje met de slee van school wilde halen. Wat ik heb geleerd, is dat mensen worden gemotiveerd door een positieve beloning. Niet door de afschrikwekkende werking van een negatief vooruitzicht. Als we iets willen veranderen in ons economisch denken, bereiken we het meest door met positieve voorbeelden te inspireren. Vooral aangeven wat er wel kan en hoe dat kan bijdragen aan ons welzijn.”

 

Charles: “Ik zie dat corona wel invloed heeft gehad op de politiek. In Europa heeft corona echt een impuls gegeven aan groene initiatieven, zoals de Green Deal (een actieplan om de economie van de Europese Unie duurzaam te maken, red.). De houding van overheden is ook verschoven van bezuinigen en financiële discipline naar investeren in de maatschappij en het ondersteunen van getroffen mensen en ondernemingen. Het verhogen van de overheidsschuld is niet meer zo’n taboe als voorheen.”

 

Hans: “Het virus heeft ons bewuster gemaakt van onze relatie met de natuur. Ik vind wel dat de overheid een enorme kans heeft laten liggen door geen voorwaarden te verbinden aan de steun voor bedrijven, bijvoorbeeld Schiphol. Dit was een mooie gelegenheid geweest om de verduurzaming van Schiphol te versnellen. Het in stand houden van iets wat niet houdbaar is, is eigenlijk weggegooid geld.”

 

Welke rol kunnen pensioenfondsen en beleggers spelen in de verduurzaming van de economie?

Charles: “Met het geld dat we namens onze pensioenfondsen beheren, spelen we een belangrijke rol. En dat gaat verder dan producenten van slechte producten uitsluiten. Wij gaan met bedrijven in gesprek. Bijvoorbeeld over hoe ze de omslag van fossiele naar duurzame energie kunnen maken. Of juist omdat we vinden dat ze heel goed bezig zijn en we hun voorbeeld willen delen met andere bedrijven waarin we beleggen. Denk aan Arcadis, dat mede door gesprekken met ons ging rapporteren over hoe ze bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Uitdaging is wel dat er nog steeds veel te weinig informatie is over de duurzaamheid van bedrijven en projecten. Wij dringen daar dan ook bij bedrijven op aan en dragen bij aan de ontwikkeling van duurzaamheidsstandaarden, zodat zoveel mogelijk beleggers dezelfde taal spreken.”

 

Hans: “Je moet als belegger weten waar je naartoe wil. En daaraan bijdragen. Dat gaat veel verder dan een lagere CO2-voetafdruk dan de markt. De markt als geheel is een weerspiegeling van de wereld en de wereld is verre van duurzaam. Wij stellen aan het begin van ons beleggingsproces vast aan welke positieve ontwikkelingen we willen bijdragen en daar beleggen we in. Denk aan microfinanciering, zonnepanelen of online platforms waar je voedingsproducten rechtstreeks van de boer kan kopen. Zaken als kernwapens en fossiele energie horen daar niet bij.”

 

Triodos Investment Management heeft klanten die bewust kiezen voor een ‘groene’ belegger; APG bedient pensioenfondsen waarbij de deelnemers verplicht zijn aangesloten. Maakt dat verschil in de manier waarop je verantwoord beleggen kunt doorvoeren?

Hans: “Triodos is ooit begonnen met het uitsluiten van bepaalde beleggingen op ethische gronden, en dat is ontwikkeld naar een focus op positieve impact. APG heeft natuurlijk te maken met de verwachtingen van deelnemers in de pensioenfondsen waar ze voor werkt. APG krijgt een bepaald mandaat van de pensioenfondsen en daar hoort een bepaald beleid bij. Maar het kan scherper, wat mij betreft. Er moet een ondergrens zijn. Als de kern van een bedrijf niet duurzaam is en verbetergesprekken op niets uitlopen, moet je eruit. Ook zou APG concreter kunnen uitleggen welke positieve impact ze wil bereiken.”

