Beursgenoteerd

Beursgenoteerd

APG belegt op verschillende manieren. Van private beleggingen tot grote beursgenoteerde ondernemingen. Daar zit natuurlijk een gedachte achter: ons beleid. Want waarin beleggen we wel en waarin niet? Aan welke eisen moeten bedrijven voldoen? En pakt dat altijd goed uit? Die verhalen en achtergronden vind je hier.

Thema
Lange termijn beleggen
Collectie inhoud
6 Publicaties

“Het besef dringt door dat gas niet oneindig beschikbaar is”

Gepubliceerd op: 30 november 2022

524 Miljard euro. Dat is het totaal belegd vermogen van APG wereldwijd (stand oktober 2022). Doel: een goed en duurzaam rendement voor de deelnemers van de fondsen. De portefeuille is vanzelfsprekend breed. Van investeringen in windmolenparken in Zeeland tot aandelen in internationale hotelketens. En van veilige obligaties tot de wat meer fluctuerende handel in goud of soja. Wie zijn de mensen achter die beleggingen? Wat drijft ze? Welke keuzes maken ze? En waarom?


In deze aflevering: Martijn Olthof, Manager DMEF (Developed Markets Equities Fundamental) Industry & Energy.

 

Beursgenoteerde investeringen in nutsbedrijven, hernieuwbare energie, olie en gas. Daarop richt Olthof zich, waarbij zijn belangstelling als aandelenbelegger nu vooral uitgaat naar nutsbedrijven. Dat waren lang enigszins saaie, voorspelbare aandelen. Nu ze een belangrijke rol gaan spelen in de energietransitie, is dat veranderd. Voor de langere termijn is die transitie dan ook een belangrijk thema in het werk van Olthof en als het gaat om de vraag hoe die zal uitpakken, kun je niet om de Europese energiecrisis heen.

 

Is de energiecrisis een blessing in disguise voor de energietransitie?


Olthof: “De energiecrisis kan positief uitwerken voor de energietransitie, omdat we nog meer met de neus op de feiten zijn gedrukt wat betreft onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit landen als Rusland. Maar de hoge energieprijzen kunnen ook vertragend werken op de verduurzaming van onze energievoorziening, omdat er minder geld overblijft om investeringen te doen in die verduurzaming. 


Hoe komt Europa van die afhankelijkheid van Russisch gas af?


“We kunnen sowieso niet zomaar al het gas uit Rusland vervangen door hernieuwbare energie. Om de energiecrisis in Europa het hoofd te bieden, is het niet genoeg om alleen maar meer duurzame energie op te wekken. We moeten ook ervoor zorgen dat de vraag naar energie daalt,   bijvoorbeeld door isolatie en meer bewust gebruik. Maar zelfs dan ontkomen we er niet aan om op zoek te gaan naar alternatieve fossiele energiebronnen. En dan kom je wel in een spanningsveld terecht. De één is tegen gas uit Qatar vanuit het oogpunt van mensenrechten, de ander wil geen schaliegas uit de VS vanwege de milieu-impact. Ook wil niet iedereen dat er naar gas geboord wordt op de Noordzee. Maar je moet de energie uiteindelijk wel érgens vandaan halen.”


Niemand weet wanneer de oorlog voorbij is, hoe de machtsverhoudingen dan liggen en wat dat betekent voor de Russische gasleveringen. Hoe ga je als belegger om met al die onzekerheid?


“Een van mijn belangrijkste beleggingsprincipes is dat je alleen een grote beleggingspositie inneemt als je overtuigd bent van iets dat nog niet door de markt is ingeprijsd. Wat betreft geopolitiek heb ik vaak geen betere inzichten dan de markt. Het is best lastig om geopolitieke ontwikkelingen in te schatten en als belegger een overtuiging te hebben dat iets een bepaalde kant opgaat. Ook geopolitiek experts waarmee je spreekt, zien niet alles aankomen. Dus kies ik er vaak voor om de beleggingsportfolio zodanig in te richten dat onze beleggingen niet harder worden geraakt dan de benchmark, als een bepaalde geopolitieke ontwikkeling niet plaatsvindt of juist wel. Je kunt je dan beter richten op de zaken waarmee je de markt wel denkt te kunnen verslaan.”


Kun je een voorbeeld noemen waarbij je zo’n overtuiging wel had?


“Een paar jaar geleden ontstond in Guyana veel politieke turbulentie. Het oliebedrijf Hess boort daar naar olie en er werd aangenomen dat die turbulentie mogelijk kon leiden tot het intrekken van de boorlicentie van Hess, of tot hogere belastingen. De koers van het aandeel daalde toen enorm. Gesprekken met mensen van de Amerikaanse ambassade in Guyana hebben ons toen een beter beeld van de politieke verhoudingen en -situatie in het land gegeven, waarna we de conclusie trokken dat Hess zijn activiteiten waarschijnlijk kon voortzetten. Die koerscorrectie was dus een overreactie van de markt en we hebben dan ook aandelen bijgekocht. Later bleek het politiek gezien inderdaad met een sisser af te lopen, wat goed heeft gewerkt in onze beleggingsportfolio.”


Je had het ook bij het verkeerde eind kunnen hebben, de markt heeft immers meestal gelijk. Twijfel je op zo’n moment niet aan je beslissing?


“Om dit werk te doen, moet je bescheiden zijn in de zin dat je niet te snel moet denken dat je de markt kunt verslaan. Beursgenoteerde markten kunnen genadeloos zijn, je weet nooit alles. Het is dus belangrijk dat je een enorme nieuwsgierigheid hebt, naar hoe iets in technische zin werkt maar ook naar hoe marktsentiment tot stand komt. In dit geval waren we er behoorlijk van overtuigd dat de marktreactie overtrokken was. Je moet dan wel een bepaalde mate van stressbestendigheid hebben. Het is belangrijk dat je de druk voelt, maar je moet weten wanneer je moet ingrijpen en wanneer niet.”


Waarom zoek je beleggingen nu vooral in de nutssector en bijvoorbeeld niet in olieproducerende bedrijven?


“De pensioenfondsen waarvoor APG werkt schroeven hun beleggingen in fossiele energie zoals olie en gas steeds verder terug. En de nutssector is interessant omdat deze bedrijven net als de olie- en gassector een belangrijke rol in de energietransitie hebben. Niet alleen door de bouw van windmolens en zonneparken, maar ook vanwege de enorme investeringen die nodig zijn in het elektriciteitsnetwerk – zodat het netwerk het toenemende aanbod van wind- en zonne-energie aankan. Maar ook de vraag aan kan, die de komende jaren verder zal stijgen – alleen al door toenemend gebruik van elektrische auto’s en warmtepompen. De shift die nutsbedrijven moeten maken voor de energietransitie, maakt de sector niet alleen in Europa interessant voor beleggers, dat geldt ook voor de VS.”


In Nederland vragen consumenten zich af waarom de variabele prijs voor stroom of gas zo sterk verschilt per leverancier. Hoe is dat te verklaren?


“Sommige van die bedrijven zijn pure handelaren, die al hun energie op de beurs inkopen en vervolgens doorverkopen. Dat doen ze op de korte termijn. Dus zodra de looptijd van een vast contract voorbij is, kunnen ze niet anders dan de prijsstijgingen volledig doorberekenen aan de klant. Maar als energiebedrijven zelf kerncentrales of waterkrachtcentrales hebben, stijgen de kosten daarvan nauwelijks. Die bedrijven mogen die hoge marktprijzen niet zomaar doorberekenen aan de eindgebruiker, waardoor de tarieven voor hun klanten relatief minder sterk stijgen.


Maar er zijn nog meer factoren die een rol spelen. Een energiebedrijf dat bijvoorbeeld veel contracten had met het Russische Gazprom en energie aan consumenten levert tegen een vaste prijs, gaat failliet op het moment dat de gasleveringen uit Rusland volledig wegvallen – als de overheid niet te hulp schiet, tenminste. Andere energieleveranciers kochten gas weliswaar ook bij Gazprom in, maar hadden klantcontracten waar in staat dat ze marktprijzen in rekening brengen. Dus toen de gaslevering door Rusland stopte, moesten ze gas tegen een hogere prijs op de markt inkopen, maar konden ze die kosten meteen doorberekenen aan de eindgebruiker.”


Stel, de oorlog in Oekraïne is morgen voorbij. Wat betekent dat dan voor de energieprijzen?