 

Charles: “Wij geloven in de kracht van engagement (verbetergesprekken met bedrijven, red.). Als je alle fossiele-energiebedrijven verkoopt, wordt de wereld daar niet groener van. Door met ze in gesprek te gaan, kun je positieve veranderingen bewerkstelligen. Bedrijven als Shell en BP begrijpen heel goed dat we naar een andere vorm van energie toe moeten. In de energiesector is heel veel kennis én geld aanwezig. Daar moeten we gebruik van maken. Met een vermogen van ruim € 500 miljard kunnen we ook relatief grote belangen in bedrijven nemen, waardoor we invloed kunnen uitoefenen. Maar ook wij verkopen een bedrijf als engagement uiteindelijk niet werkt.”

 

Hans: “Er zijn wel fossiele bedrijven die de omslag maken naar groene energie. Denk aan het Deense Ørsted. Maar de echte verandering gaat niet van de grote oliebedrijven komen. De meeste willen toch hun olievoorraden nog zo lang mogelijk uitmelken. Verandering komt eerder van kleine bedrijven met slimme, nieuwe ideeën. Wij nemen relatief grote belangen in dit soort startups en niet-beursgenoteerde bedrijven. Zo kunnen wij vanaf het begin invloed uitoefenen.”

 

Gaat beleggen in duurzame economie ten koste van de rendementen die je kan behalen?

Hans: “Op de langere termijn niet. Natuurlijk, in een jaar waarin de olieprijs stijgt, profiteren wij daar niet van. Maar over de langere termijn hebben we daar geen last van. Daar komt bij dat duurzaamheidsinformatie extra inzicht geeft in een bedrijf. Het is een hardnekkige mythe dat duurzaamheid ten koste van het rendement gaat. Er zijn talloze onderzoeken die aangeven dat het niet zo is.”

 

Charles: “Eens. Je pakt met verantwoord beleggen niet alleen financiële, maar ook een ander soort risico’s aan. Denk aan het risico dat je vastgoedpanden overstromen door klimaatverandering. Als je precies weet waar dit speelt en voorbereidende maatregelen treft, breng je juist het risico van je beleggingen omlaag. Niet duurzaam beleggen is pas een risico.”

Volgende publicatie:
‘Het gaat beter dan gedacht’

‘Het gaat beter dan gedacht’

Gepubliceerd op: 12 januari 2021

Chief economist Thijs Knaap bij BNR over beurssentiment en rentestijging

 

De tweede coronagolf is een feit is en Nederland moet nog drie weken langer op slot, maar op de beurzen is er geen zuchtje tegenwind te bespeuren. Sterker nog: analisten zijn in hun voorspellingen over winsten ‘buitengewoon positief’. Dat vertelt APG’s Thijs Knaap in het programma Zakendoen op BNR Nieuwsradio. “De cijfers van bedrijven die we volgen waren het afgelopen kwartaal niet zo slecht als men eerder dacht. En de verwachting is dat dit herstel doorzet.”

 

Knaap, chief economist bij APG, schuift geregeld aan bij het beleggerspanel van Zakendoen. In de uitzending van vandaag bespreekt hij ook de licht stijgende rente. En wat het presidentschap van Biden daarmee te maken heeft. “De Amerikaanse rente loopt op. En dat doet ‘ie sinds de resultaten van de senaatverkiezingen in Georgia bekend zijn”, vertelt hij in gesprek met presentator Thomas van Zijl en panellid Martine Hafkamp. “Daarmee kan Biden straks zijn beleid uitvoeren zonder dat hij in de wielen wordt gereden door het congres. En dat betekent dat er vanuit de VS veel meer stimulans gaat komen en dat er veel meer geleend moet worden. De Europese rente pikt daar iets van mee. Het nieuws van die stimulans is best goed voor aandelen. Het betekent dat we de kans op recessie iets lager kunnen inschatten.”

 

Andere kijk op de economie

Een recessie die zich volgens veel economen in het eerste kwartaal van 2021 zomaar eens kan laten zien. Vanwaar dat optimisme bij de analisten? Knaap: “Ik kijk naar het algemene beeld en volg analisten die voor banken groepen bedrijven volgen. Die geven een voorspelling af: wat gaan die bedrijven verdienen en hoeveel winst wordt er gemaakt? Vervolgens gaan analisten die voorspellingen herzien. En als ze goed nieuws krijgen, wordt het iets meer, bij slecht nieuws iets minder. Wat je de laatste maanden ziet, is dat de herzieningen buitengewoon positief zijn. Die zijn in de geschiedenis nog niet zo positief geweest als nu. Dat betekent niet dat er winstgroei is, maar dat de eerste voorspellingen héél slecht waren en de nieuwe stukken beter. Dat is nog steeds niet goed. Maar het geeft wel aan dat we een draai gemaakt hebben in hoe de naar de economie kijken.”