“De energieprijzen liepen natuurlijk al op bij het herstel van de economie na de coronapandemie. Ze waren hoog, maar wel nog binnen bepaalde bandbreedtes. Door de oorlog zijn ze echt geëxplodeerd. Als de oorlog in Oekraïne morgen voorbij zou zijn, bewegen de prijzen zich waarschijnlijk naar een niveau dat niet zo laag ligt als tijdens de pandemie, maar wel fors lager dan nu.”


En als we verder de toekomst in kijken?


“Het besef dringt door dat gas niet oneindig beschikbaar is, zoals In de jaren vóór COVID.Toen was er echt een overschot aan goedkoop aardgas op de wereldmarkt. Dat kwam door het vele gas dat bij olieproductie in de VS als bijproduct vrijkomt, maar ook door het gas dat daar via fracking gewonnen wordt. Zo’n overschot wordt – denk ik – op de langere termijn niet meer verwacht, dus ik verwacht ook niet dat we nog teruggaan naar die extreem lage prijzen. Maar nóg verder vooruit blikkend: uiteindelijk moeten we toch van fossiele brandstoffen af. Op een gegeven moment moet de vraag gaan afnemen richting nul, waardoor de prijzen van fossiele brandstoffen extreem laag en uiteindelijk irrelevant worden. Maar als ik naar de huidige fossiele energieconsumptie en uitstoot kijk, zie ik het voorlopig niet die kant op gaan.”


Een wereld waarin fossiele energie volledig is vervangen door duurzame energievormen: hoe ziet de weg daar naartoe uit?


“De eerste stap is de vergroening van de stroomopwekking en die is al in volle gang. In het ene land is stroom uit zon en wind natuurlijk makkelijker op te wekken dan in het andere. Maar op sommige plekken is duurzaam opgewekte stroom de rol van fossiele stroom al aan het overnemen. Een land als Noorwegen draait al tientallen jaren volledig op stroom uit waterkrachtcentrales. Niettemin is de vergroening van onze stroomopwekking een enorme klus, waarvoor niet alleen de nodige mankracht en materialen nodig zijn, maar ook vergunningen. Als je een hoogspanningsmast wil bouwen, ben je zo 6-8 jaar verder voordat je aan de slag mag. De uitdaging is bovendien dat we veel méér elektriciteit nodig hebben voor de volgende stap: de elektrificatie van andere onderdelen van de economie, zoals vervoer, zware industrie en luchtvaart. Daarvoor zijn nú de research en voorbereidingen nodig, maar het grootste deel van die transitie zelf moet in de jaren ‘30-40 plaatsvinden.”


Welke bijdrage kunnen beleggers leveren aan de energietransitie?


“Om investeringen rendabel te laten zijn, ook in hernieuwbare energie, moeten de juiste voorwaarden aanwezig zijn. Die creëer je in een wisselwerking tussen overheid en bedrijfsleven, waarbij je als belegger of bedrijfsleven niet achterover kunt leunen. Maar uiteindelijk heb je wel een overheid nodig die voor die voorwaarden zorgt, door fossiele energie duurder te maken en groene energie goedkoper. Het is nog steeds heel lastig om op grote schaal te investeren in de verduurzaming van zware industrie en vervoer, omdat die voorwaarden er nog niet zijn.

Wat ook zou helpen, is een veel hogere co2-prijs. Als die een paar honderd euro per ton uitstoot zou zijn en over de hele wereld geldt, is het voor een bedrijf als Tata Steel een stuk makkelijker om bijvoorbeeld te zeggen: we schakelen over op waterstof.”


Wat maakt de energiesector voor jou zo interessant?


“Het was totaal niet gepland dat de energiesector mijn specialisme zou worden, maar in mijn eerste baan als corporate finance consultant bij McKinsey werd ik gekoppeld aan iemand die er al wat langer zat en nutsbedrijven als focussector had. Hij vond dat maar een vervelende sector en was eigenlijk blij dat hij die naar een junior kon doorschuiven. Vanaf toen heb ik me op deze bedrijven gericht en ik vond het superinteressant. Het is politiek, het is financieel, het is technisch. Later ben ik me daarnaast op de olie- en gassector gaan richten. In 2004-2005 speelde klimaatverandering nog helemaal niet zo’n belangrijke rol voor nutsbedrijven en fossiele energiebedrijven. Dat is er later bijgekomen, wat deze sectoren alleen maar boeiender heeft gemaakt – ook in mijn werk bij APG. Het zijn nu interessante tijden voor de energiesector. Nu zie je hoe bepaalde bedrijven kraken of juist floreren.”