 

Beluister de hele uitzending op BNR Nieuwsradio.

Volgende publicatie:
APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

APG zet in op ‘eerlijke transitie’ in de auto-industrie

Gepubliceerd op: 16 november 2020

Sector voor eerste keer onder de loep van Corporate Human Rights Benchmark

 

De auto-industrie staat voor de overgang naar een CO2-arm bedrijfsmodel, maar de gevolgen voor werknemers en lokale gemeenschappen worden vaak over het hoofd gezien. Dat staat in de vandaag gepubliceerde Corporate Human Rights Benchmark (CHRB), waarvan APG medeoprichter is. Namens onze fondsklanten pleiten we bij autofabrikanten voor een ‘eerlijke transitie’; investeer in de weerbaarheid van werknemers en voorkom mensenrechtenrisico’s in de toeleveringsketen.

 

 

Volgens het rapport kunnen de meeste autofabrikanten nog onvoldoende laten zien dat ze eisen stellen aan leveranciers of met hen samenwerken om aantasting van mensenrechten te voorkomen. Dit is vooral van belang omdat de toeleveringsketen van de autosector kwetsbaar is voor mensenrechtenschendingen. Het is de eerste keer dat deze sector door de CHRB wordt beoordeeld.     

Meer bewustzijn  

Anna Pot, Hoofd verantwoord beleggen Amerika bij APG Asset Management, juicht de toevoeging van nieuwe bedrijven en sectoren aan de CHRB toe. “De resultaten laten zien dat de auto-industrie nog onvoldoende aandacht heeft voor mensenrechten. Maar de ervaring leert dat publicatie van de benchmark tot meer bewustzijn bij bedrijven en een verbetering van de mensenrechtenprestaties kan leiden. Zo is de gemiddelde score van ICT-bedrijven aanzienlijk verbeterd sinds de sector vorig jaar voor het eerst werd beoordeeld.”

Hoewel de auto-industrie nieuw is toegevoegd aan de CHRB, is de sector niet ‘nieuw’ voor APG als het gaat om de dialoog met bedrijven over mensenrechten. Pot: “Namens onze klanten hebben we tot eind 2019 samen met dertien grote autofabrikanten gewerkt aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het tegengaan van kinderarbeid bij de winning van kobalt. Dit is een onmisbare grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. En er is vooruitgang geboekt. Zo heeft Renault controles ingevoerd bij de kobaltsmelters waarmee het samenwerkt en heeft Daimler een programma opgezet om lokale gemeenschappen te ondersteunen.”

Inzicht in mensenrechtenprestaties

APG was, namens zijn pensioenfondsklanten, in 2017 medeoprichter van de CHRB en is nauw betrokken bij de ontwikkeling van de benchmark. “We doen dit omdat we, als maatschappelijk betrokken langetermijnbelegger, graag zien dat de mensenrechtenprestaties van bedrijven verbeteren”, legt Pot uit. “Ook biedt de CHRB waardevolle informatie over een toenemend aantal bedrijven die we meenemen in beleggingsbeslissingen en in gesprekken met bedrijven waarin we belegd zijn.”

De CHRB vergelijkt de mensenrechtenprestaties van bedrijven in kleding, grondstoffen, landbouw, ICT en de auto-industrie. Dit gebeurt aan de hand van 100 indicatoren die zijn gebaseerd op de Guiding Principles van de Verenigde Naties (UNGP). Met behulp van openbaar beschikbare gegevens wordt gekeken wat bedrijven doen op het gebied van onder andere arbeidsomstandigheden en -veiligheid, en of zij hun werknemers een leefbaar loon betalen.