Volgende publicatie:
'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

'Wereldeconomie werkt in ploegendienst'

Gepubliceerd op: 28 juli 2021

Beleggingsspecialisten APG over trends en ontwikkelingen op de financiële markten

 

In de VS groeit de economie het snelst, China is over de piek heen en Europa zit nog in de heropeningsfase. De wereldeconomie groeit op verschillende snelheden. Wat doet én deed dat met beleggingen? En wat zegt het over het wereldwijde investeringsklimaat? Ieder kwartaal buigen economen en beleggers van APG zich over trends en ontwikkelingen op de financiële markten. In de Asset Management View delen ze hun visie.

 

Lees hier de laatste editie van AM View

Volgende publicatie:
“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

“Leidt het tekort aan computerchips tot inflatie?”

Gepubliceerd op: 17 juni 2021

Actuele kwesties op het gebied van economie, (duurzaam) beleggen, pensioen en inkomen: iedere week geeft een expert van APG een helder antwoord op de vraag van de week. Deze keer: chief economist Thijs Knaap, over de economische gevolgen van het wereldwijde tekort aan computerchips.

“Het meest simpele, directe gevolg, is dat het met fabrikanten van chipmachines goed gaat. Vanaf eind oktober is de beurskoers van ASML inmiddels met 85 procent opgelopen, terwijl de AEX over die periode ‘maar’ met 37 procent is gestegen. Maar dat blijft natuurlijk niet zo doorgaan. Voor een belegger in chipmachinefabrikanten is het goed om te weten dat de vraag naar chipmachines kenmerken heeft van de varkenscyclus. Als de vraag naar koteletten – en dus ook de prijs – hoog is, breiden varkensboeren uit. Als dat nieuwe vlees op de markt komt, is er juist weer teveel, wat de prijs drukt. Dat geldt ook voor de markt voor chipmachines. Net als bij varkensboeren duurt het even voordat er nieuw aanbod is gecreëerd. Dat brengt het risico met zich mee dat er over een paar jaar weer een overschot aan chipmachines en chips is. Een belegger in chipmachinefabrikanten moet daarom weten wanneer het mooi is geweest.” 

 

Bottleneck

Het indirecte effect van het chiptekort is veel groter, legt Knaap uit. “Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit tegenwoordig een chip in. Voor autofabrikanten is het tekort een bekende bottleneck, maar de héle aanleverende industrie heeft er last van. Als die niet genoeg chips krijgt, leidt dat ook tot een gebrek aan andere onderdelen. Het risico bestaat dat de Westerse economieën vastlopen door dat tekort.

Alles is duur nu, niet alleen chips maar ook olie. Als de prijzen van veel componenten en halffabricaten oplopen, ontstaat in het ergste geval een situatie die vergelijkbaar is met de olieschokken van de jaren ’70. De grote vraag die boven de markt hangt, is: leidt het tot inflatie? Dat is de angst van veel beleggers. Centrale banken voeren nu een ruim monetair beleid, onder andere door staatsobligaties en bedrijfsobligaties op te kopen. Voor beleggers is dat mooi, want het stuwt de prijzen van obligaties én aandelen op. Maar als er inflatie ontstaat, verliezen centrale banken het excuus om dat ruim monetair beleid te voeren. Ze moeten dan stoppen met het opkopen van obligaties en in dat geval werkt het mechanisme de andere kant op. De kans neemt toe dat beurzen zullen dalen, en omdat het huidige monetair beleid al sinds 2008 wordt gevoerd, kun je zelfs een flinke correctie krijgen. Voor beleggers zal dat even slikken zijn.”