Eerlijke transitie

De CO2-intensieve auto-industrie staat voor de opgave over te schakelen op een klimaatneutraal bedrijfsmodel en tegelijkertijd de uitgangspunten van een ‘just transition’ (eerlijke transitie) te respecteren. Pot: “Daarom voeren we gesprekken met autofabrikanten over de gevolgen voor hun personeel en lokale gemeenschappen. Door automatisering, digitalisering en de transformatie van de sector kunnen duizenden banen verloren gaan. We willen dat fabrikanten hun werknemers trainings- en ontwikkelingsmogelijkheden aanbieden en zo meenemen in deze transitie.”

De andere beoordeelde sectoren laten een verbetering van hun scores zien, vooral als het gaat om publieke commitments aan mensenrechten en klachtenregelingen. Minder vooruitgang boekten bedrijven op het gebied van due dilligence; de manier waarop een bedrijf mensenrechtenrisico’s vaststelt, beoordeelt en beperkt. Pot: “Steeds meer bedrijven hebben de basis op orde als het om mensenrechten gaat, maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering.”  

Volgende publicatie:
Wat de Amerikaanse verkiezingen betekenen voor ons pensioen

Trump of Biden?

Gepubliceerd op: 2 november 2020

Wat de Amerikaanse verkiezingen (kunnen) betekenen voor ons pensioen

 

Als een steen in een vijver hebben gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld invloed op onze economie. Dat geldt vooral voor ontwikkelingen in de VS, nog altijd het machtigste land op aarde. Bepaalt de volgende president ook de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen?

 

De wereldeconomie is een samenhangend geheel waarin veranderingen in het ene land grote invloed kunnen hebben op een ander land. De mondiale beurzen reageren vaak op gebeurtenissen in de VS en uitspraken van Amerikaanse politici. ‘Het is vanuit een heleboel economische perspectieven een superbelangrijk land’, zei Rabobank-hoofdeconoom Menno Middeldorp onlangs op BNR Nieuwsradio. ‘Amerika is één van de grootste economieën ter wereld. Daarnaast hebben wij onze beleggingen en onze pensioenfondsen meer in Amerika zitten dan in welk ander land dan ook.’ 

 

Ogen en oren

Als er iets verandert in de VS - bijvoorbeeld door verkiezingen - dan kun je dat als belegger merken, bevestigt Thijs Knaap, Senior Investment Strategist APG Asset Management. ‘Zelfs als je geen dollar in de VS geïnvesteerd hebt. Al koop je een puur Nederlands bedrijf, zoals Philips of Aegon, dan heb je nog te maken met het feit dat deze bedrijven over de hele wereld actief zijn, waaronder - voor een substantieel deel - in de VS.’

Als wereldwijde belegger is APG uiteraard wel actief in de VS. Rajiv Mallick, Head of Risk Management, US, vertelt dat APG-US $108.3 miljard managet (september 2020) voor APG en zijn Nederlandse klanten. Vanuit New York zegt hij: ‘Onze pensioenfondsen en hun deelnemers hebben voordeel van een uitgebreide lokale investeringsexpertise.’ Hij omschrijft het kantoor als de ‘ogen en oren’ van APG in de VS.

 

Schokken en trends

De Nederlandse financiële belangen in de VS zijn dus omvangrijk. Een link leggen tussen de verkiezingsuitslag en de gevolgen voor onze economie - en daarmee onze pensioenen – is echter niet zo makkelijk, aldus Knaap. ‘Tussen de verkiezingen en de Nederlandse gepensioneerden zit er nogal wat ruis op de lijn. Hoewel het soms lijkt of politici de economie aan een touwtje hebben, is hun invloed daarop eigenlijk maar beperkt. Veel hangt af van economische schokken en trends.’

Toch hebben presidentiële verkiezingen wel degelijk invloed. Knaap herinnert zich dat de (onverwachte) overwinning van Donald Trump in 2016 tot een stijging in de Amerikaanse rente leidde. Beleggers verwachtten dat de regering meer zou gaan lenen en dat dat tot inflatie zou leiden. Het eerste gebeurde, het tweede niet. Vanwege die verwachting stond de Amerikaanse 10-jaarsrente eind 2016 meer dan een half procentpunt hoger dan vlak voor de verkiezingen. ‘Omdat rentes wereldwijd op elkaar reageren, steeg hierdoor ook de dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen. Veel fondsen konden zo een korting voorkomen.’


Gezonde groei

Gezien de belangen, volgen beleggers de Amerikaanse verkiezingen op de voet. Ook Mallick. ‘We letten scherp op de potentiële beleidswijzigingen in meerdere sectoren, waaronder zorg, energie, finance, onderwijs en belasting.’ Want de ene president is tenslotte de andere niet. Een voorbeeld: toen Trump de vorige verkiezingen won, heropende hij de kolenmijnen die voorganger Barack Obama juist had gesloten om milieuredenen. De zware industrie profiteerde. Joe Biden zou dat als Democraat zomaar weer kunnen terugdraaien.

Waar Knaap met name op let is de invloed van Amerika op de wereldwijde groei, en op de internationale verhoudingen. ‘Trump heeft de regulering van bedrijven teruggebracht en de belastingen verlaagd. Dat is, in ieder geval op de korte termijn, goed voor groei en voor de winsten die uiteindelijk met beleggers worden gedeeld. Op de langere termijn kun je je afvragen of vooral de regels rondom het milieu niet ook nodig zijn voor een gezonde groei.’

 

America first

Als Trump mag blijven, is de kans groot dat hij vanuit zijn ‘America first’-beleid de protectionistische maatregelen verder doorvoert. Dit kan gevolgen hebben voor de omzet en aandelen van Nederlandse ondernemingen, want die krijgen dan moeilijker toegang tot de grote Amerikaanse markt. Ook de wereldhandel zal er last van hebben. De beurzen reageren vrijwel altijd negatief op zulke belemmeringen.

Knaap ziet dat Amerika onder Trump de afgelopen jaren een veel kleinere rol heeft gespeeld in veel internationale verbanden, terwijl de spanningen met China zijn opgelopen. Dat maakt instituties als de WTO (Wereldhandelsorganisatie) vleugellam. ‘Voor de komende verkiezingen lijkt het een keuze tussen een voortzetting van dit beleid en een – gedeeltelijke - terugkeer naar de oude situatie.’

 

Blauwe golf

Meer rekening wordt echter gehouden met een ‘blue wave’: winst voor Biden én een meerderheid voor de Democraten, de ‘blauwen’, in het Congres. Investment Manager Simon Wiersma voorspelt op de ING-site dat de Democratische steun- en stimuleringspakketten kunnen leiden ‘tot een brede beurstrend van beleggers die willen anticiperen op economisch herstel’.

Wie er ook wint, de financiële markten worden hoe dan ook beïnvloed door de verkiezingen. Onderzoek van de U.S. Bank over de afgelopen 90 jaar laat zien dat de beurs gemiddeld met 6,5 procent stijgt in het jaar nadat een president wordt herkozen, terwijl de groei bij een nieuwe president maar 5 procent is. Maar de bank concludeert ook dat aandelen het op de langere termijn veel beter doen onder een Democratische president dan onder een Republikeinse.

 

2 Scenario’s

Tot slot vragen we strateeg Thijs Knaap om 2 scenario’s uit te tekenen: wat zijn de financiële vooruitzichten onder 4 jaar Democraten en onder 4 jaar Republikeinen?

 

Biden

‘Het lijkt erop dat de Democraten weer meer de internationale samenwerking zoeken. De ongelijkheid, die onder Trump verder is opgelopen – al is die trend al veel langer aan de gang - kan mogelijk worden gekeerd door Bidens plannen voor onder meer een hoger minimumloon. Beleggers lijken te denken dat hij daarmee de bestedingen in de VS wat kan aanzwengelen, en dus ook de groei. Omdat het rendement op beleggingen uiteindelijk altijd uit economische groei moet komen, zou dat goed kunnen zijn voor onze deelnemers.’

 

Trump

‘De Republikeinen lijken van plan een ander model op te bouwen dan dat waarmee we de eeuw ingingen. Dat model is meer bilateraal (Amerika handelt met landen, niet als onderdeel van coalities) en transactioneel (‘voor wat hoort wat’), dus niet op basis van regels. Een consequentie van dat model, in ieder geval onder Trump, is onvoorspelbaarheid van het beleid. Daar zijn beleggers over het algemeen niet erg van gecharmeerd, omdat het investeringen ontmoedigt.’