Cryptovaluta
De hoofdoorzaak van het wereldwijde tekort aan chips, was de door de Corona-pandemie extreem toegenomen vraag. Daarin speelden met name het thuiswerken en de toegenomen vraag naar spelcomputers een rol. Toch is dat volgens Knaap nog niet het hele verhaal. “De vraag naar chips heeft óók een hoge vlucht genomen door de toegenomen populariteit van cryptovaluta. Om bitcoins te minen, zijn heel veel chips nodig. En ook aan de aanbodkant speelt het een en ander. In het begin van 2020 lagen veel bedrijven in Azië stil door de lockdowns. Dat merk je nog steeds in de beschikbaarheid van goederen, waaronder chips. Bovendien zijn we onszelf door Covid-19 gaan afvragen of we voor bepaalde producten wel zo afhankelijk willen zijn van buitenlandse producenten – mondkapjes, medische apparatuur, enzovoort. Het antwoord is nee. Productie zal weer meer in Europa en de VS gaan plaatsvinden, in plaats van China. Dat is goed voor onze onafhankelijkheid. Maar het betekent wel dat alles duurder wordt.”

Volgende publicatie:
Waarom rendeert Nederlands pensioengeld toch zo goed?

Waarom rendeert Nederlands pensioengeld toch zo goed?

Gepubliceerd op: 27 november 2020

Van alle OESO-landen heeft Nederlands pensioengeld in 2019 het op één na beste beleggingsrendement laten zien. Ook met het gemiddelde rendement over de afgelopen vijftien jaar behoorde Nederland tot de beter presterende landen, blijkt uit een eerder deze maand gepubliceerd OESO-rapport. Wordt hier dan zoveel beter belegd? Ronald Wuijster, lid raad van bestuur bij APG en verantwoordelijk voor Asset Management, is genuanceerd: ‘Ja, we beleggen kwalitatief hoogwaardig in Nederland. Maar we profiteren ook in flinke mate van de min of meer verplichte renteafdekking’.
 

Wat als eerste in het oog springt in het eerder deze maand uitgebrachte OESO-rapport ‘Pension Markets In Focus 2020’, is het beleggingsrendement dat in Nederland is behaald op pensioenvermogen (in de tweede en derde pijler, dus pensioenfondsen resp. verzekeraars). Met een rendement van 13,7 procent hoefde Nederland alleen Ierland (18,5 procent) voor zich te dulden.

Een superieure prestatie? Ronald Wuijster tempert het enthousiasme: “Het rendement over één jaar zegt me sowieso niks. De verplichtingen van onze klanten hebben een langetermijnkarakter, dus belegt APG ook voor de lange termijn. De rendementen over vijf, tien en vijftien jaar, díe zijn voor ons relevant."

Sterke logica

Wat betreft het gemiddelde jaarrendement over een periode van vijftien jaar, presteerden Colombia (6,2 procent), de Dominicaanse Republiek (6,8 procent) en Uruguay (5,2 procent) het best. Maar ook Nederland en Canada behoorden met een cijfer van rond de 5 procent tot de wereldwijde koplopers. Dat blijkt niet alleen maar te danken aan kunde. Wuijster: “Zeker, we hebben een goed gestructureerd beleggingsbeleid, er is goed over nagedacht via ALM (Asset and Liability Management, het afstemmen van je beleggingen op je korte- en langetermijnbetalingsverplichtingen, red.).

 

We hebben een langetermijnoriëntatie, goede gerichte beleggingsoplossingen, en we spelen in op duurzaamheid. Die kwaliteit als belegger draagt zonder meer bij aan de sterke Nederlandse performance in de afgelopen vijftien jaar. Maar die performance heeft óók te maken met het feit dat Nederlandse pensioenfondsen als enige een rentehedge (manier om blootstelling aan het beleggingsrisico van een dalende of stijgende rente te beperken, red.) hebben. Die hedge is op zichzelf niet verplicht, maar er gaat wel een zeer sterke logica uit van het FTK (Financieel Toetsingskader, onderdeel van de Nederlandse Pensioenwet) om deze toe te passen.”

Serieus bijgedragen

In het FTK zijn de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen vastgelegd. De richtlijnen van het FTK vereisen dat een pensioenfonds haar beleggingen (en dus ook de risico’s daarvan) beoordeelt in relatie tot haar verplichtingen. Voor een betalingsverplichting die ver in de toekomst ligt, kun je nu bijvoorbeeld meer beleggingsrisico nemen dan voor een uitkering die je over een maand doet.  Wuijster: “Als gevolg van het FTK is het gebruikelijk voor een pensioenfonds om ongeveer 50 procent van de rentegevoeligheid af te dekken. En dat is een onverwachte factor geweest die over de afgelopen 10-15 jaar serieus heeft bijgedragen aan het beleggingsrendement van Nederlandse pensioenfondsen.”