Volgende publicatie:
Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Deze drie topvrouwen zien een ‘cut the crap-mentaliteit’ ontstaan

Gepubliceerd op: 12 juni 2020

Hoe gaan drie topvrouwen van het Nederlandse bedrijfsleven om met de zakelijke en persoonlijke uitdagingen die de wereldwijde coronacrisis voor henzelf en de organisatie meebrengt?

 

De crisis zorgt voor grote onzekerheid, maar werpt ook nieuw licht op risicomanagement en de kracht van purpose, concluderen Tanja Cuppen, Bianca Tetteroo en Annette Mosman, lid raad van bestuur bij APG. ‘Ons verandervermogen is veel groter dan we dachten.’

 

Lees het volledige artikel hier.

 

Fotografie: ABN AMRO / Maartje Geels / APG

Volgende publicatie:
APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

APG, NPS en Swiss Life nemen de Portugese tolwegexploitant Brisa over

Gepubliceerd op: 28 april 2020

APG, National Pension Service of Korea (NPS) en Swiss Life Asset Managers hebben een overeenkomst gesloten om een meerderheidsbelang van 81,1% te verwerven in Brisa, een toonaangevend Europees tolwegplatform. De verkopende partij waardeert het bedrijf op meer dan € 3 miljard.

 

Brisa heeft in Portugal in totaal 21 snelwegen onder beheer met een totale lengte van meer dan 1.500 km. Het netwerk omvat cruciale onderdelen van het Portugese wegennet, met jaarlijks meer dan 7,5 miljoen gebruikers.

 

Jan-Willem Ruisbroek, Hoofd Global Infrastructure Investment Strategy bij APG: “Deze investering in Brisa, namens onze pensioenfondsklant ABP, past in onze strategie om wereldwijd stabiele lange termijn rendementen te realiseren met hoogwaardige beleggingen in infrastructuur. Brisa heeft een gediversifieerd wegennet van hoge kwaliteit en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling van Portugal. We kijken er naar uit om samen met José de Mello en onze consortiumpartners hoogwaardige service aan weggebruikers te leveren en te blijven innoveren in het weg- en mobiliteitsservicesegment. ”

APG doet deze investering namens pensioenfondsklanten ABP en APG PPF.

Afronding van de transactie is onder voorbehoud van goedkeuring door de relevante toezichthouders. Deze wordt in het derde kwartaal van dit jaar verwacht.

 

Lees hier het persbericht

Volgende publicatie:
Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Bijdrage APG aan Netspar-onderzoek over wonen, zorg en pensioen

Gepubliceerd op: 1 februari 2016

Het thema wonen, zorg en pensioen staat hoog op de agenda van de SER en verschillende ministeries. Het is ook onderwerp binnen de brede maatschappelijke pensioendialoog. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netspar-projectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen.

 

Routekaart integrale benadering

Het kabinet is daarbij voorstander van een combinatie van meer maatwerk en keuzemogelijkheden, om beter aan te sluiten op de kenmerken en voorkeuren van deelnemers. Vanuit het uitgangspunt financiële planning van het individuele huishouden deed de Netsparprojectgroep 'Wonen, Zorg en Pensioen’ onderzoek naar betere afstemming van de drie domeinen. Daarover verscheen begin februari 2016 'De routekaart naar een meer integrale benadering van wonen, zorg en pensioen'.

 

Grote impact

De verbinding tussen wonen, zorg en pensioen kan, door de grote impact die het heeft op de financiële levensplanning, voor veel mensen relevant zijn, of ze nu pensioen opbouwen, een eigen woning hebben of behoefte hebben aan extra (ouderen)zorg. Wonen neemt in de verbinding met pensioen een andere plek in dan zorg. Wonen kent net als pensioen een rol bij vermogensvorming/sparen, terwijl zorg meer een verzekeringskarakter heeft. Niettemin zijn er relevante verbindingen tussen zorg met pensioen en wonen, denk aan langer thuis wonen door ouderen of de inzet van een eenmalige pensioenuitkering voor een specifieke niet-verzekerde zorgbehoefte. Het rapport beschrijft de trends, de knelpunten en oplossingsrichtingen.