 

In ‘Pension Markets In Focus 2020’ geeft de OESO een wereldwijd overzicht van het bijeen gespaarde pensioenkapitaal van de 37 lidstaten en beschrijft het de belangrijkste ontwikkelingen. De belangrijkste financiële indicatoren worden op een rij gezet, zoals het totale opgebouwde pensioenvermogen, waarin dit vermogen is belegd, en het daarbij behaalde rendement.

Volgende publicatie:
APG start met beleggen in Chinese aandelen

APG start met beleggen in Chinese aandelen

Gepubliceerd op: 19 december 2017

APG gaat voor pensioenfondsklanten en hun deelnemers in Chinese aandelen beleggen. De eerste investering van 250 miljoen wordt zeer binnenkort gerealiseerd.

 

Investeringen met E Fund

De investeringen worden gedaan in samenwerking met E Fund, één van de grootste beleggers van China. APG en E Fund wisselen kennis uit op het gebied van vermogensbeheer, ICT en pensioenadministratie. Het partnership met E Fund past in de strategie van APG en haar pensioenfondsklanten om nadrukkelijk in duurzaamheid en groeimarkten te investeren. Daar verwacht APG op de lange termijn meer rendement voor deelnemers te realiseren.

Bij de selectie van bedrijven kijken APG en E Fund zowel naar het risico-rendement profiel als duurzaamheids-criteria. Doordat APG direct investeert, zonder tussenkomst van externe partijen, zijn ook de kosten van de belegging in Chinese aandelen relatief laag.

 

Aantrekkelijke investeringskansen

Gerard van Olphen, bestuursvoorzitter APG Groep: “Door slim en duurzaam te beleggen werken we aan een goed pensioen voor deelnemers van pensioenfondsen. De Chinese economie groeit razendsnel en biedt zeer aantrekkelijke investeringskansen. Het partnership met E Fund levert aan beide zijden voordelen op. APG brengt als duurzame pensioenbelegger veel kennis en ervaring op het gebied van ESG met zich mee. E Fund heeft als grote Chinese belegger veel kennis van de lokale markt. APG wil deze kennis in de toekomst ook delen met andere institutionele beleggers.”

Volgende publicatie:
APG komt samen met E Fund met Chinees aandelenfonds

APG komt samen met E Fund met Chinees aandelenfonds

Gepubliceerd op: 20 september 2017

APG en de grote Chinese vermogensbeheerder E Fund lanceren een esg-fonds dat belegt in Chinese aandelen. Volgens de initiatiefnemers is dit het eerste in zijn soort.

 

‘De samenwerking met E Fund als sterke lokale partner maakt het mogelijk te beleggen in Chinese A shares en esg-criteria te hanteren’, aldus Harmen Geers, woordvoerder van APG. ‘Het fonds biedt toegang tot de aandelenmarkten op het vasteland van China. Het belegt in een beperkt aantal bedrijven.’

 

Op dit moment belegt APG nog niet in deze aandelen. APG belegt in Chinese bedrijven via de beurs in Hong Kong waar veel grote Chinese ondernemingen staan genoteerd. Klanten van APG hebben in eerste instantie €250 mln toegezegd. Het valt bij die pensioenfondsen onder de noemer aandelen opkomende markten. APG verwacht dat het fonds nog verder zal groeien in de komende jaren. Een team bestaande uit beleggers van APG en E Fund zwaait de scepter over het nieuwe fonds. Dit team kijkt bij de selectie van bedrijven zowel naar het risico-rendement profiel als de esg-criteria.

 

In een verklaring stelt Ronald Wuijster, cio ad interim van APG, dat de vermogensbeheerder graag optreedt als een verantwoorde lange termijn belegger voor zijn klanten. ‘Onze verantwoorde beleggingsaanpak in combinatie met de lokale kennis biedt unieke beleggingskansen in China.’ Wuijster verwacht dat de trend meer te beleggen in China zal doorzetten en wil opgedane kennis delen met andere institutionele beleggers.